Rechtspraak loopt vast door tekort aan psychiaters

Steeds vaker laten strafrechters en het Openbaar Ministerie (OM) tijdens openbare rechtszittingen hun ongenoegen horen omdat psychiatrische rapporten niet zijn aangeleverd. Die rapporten gaan over de geestelijke gesteldheid van de verdachte en zijn hard nodig om te bepalen of een straf of behandeling nodig is. Rechtszaken worden noodgedwongen uitgesteld. De strafrechtketen lijkt dicht te slibben.

De psychiaters en psychologen die deze zogenoemde pro Justitia rapporten moeten opmaken, worden ingezet door het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP). Dit instituut kampt met een tekort aan rapporteurs, zegt directeur Michel Groothuizen. Het tekort dreigt nog groter te worden, nu een deel van de groep binnenkort met pensioen mag.

Extra kritisch

Voor het instituut zijn 450 psychiaters en psychologen parttime inzetbaar. Zij zijn geregistreerd bij het Nederlands Register voor Gerechtelijk Deskundigen (NRGD). Volgens Groothuizen kunnen zij de stroom aan rapportageverzoeken niet aan en is het NIFP begonnen met het nemen van maatregelen. Een daarvan is het extra kritisch bekijken van rechtszaken waarin zo'n onderzoek is gewenst. Hieruit blijkt dat veel zaken ook kunnen volstaan met een enkelvoudig onderzoek, door bijvoorbeeld de reclassering.

Niet altijd rapportage nodig

Samen met het OM startte het NIFP vorig jaar een proef bij de rechtbank Gelderland. Alle zaken met een verzoek tot een pro Justitia rapport werden gescreend, of dit echt nodig was. Hieruit bleek dat vijfentwintig procent hiervan ook zonder een dergelijk rapport kon worden afgedaan. De proef krijgt dit voorjaar een landelijk vervolg. Ook de zaken van de overige rechtbanken in Nederland worden dan strenger hierop beoordeeld.

Uren niet betaald

Het tekort aan psychiaters en psychologen komt volgens Groothuizen ook doordat de deskundigen worden onderbetaald. De kwaliteitseisen waaraan zij moeten voldoen zijn verscherpt. Hierdoor vergen de onderzoeken meer uren en die worden niet uitbetaald. De deskundigen kunnen elders meer geld verdienen, waardoor de spoeling nog dunner wordt, zegt Groothuizen. Het NIFP zet zich daarom ook in voor extra geld en het werven van nieuwe rapporteurs.

Strafadvocaat Niek Heidanus vindt dat de rechter terughoudender moet zijn in een observatieopdracht in het Pieter Baan Centrum (PBC). Deze observatiekliniek is ook onderdeel van het NIFP. Volgens Heidanus duurt dit hele traject, inclusief het opmaken van een rapport, elf maanden. "Onmenselijk", zegt hij. Volgens hem kan dit ook op een andere wijze, zoals het onderzoeken op de locatie waar de verdachte op dat moment verblijft.

Machteloos

"Ik verzet mij tegen het besluit tot een observatie in het Pieter Baan, omdat de zaak dan gewoonweg te lang gaat duren voor de verdachte. We kunnen in veel gevallen aan de rechter vragen of de voorlopige hechtenis kan worden geschorst, zodat de verdachte thuis zijn proces afwacht. Verder staan we als beroepsgroep machteloos. We worden verder ook niet of nauwelijks geïnformeerd", zegt de advocaat.

Groothuizen bestrijdt dat de wachttijden bij het PBC onnodig lang zijn. "Dat geloof ik niet. Er is altijd een voorbereidingstijd van twaalf weken. Die periode is momenteel zo'n vijftien weken. Een opname in de observatiekliniek duurt zeven weken", legt de directeur uit. Het PBC heeft plaats voor tweehonderd verdachten. Het is altijd vol. Ook in dit geval bekijkt het NIFP of een PBC-onderzoek noodzakelijk is, of dat een andere mogelijkheid volstaat.