Adder laat zich nu al zien op het Ballooërveld

Boswachter Kees van Son zag gister een adder op het Ballooërveld. Dat is heel vroeg, meestal komen deze gifslangen pas later tevoorschijn, in maart. Door de hoge temperatuur trekken de slangen uit hun winterverblijven om op een zonnige plek op te warmen.

Er komen drie slangen in Drenthe voor: de ringslang, gladde slang en de adder. Van Son was verrast door de adder, maar gezien de hoge temperatuur van de afgelopen tijd is het niet heel gek dat er eentje op het pad lag. Zodra het warmer wordt, verlaten de slangen de winterverblijven, dat zijn bijvoorbeeld konijnenholen of beschutte plekjes tussen de wortels van bomen.

Je kan ze tegenkomen

Ook Marjan Dunning, boswachter van het Fochteloërveen, heeft al slangen gezien. "Afgelopen zondag hebben we de zeventien graden aangetikt. Dan is het voor slangen de tijd om uit de winterverblijven te komen. De grond warmt zodanig op dat de slangen weer actief worden. De tijd van rust is dit jaar wel heel kort geweest."

Ze geeft aan dat bezoekers van het Fochteloërveen op warme plekjes zeker een slang kunnen treffen. "Je hoeft dan niet in paniek te raken, we zijn heel blij dat ze er zijn. Een adder zal alleen in hoge uitzondering van zich afbijten. Bovendien zijn ze nu nog heel traag." Als de temperatuur verder stijgt warmen de slangen op en zijn ze niet zo langzaam meer.

"Deze periode is voor de slang wel het zwaarst. Er zijn wel muizen om te eten, maar ander voedsel als kikkers en libellenlarven zijn er nog niet." Een slang kan twee tot drie weken teren op een enkele muis, maar dan moet die wel genoeg energie hebben om de muis te pakken te krijgen.

Lees ook:

Meer over dit onderwerp:
ROEG! Natuurnieuws Balloërveld Adder
Deel dit artikel: