Drenthe: het land der hunebedden

Hunebed D5 bij Zeijen
Hunebed D5 bij Zeijen ligt in een kuil © RTV Drenthe/Marike Goossens
Wat zou Drenthe zijn zonder hunebedden? Vandaag staat dit eeuwenoude erfgoed in de schijnwerpers. Allerlei activiteiten tijdens de Dag van het Hunebed laten de zichtbare en onzichtbare verhalen van de Drentse hunebedden zien.
Hunebedden zijn de oudste bouwwerken van Nederland. In onze provincie staan er nog 52 meer of minder fier overeind, maar vroeger waren dat er minstens 82.

Trechterbekers

De hunebedbouwers waren mensen van de Trechterbekercultuur. Zij leefden tussen ongeveer 4350 en 2700 voor Christus in Noord-Europa. De cultuur is vernoemd naar de typisch gevormde aardewerken potten die deze mensen gebruikten: trechterbekers. Daarnaast werd gebruik gemaakt van andere soorten aardewerk waaronder kommen, schalen, kraaghalsflesjes en terrines. Al het aardewerk werd rijkelijk versierd.
De Nederlandse tak maakte deel uit van een bepaalde groep binnen de Trechterbekercultuur die hunebedden bouwden. In de hunebedden is het kenmerkende aardewerk teruggevonden. De potten werden aan de doden meegegeven die hier begraven werden. Andere voorwerpen die de doden konden gebruiken op hun reis naar het dodenrijk en die werden meegegeven zijn sieraden, gereedschappen en wapens.
Hunebed D7 bij Anloo
Hunebed D7 ligt verscholen in de bossen bij Anloo © RTV Drenthe / Marike Goossens

Verloren hunebedden

Drenthe telt nu 52 hunebedden, maar dat hadden er een stuk meer kunnen zijn. Het Drentse hunebedarsenaal was eeuwen geleden uitgebreider. In de loop van de achttiende eeuw werden veel van de reuzenstenen verplaatst naar de kust.
Deze verhuizing had te maken met een explosie aan paalwormen. De worm verschanste zich, zoals de naam doet vermoeden, in palen die voor de benodigde dijkversteviging zorgden langs het Zuiderzeegebied. De palen kalfden in rap tempo af en verloren zo hun functie.
De bestrijding van het hardnekkige weekdiertje was onbegonnen werk, zo wisten betrokkenen. Als alternatief werd gedacht aan hunebedden. De stenen reuzen moesten de kwetsbare dijken stabiel houden en de palen behoeden voor een nog grotere gatenkaas. Drentse hunebedden lagen het dichtst in de buurt, later kwamen ook scheepsladingen uit Noorwegen, Zweden, Duitsland en elders in Noord-Europa.

Bescherming

Op ten duur ontstond een handel in de stenen, die geen monumentale waarde vertegenwoordigden en daardoor een gewillig object waren voor dijkversteviging. Soms waren de hunebedden te groot en hakte men ze in kleinere stukken. Overblijfselen bleven achter in Drenthe.
Luttele jaren later kwam de provincie tot bezinnen en maakte voor het eerst beleid ter bescherming van de prehistorische grafstenen. Een grotere aftocht van hunebedden naar het kustgebied werd hiermee voorkomen. In 1846 kocht de provincie de eerste vier hunebedden op van particuliere bezitters. "Het beschermen van de hunebedden is een proces van de lange adem geweest", weet ook archeoloog Riemke Scharff, verbonden aan het Hunebedcentrum in Borger. "Het hierbij stilstaan is een van de redenen waarom we een Dag van het Hunebed organiseren."

Onderdak

In tegenstelling tot de hunebedden waren de huizen van de hunebedbouwers niet van steen. Het geraamte van de woning bestond uit een houten skelet, de wanden werden gemaakt van gevlochten takken met leem en het dak was van riet gemaakt. Het bouwen van een houten huis was namelijk veel sneller en goedkoper. In het oertijdpark van het Hunebedcentrum staan replica's van huizen uit verschillende prehistorische periodes.

Voorouders

Volgens de gangbare theorie zijn hunebedden de overblijfselen van prehistorische grafkamers. Maar waarschijnlijk waren deze monumenten en het landschap eromheen meer dan een graf. Het hunebed is waarschijnlijk gebouwd om de voorouders te eren. De voorouders zouden de levenden kunnen helpen bij belangrijke zaken zoals een goede oogst, een voorspoedige bevalling en het behouden van een goede gezondheid.
Via rituelen werd contact gezocht met de voorouders en dit gebeurde waarschijnlijk op regelmatige basis. Uit onderzoek, onder andere bij de hunebedden D36 en D37 in Valthe, is gebleken dat rondom een hunebed ook andere bouwwerken stonden. Bijvoorbeeld houten gebouwen, stenen platforms en palenrijen. Wellicht was het hunebed en het landschap eromheen een ontmoetingsplek waar mensen meerdere keren per jaar samenkwamen.
De Papeloze kerk bij Schoonoord
De Papeloze kerk bij Schoonoord © Sander van der Wel

Onderzoek

Archeoloog Albert van Giffen is misschien wel de bekendste onderzoeker die de hunebedden bestudeerde. Hij bracht ze in kaart en verrichtte bodemonderzoek. Zijn boek De hunebedden in Nederland uit 1926 wordt nog steeds als standaardwerk beschouwd en Van Giffen wordt ook wel de vader van de hunebedden genoemd. Hij groeide op in Diever en studeerde aan de Universiteit van Groningen.
In 1918 voerde hij een inventarisatie van hunebed D52 bij Diever uit, dat er op dat moment vervallen bij lag. Vanaf 1953 ondernam hij een grondige renovatie die volgens huidige archeologen wat al te enthousiast werd uitgevoerd. Het is maar de vraag of het originele hunebed er zo heeft uitgezien als Van Giffen het destijds weer in elkaar gezet heeft. Ook bij andere restauraties, waaronder die van de Papeloze Kerk in Schoonoord, D49, kunnen vragen gesteld worden.

Afmeting

Het grootste hunebed van Drenthe, D27, ligt naast het Hunebedcentrum in Borger. Het hunebed is 22,6 meter lang en bevat de grootste steen die ooit in een Nederlands hunebed is verwerkt, een steen van naar schatting 20.000 kilo. In 1685 werden hier de eerste opgravingen aan een hunebed uitgevoerd. Het bouwsel bestaat uit negen dekstenen, achtentwintig draagstenen, vijf poortzijstenen en twee kransstenen. Grondradaronderzoek in 2010 heeft geen bruikbare informatie opgeleverd.
Vlakbij het esdorp Bronneger ligt het hunebeddenpaar D21 en D22. D22 is met een lengte van 4,5 meter het kleinste hunebed van Drenthe. Het monument heeft slechts twee dekstenen. Er zijn vermoedelijk nog drie zij- en twee sluitstenen aanwezig maar die liggen zo goed als verborgen onder het zand. D21 is 7,7 meter lang. Beide hunebedden werden in 1918 door Van Giffen onderzocht. In 1960 zijn de monumenten gerestaureerd.
Hunebed D12 bij Bronneger
D21 vormt samen met D22 een hunebeddenpaar © RTV Drenthe/Marike Goossens

Verstopt

Het 'trapgraf van Eext' of D13 is een van de meest bijzondere hunebedden van de provincie omdat het nog gedeeltelijk verborgen ligt onder de oorspronkelijke zandheuvel en omdat een trapje toegang verleende tot de grafkelder. Het werd rond 1735 ontdekt, snel weer vergeten en in 1756 opnieuw onderzocht en hersteld. Zes zij- en twee sluitstenen zijn zichtbaar. Een van de ontbrekende dekstenen is in het dorp teruggevonden en werd in 1976 teruggeplaatst.

Steenberg

Het meest noordelijke hunebed van de provincie, D1, ligt in de buurt van Steenbergen. 'Steenberg' was vroeger een gebruikelijke Drentse benaming voor een hunebed, de kans bestaat dat de plaats haar naam dankt aan het nabij gelegen hunebed. Het is een tamelijk groot en zo goed als compleet exemplaar. Professor Van Giffen nummerde de hunebedden en begon in het noordwesten van de provincie, vandaar dat dit het 'eerste' hunebed van Drenthe is.
Bijzondere mossen groeien op hunebedden

Flora

Hunebedden zijn niet alleen interessant vanuit cultureel maar ook vanuit biologisch oogpunt. Op de granieten zwerfstenen groeien bijzondere mossen en korstmossen die als een van de weinigen in hun soort bestand zijn tegen de uitgesproken zure ondergrond. Mossen zoals het hunebedmuisjesmos, ongenerfd hunebedmos en hunebedbisschopsmuts zijn zeldzaam omdat er behalve de hunebedden weinig graniet te vinden is in ons land.

Extreem

Een hunebed is een extreme leefomgeving vanwege de felle zon of verregaande droogte in de zomer enerzijds en de fikse kou in de winter anderzijds. Maar aanpassingen van hunebedmossen zorgen ervoor dat ze hiertegen kunnen. Als het droog is, vouwen ze hun blaadjes op rondom de stengel om vochtverlies te voorkomen. En ze zijn voorzien van glasharen die van positie veranderen bij droogte en zo een parasol vormen om uitdroging te voorkomen en wellicht te helpen om dauw op te vangen.

Dag van het Hunebed

Iedere derde zondag van augustus is de Dag van het Hunebed, in het leven geroepen om de bewustwording rond deze archeologische monumenten te vergroten. Het initiatief is een samenwerking tussen Het Drentse Landschap, Unesco Global Geopark de Hondsrug, Staatsbosbeheer en het Hunebedcentrum. Zowel op het terrein van het Hunebedcentrum als bij verschillende hunebedden vinden activiteiten plaats. Bezoek deze pagina voor het volledige programma.

Heb jij een tip voor ons?
Stuur een bericht, foto of video via WhatsApp of mail de redactie.