Schaapskooien puilen uit met lammetjes: 'Altijd weer mooi'

Waar herder Luuc Bos bij de schaapskooi Bargerveen in Weiteveen bijna opgelucht is dat alle lammeren geboren zijn, is Michiel Poelenije bij de kooi in Ruinen aan de lopende band bezig met de geboortes. Beide kooien staan nu vol met lammetjes.

"De lammeren worden nu dag en nacht geboren", zegt Poelenije met kleine ogen. "Het blijft doorgaan hier." Inmiddels zijn er in Ruinen honderdvijftig lammetjes geboren.

Stagiaires op vakantiepark in de buurt om te helpen lammeren

In Ruinen helpen drie stagiaires mee, die tien dagen in een huisje op een vakantiepark verblijven. Zij helpen dan iedere dag tot in de late uurtjes. In het weekend zijn ze vrij, dan is het stevig aanpoten voor herder Michiel Poelenije. "We zitten middenin de lammertijd en midden in de piek daarvan. Schapen houden geen rekening met werktijden", lacht hij.

In Ruinen worden de ooien in een apart kraamhok gezet na de bevalling. "Zodat er een goede binding is tussen de lam en de moeder. En als het na een paar dagen goed gaat, dan gaan ze de grotere groep in. Het Drentse Heideschaap is een ras dat zichzelf best heel goed redt, 98 procent gaat vanzelf. Maar omdat we er zoveel hebben en ze dichtbij elkaar staan, gaan ze een kraamhokje in", aldus Poelenije.

Tekst loopt door onder de foto.

De schapen in de kraamhokjes in Ruinen (Rechten: Robert Jansema/RTV Drenthe)

In schaapskooi Bargerveen bij het gelijknamige natuurgebied, in Weiteveen is de rust weer teruggekeerd. Daar zijn sinds december ruim vijfhonderd lammetjes geboren. "Vanochtend is er nog eentje geboren", zegt herder Luuc Bos. "Maar de piek is echt wel voorbij."

De lammeren staan in de grootse kooi, die nu een paar jaar in gebruik is, tussen de ooien. "Deze kudde hier zijn Schoonebeekers. En die daarachter ook. En hier rechts", wijst Bos aan. "Hier hebben we gekruist met de Duitse zwartkop. Dat is een ras wat hier ook van oudsher in de regio voorkomt aan de Duitse kant. En daar zitten we ook hier tegenaan."

Niet alleen de oorsprong van dat ras is de reden dat ermee gekruist wordt, maar ook het type schaap. Bos: "Deze heeft meer vlees. En hoe zwaarder de lammeren zijn en hoe meer vlees eraan zit, hoe meer dat opbrengt."

'In het voorjaar maken we de balans op'

Want niet alle lammetjes kunnen blijven. "Dan zouden we wel echt gigantisch uitbreiden", lacht Bos. De lammeren blijven tot juni bij de ooien. Daarna worden ze erbij weggehaald en opgesplitst in twee groepen. Na het graasseizoen gaan de rammen weg. "De ooilammeren houden we dan nog aan. In het voorjaar maken we de balans op welke we kunnen aanhouden en bij de kudde komen", vertelt Bos.

Bos verheugt zich op het graasseizoen dat vanaf april weer begint. "De schapen zijn nu binnen. Het is toch altijd wel mooi. En we zitten natuurlijk in een prachtig gebouw. Maar in het veld, dat is toch wel het mooiste. Met de kudde op stap, mooier kun je het niet hebben."

Voor wie de schapen nog wil zien, voor ze naar buiten gaan: op 5 april is het lammetjesdag in Ruinen en op 22 maart bij de schaapskooi in Weiteveen.

Deel dit artikel: