Eeuwenoude eik Beilen kan er door kilo's wormen weer jaren tegenaan

"Ben je in Beilen geweest zonder de oude eik te hebben gezien? Dan ben je eigenlijk niet in Beilen geweest", zegt Lute van de Bult. Een ironische opmerking? Welnee. De 73-jarige Beilenaar wil er niets van weten, hij is bloedserieus. Zeker als het om de oude zomereik in het dorp gaat. Kilo's wormen zijn er vandaag uitgezet om de voedingsbodem rondom de boom te verbeteren, zodat-ie er weer jaren tegenaan kan.

Volgens de meest optimistische verhalen staat de kolos al minstens 350 jaar op het grasveld aan de Esweg. En dus staat de eik al langer in Beilen dan de Eiffeltoren in Parijs of de Tower Bridge in Londen.

Hoe oud is de eik?

Dat de eik daadwerkelijk 350 jaar is, lijkt iets teveel van het goede. Dat bewijst onder meer de stamomtrek van ruim vijf meter. "Ik denk wel dat-ie eerder driehonderd jaar is dan tweehonderd", zegt Van de Bult. De geboren en getogen Beilenaar is één van de leden van de plaatselijke historische vereniging. En als er iets in Beilen historie ademt, is het de oude zomereik wel. Van de Bult zou dan ook maar wat graag willen weten hoe oud de eik precies is. "Maar dan zouden we 'm doormidden moeten zagen, zodat we de jaarringen kunnen tellen, en dat gaan we natuurlijk niet doen."

Soms vergeet je bij dingen stil te staan, omdat ze zo vanzelfsprekend en vastgeworteld in de samenleving zijn. Iets dat voor de majestueuze zomereik letterlijk en figuurlijk geldt. Het verkeer op de Esweg raast dagelijks langs de kolos, die zelfs nog meemaakte hoe Beilen in 1820 nagenoeg afbrandde. De Stefanuskerk en de zomereik zijn tot op heden de enige stille getuigen van die gebeurtenis. Als je zo'n historie met je meedraagt, verdien je een gedicht, vond wijlen dichter en Beilenaar Roel Reijntjes.

De dikke boom van Beilen

Elk wel oes Beilen binnenkomp
van Haolen of van Hieken,
die zöt en paartie staot verstomd
de Keuning van de Ieken

Zien stam is máchtig, dik en groot
met dree man te umspannen.
De veugels sjilpt: 'gien woningnood,
wij bint under de pannen'.

Breed welft zien kroon op Wubbelingshof,
de schoonste van de ieken
al reis wij hiel de Laandschup of,
wij vind niet ziens gelieken.

Wubbelingshof

Toen Van de Bult nog naar de basisschool ging, zocht hij de eik ook al regelmatig op. Het perceel waarop de boom stond, heette toen nog Wubbelingshof, omdat de grond van boer Wubbeling was, weet hij nog. Bovendien werd de zomereik toen vergezeld door nog vijf of zes eiken. "Onder de bomen zochten kinderen altijd naar eikels. Die konden we inleveren bij groenteboer Langbroek, die ze inkocht. Daar hield je een leuk zakcentje aan over, al ben ik er niet rijk van geworden hoor", lacht de Beilenaar.

De kleine knik die nog altijd in de Esweg is te zien ter hoogte van de Eursingerweg, is veelzeggend, vindt Van de Bult. "Dat is twintig jaar geleden bewust gedaan, zodat de boom de ruimte kreeg om te groeien." En dat lukte, al zijn er ook situaties geweest dat de toekomst aan een zijden draadje hing. "Tijdens een flinke ijzelbui in 1987 stonden de takken op knappen en raakte de kruin flink beschadigd, maar hij is er toch goed van hersteld." Ook werden takken vastgezet met spandraden, waardoor de boom de tand des tijds beter kon doorstaan.

En om ook de komende jaren te kunnen waarborgen worden vandaag honderden wormen in het veld rondom de eik uitgezet, zodat de boom een betere voedingsbodem krijgt. "Of de 350 jaar daarmee alsnog gehaald gaan worden? Dat zou fantastisch zijn", besluit Van de Bult.

Wormenkweker Frank Wasse legt uit hoe wormen voor een betere bodem zorgen

Van de Bult is niet de enige die begaan is met de eik. Gerjo Nijman, die het bomenbeheer voor de gemeente Midden-Drenthe doet, is eveneens nauw betrokken bij de boom. Hij is naar eigen zeggen verknocht aan bomen; vooral monumentale exemplaren hebben een streepje bij hem voor, vertelt hij. "De eik in Beilen staat voor mij in een rijtje met de witte paardenkastanje in Amsterdam, beter bekend als de Anne Frankboom, de Linde van Sambeek en de Kroezenboom op de Fleringer Es bij Tubbergen."

Nijman werkt sinds de zomer voor de gemeente Midden-Drenthe als boomverzorger. Binnen de gemeente is een zogeheten bomenteam voortdurend bezig met het wel en wee van bomen die wat extra aandacht nodig hebben. Bij een VTA-controle, een methode om bomen te controleren op gebreken, bleek dat de grote eik in Beilen in het voorbije najaar kleiner blad had en de lengtescheuten kleiner waren geworden.

Grasmaaier als boosdoener

"Als boomverzorger weet je dan dat er iets aan mankeert", zegt Nijman. Dat de groei wat stagneerde, komt volgens hem door het grasmaaien om de boom heen. "De grasmaaier die het veldje om de boom heen bijhield, drukte de grond zo stevig aan, dat de bodem mede door warme zomers zuurstofarm werd. Daarom hebben we grote veldkeien om de boom gelegd, die de voedingsbodem weer in ere moet herstellen", legt hij uit.

Je kunt maar één conclusie trekken: deze eik heeft al die jaren strontmazzel gehad"
Gerjo Nijman - Bomenbeheerder Midden-Drenthe

Nijman heeft niet de illusie dat de eik door twee aanpassingen aan de bodem volgende maand ineens weer fier in het blad staat. "Dit wordt een proces van vijf jaar", schat hij in. "We maken vandaag een nulmeting en bekijken dan per jaar of en hoe de eik zich verbetert. Dit oude beestje weert zich al jaren kranig, maar elk jaar werd het wat minder. We willen dat de stijgende lijn weer zichtbaar wordt", klinkt het strijdvaardig.

Ontmoetingsplek

Door de bodem rondom de eik met natuurlijke middelen zuurstof- en voedingsrijk te maken, moet de eik zich in de komende jaren helemaal herpakken. "De wormen moeten bijdragen aan een natuurlijke cyclus, zodat de eik voeding en vocht weer goed opneemt", vertelt Nijman. Toen hij een wormenboer benaderde voor deze klus, ondervond hij nog maar weer eens hoe bekend de eik was. "Die wormenboer zei: 'Ha, die dikke boom in Beilen? Daar sprak ik vroeger altijd af'. Het is dus al van oudsher een ontmoetingsplek. Prachtig toch?"

Rest nog een inschatting van Nijman hoe oud de eik is. "Poeh, ik denk ergens tussen de 220 en 270 jaar. Dan zitten we er niet ver naast", denkt hij. "Het was de laagste boom aan de essenrij, heeft nooit hoeven uitwijken voor bouwwerkzaamheden, is nooit getroffen door bliksem, heeft altijd goed licht gehad en viel niet ten prooi aan die eikenprocessierups. Dan kun je maar één conclusie trekken: deze eik heeft al die jaren strontmazzel gehad."

Deel dit artikel: