Onderzoek laagfrequent geluid bij Drents windpark ‘weggegooid geld’

Geluidsdeskundigen verwachten weinig van onderzoek naar laagfrequent geluid bij Windpark Drentse Monden Oostermoer. De 190.000 euro die daar voor wordt uitgetrokken noemen ze "zonde van het geld".

Dat blijkt uit onderzoek van RTV Noord en RTV Drenthe.

Het onderzoek

De gemeenten Borger-Odoorn, Stadskanaal en Aa en Hunze hebben aan de bedrijven LBP|Sight en DGMR de opdracht gegeven om een vergelijkend onderzoek te starten. Dat betekent dat de bedrijven laagfrequent geluid meten vóór dat de 45 windturbines gebouwd zijn tot het moment dat alle molens in bedrijf zijn. Op deze manier moet duidelijk worden of er laagfrequent geluid van windmolens afkomstig is. Kosten: 190.000 euro.

Op elf locaties rondom het (toekomstige) windpark is geluidsapparatuur geplaatst die achttien maanden lang het geluid opvangt dat in het gebied geproduceerd wordt. Door zo'n lange periode te meten moet duidelijk worden welke invloed de windmolens gaan hebben op de productie van laagfrequent geluid, ook wel bromtonen genoemd. Door de geluidsmetingen van verschillende momenten in deze periode met elkaar te vergelijken wordt hopelijk duidelijk of en hoeveel laagfrequent geluid van windmolens afkomstig is.

Aanleiding voor onderzoek

Volgens de gemeenten is een dergelijk onderzoek nog nooit eerder uitgevoerd. De gemeente Borger-Odoorn kreeg veel vragen over wat nou de bedoeling was van het onderzoek. Vanwege het ontbreken van wettelijke normen voor laagfrequent geluid zou je met de resultaten toch niets kunnen. Maar dat deert de gemeenten niet. In de gecompliceerde wereld van laagfrequent geluid en hinder die omwonenden ervan zouden kunnen krijgen is de bedoeling om geluidsgegevens te verzamelen die niet ter discussie staan.

'18 maanden meten onnodig lang'

Maar meerdere geluidsdeskundigen twijfelen over de effectiviteit van dit onderzoek, blijkt uit gesprekken van RTV Noord en RTV Drenthe met drie onderzoekers.

Die kritiek spitst zich toe op drie dingen. Allereerst gaat het om de vraag of de duur van dit onderzoek zinvol is. Volgens Henk Hasper, gepensioneerd natuurkundige van de Rijksuniversiteit Groningen is dat niet het geval. "Het hele onderzoek duurt 18 maanden. Die zijn bedoeld voor de hele periode dat het park wordt opgebouwd, dus van nul- tot eindsituatie. Gezien het doel van de metingen zou je met minder tijd kunnen volstaan." Iets dat LBP|SIGHT een van de bureaus die dit onderzoek uitvoeren ontkent. "De lange meettijd is ook nodig om de verschillende seizoenen te meten met verschillende mate van bladeren aan bomen", aldus Mike Dijkstra van LPB|SIGHT.

Als je een bewonerspanel hebt, dat de klachten monitort, kun je meteen als zich klachten voordoen een verband tussen productie van laagfrequent geluid en klachten proberen te leggen"
Henk Hasper - gepensioneerd natuurkundige Rijksuniversiteit Groningen

Ontbreken van bewonersmonitoring

Een ander kritiekpunt is het ontbreken van een bewonerspanel dat meekijkt met dit onderzoek. Van den Berg, voorheen als geluidsdeskundige onder meer werkzaam bij de GGD in Amsterdam, zegt hierover: "Als je een bewonerspanel hebt, dat de klachten monitort, kun je meteen als zich klachten voordoen een verband tussen productie van laagfrequent geluid en klachten proberen te leggen."

Hij is bang dat de onderzoeksresultaten tot meer onenigheid kunnen leiden. "Als de hoeveelheid laagfrequent geluid toeneemt, hebben dan de tegenstanders gelijk, die vinden dat er dan sprake is van meer ongezond geluid? Of hebben de exploitanten gelijk, die dan zeggen dat het totale geluid onder de norm blijft?"

Technische aspecten

Ten derde spelen technische aspecten een rol bij de vraag of dit onderzoek nuttig is. Zo vindt Van den Berg het jammer dat infrageluid (geluid onder de 20 Hertz) niet wordt gemeten. "Windmolens produceren specifiek infrageluid van onder de 10 Hertz." Volgens bezorgde burgers kan infrageluid schadelijk zijn voor de gezondheid. Van den Berg twijfelt er niet aan dat dat wel meevalt, maar noemt het ontbreken van meetgegevens wel een hiaat in het onderzoek.

Daarnaast is ook de manier van presenteren van de onderzoeksresultaten een potentiële bron van onenigheid. Want sluit je aan bij de bestaande geluidsnormeringen, dan bestaat het risico dat hinderlijk laagfrequent geluid onder de radar blijft. En ook de mate van detail waarin de onderzoeksresultaten gepresenteerd worden laat volgens deskundigen de mogelijkheid open dat eventuele hinderlijke bromtonen niet zwaar genoeg meetellen.

'Bijdragen aan toekomstige normeringen'

Wethouder Freek Buijtelaar van Borger-Odoorn noemt in reactie op de kritische noten het onderzoek nog steeds zinvol. "Juist omdat er geen wettelijke normen zijn rond laagfrequent geluid is het belangrijk dat er harde meetgegevens verzameld worden. Daarmee hopen we in de toekomst bij te kunnen dragen aan dat die normen er wél gaan komen." Verspild geld vindt hij dit onderzoek daardoor niet. Qua infrageluid wijst Buijtelaar aanvullend nog op meetgegevens van de KNMI waar de onderzoekers ook beschikken om dit deel van het geluidsspectrum af te dekken.

Wel ziet hij ruimte om meer meer aan bewonersmonitoring te doen. "Dat moet uiteraard wel grondig gebeuren. Dat vraagt tijd, en een goeie onderzoeksopzet." Hij benadrukt dat je de windmolens er niet meer mee tegenhoudt, "maar het geeft wel meer inzicht in de relatie tussen wat omwonenden eventueel voor overlast ervaren en wat er daadwerkelijk gemeten wordt."

Uitgebreidere uitleg

Zowel laagfrequent geluid als het Windpark Drentse Monden Oostermoer zijn gevoelige en ingewikkelde dossiers. Daarom kun je hier een uitgebreidere uitleg lezen van de twistpunten van het geluidsonderzoek. Daarin komt ook LPB|SIGHT aan het woord om te reageren op de punten van Van den Berg, Sloven en Hasper.

Lees ook: