Kraanvogels in Drenthe: een marginaal verschijnsel?

Is er ruimte voor kraanvogels in Drenthe? Hoe goed doen ze het hier eigenlijk? En zijn kraanvogels wel de kroon op het natuurbeleid, zoals natuurorganisaties stellen? Die vragen stelt vogelonderzoeker Rob Bijlsma in het laatste nummer van Drentse Vogels, de jaarlijkse uitgave van de Werkgroep Avifauna Drenthe.

Bijlsma uit Wapse heeft vorig jaar een paartje kraanvogels in het Wapserveld systematisch gevolgd. "Ik heb het kraanvogelpaar in totaal 995 minuten geobserveerd, in de periode van 5 april tot 3 mei 2019. Vrijwel dagelijks. Op sommige dagen zat ik er vijf minuten te kijken, op andere dagen twee uur. En ik heb zoveel mogelijk genoteerd: of ze op het nest zaten, of de kraanvogels elkaar aflosten, gedrag van de dieren. En ook verstoring. Of er mensen langskwamen, wat die deden, of ze een hond bij zich hadden, of die aangelijnd was, of ze rustig doorliepen, noem maar op. En natuurlijk hoe die kraanvogels daar op reageerden."

Regelmatig verstoring

Het kraanvogelnest lag 75 meter van een wandelpad. Bijlsma zag in de periode waarin hij er observeerde zeven keer mensen langskomen. Bij die verstoring verlieten de kraanvogels het nest. "Dat lijkt weinig, zeven verstoringen. Maar ik heb er natuurlijk niet de hele tijd gezeten. En als je het omrekent kom je uit op zo'n 190 verstoringen door mensen tijdens de broedperiode, dat is bijna elke twee uur een verstoring. En elke keer verlieten de kraanvogels het nest."

Vraag is of die verstoring erg is. Bijlsma: "De eieren zijn uitgekomen, dus blijkbaar had de verstoring hier niet zo heel veel effect. Begin mei kon je aan het gedrag van de vogels zien dat er minstens een jong uit het ei was gekropen. Maar dat kon je door het hoge gras niet zien." Uiteindelijk is het broedsel wel mislukt, waarom is niet duidelijk. "Ik zag de ouders nog wel regelmatig, maar zonder jong".

Slechte broedresultaten maar toenemende aantallen

Volgens Bijlsma is dit tekenend voor de situatie van de kraanvogels in ons land. "Toen de eerste kraanvogels zich hier vestigden lukte het nog regelmatig om een jong groot te brengen, maar de laatste jaren zijn de broedresultaten hard naar beneden gegaan." Het beste jaar lijkt 2005 te zijn toen bij drie paartjes in totaal vier jongen uitvlogen. Vorig jaar broedden er maar liefst 35 paar kraanvogels in ons land en werden maar zes jongen groot.

Twee kraanvogels in een veld (Rechten: Saxifraga/Jan Nijendijk)

'De Europese kraanvogelstand is geëxplodeerd'

Bijlsma is niet verbaasd over die cijfers: "Wat je ziet is dat Nederland eigenlijk te druk is voor kraanvogels. De natuurgebieden zijn te klein en er is te veel verstoring. En dus lukt het de vogels niet om veel jongen groot te brengen. Nederland ligt aan de rand van het broedgebied van de kraanvogels. Randgebieden zijn bijna altijd minder geschikt. En uit de cijfers blijkt wel dat kraanvogels in de kern van het broedgebied in Midden Europa het veel beter doen dan bij ons."

Ondanks die slechte broedresultaten zijn er de afgelopen jaren steeds meer paartjes kraanvogels gekomen in ons land. "Maar ook dat is niet vreemd", zegt Bijlsma. "De kraanvogelstand in Europa is de laatste jaren geëxplodeerd. Geschat wordt dat vijftien jaar geleden in heel Europa een kwart miljoen kraanvogels voorkwamen. Nu zijn het er alleen al in Scandinavië meer dan 350.000. En dat merk je in ons land. Er zijn nu zoveel kraanvogels in Europa dat ze ook moeten gaan broeden in gebieden die eigenlijk niet geschikt zijn." Zijn die kraanvogels hier dan niet gaan broeden omdat het zo goed gaat met de natuur? Bijlsma, heel stellig: "Absoluut niet. Ze hebben het helemaal op eigen kracht gedaan. Die ontwikkeling van natuurgebieden heeft er helemaal niets mee te maken. Als je niets gedaan had, dan waren ze er ook gekomen."

'Groter, robuuster en natter'

Fred Prak, woordvoerder van Natuurmonumenten, ziet de kraanvogel in Drenthe juist als een kroon op het werk. "We zijn dolgelukkig dat deze vogel weer terug is en zien het als een beloning voor ons werk. We hebben natuurgebieden groter, robuuster en natter weten te maken, waardoor ze ook geschikt werden voor de kraanvogel. Maar het is niet ideaal. Daar heeft Bijlsma wel een punt. Wij zouden ook wel willen dat natuurgebieden groter zijn, wij houden als natuurbeschermers van robuuste gebieden, maar we hebben ook te maken met de politieke realiteit."

Prak geeft aan dat Natuurmonumenten het fantastisch vindt dat zoveel mensen genieten van de natuur, maar dat er ook goed gekeken wordt naar de effecten van recreatie. "Als de situatie kwetsbaar is, sluiten we wandelpaden en fietspaden af. We veranderen zelfs de structuur van paden om een groter stiltegebied voor de kraanvogels te creëren."

Daarnaast zegt Prak dat er veel verschillende oorzaken zijn voor een slecht broedresultaat. "Sommige oorzaken liggen echt buiten onze invloedssfeer. Zoals de droogte, waardoor de nesten van kraanvogels droogvallen en ze bereikbaar worden voor predatoren. Dat is erg naar, maar dat is een mondiaal probleem."

Slimme vogels

De toename van de kraanvogels heeft te maken met de landbouw. Kraanvogels hebben zich ontpopt tot echte cultuurvolgers: "De landbouw valt voor veel vogels desastreus uit, maar niet voor kraanvogels. Er wordt overal mais, aardappelen en suikerbieten verbouwd en dat is prima eten voor de vogels. In hun broedgebied, op de trek en in hun overwinteringsgebieden. Je ziet dan ook dat volwassen vogels heel goed in leven blijven. Er is voedsel zat voor die dieren."

Dus eigenlijk zijn het ordinaire cultuurvolgers, net als kraaien en reigers? "Nou ordinair moet je zeker niet zeggen, ik vind het juist hele slimme vogels die heel goed gebruikmaken van de mogelijkheden die er zijn. Maar het zijn wel cultuurvolgers, ze hebben zich heel goed aangepast aan de nieuwe mogelijkheden. Ze trekken bijvoorbeeld veel minder vaak weg want er is hier genoeg te halen." Lijkt er dus op dat vooral de schuwheid de vogels parten speelt: "Maar ik ben er eigenlijk van overtuigd dat ze minder schuw zullen worden in de toekomst. Dat heb je ook bij andere soorten vogels gezien die zich aanpassen aan het leven bij mensen. Haviken bijvoorbeeld, die werden in de vorige eeuw omschreven als hele schuwe broedvogels. Nu broeden ze in stadsparken."

Zien we dan over tien jaar kraanvogels naast de patatkraam staan, net als blauwe reigers? "Die blauwe reigers waren vroeger ook heel schuw. En die hebben ook geleerd dat ze niet bang hoeven te zijn."

Lees ook:

Meer over dit onderwerp:
ROEG! Natuurnieuws kraanvogel Rob Bijlsma
Deel dit artikel: