Warenhuis Vanderveen door de jaren heen: 'Crisis biedt vaak nieuwe kansen'

'Never waste a good crisis', zeggen de Amerikanen nog weleens. Dat klinkt misschien alsof je als ondernemer misbruik maakt van de situatie, maar dat hoeft niet. Een crisis kan in sommige gevallen namelijk leiden tot iets nieuws, zeggen ondernemers dan. Dat weten ze ook bij warenhuis Vanderveen in Assen.

Het familiebedrijf bestaat al sinds 1880 (sinds 1897 in Assen) en heeft in de loop der jaren dus de nodige crises meegemaakt: persoonlijke, lokale, nationale en ook internationale. Directeur Nico Vanderveen (vijfde generatie) vertelt erover.

De Vanderveen-geschiedenis in het kort

In 1897 start Antje Oldenburger een manufacturenwinkel in Assen. Even daarvoor trouwt ze met Bareld van der Veen. Omdat vrouwen geen winkel op hun naam mogen hebben staan, staat Van der Veens naam onder het contract. Toch is het Antje die de winkel runde (in 1916 komt Bareld er ook bij). Haar droom is om de winkel uit te bouwen tot een groot warenhuis, zoals ze gezien had tijdens reizen met haar vader in onder meer Sint Petersburg en Liverpool.

Na de oorlog overweegt de familie Van der Veen te emigreren naar Canada, om daar een huge department store te beginnen. De familienaam wordt alvast gewijzigd in Vanderveen (dat zou makkelijker zijn voor de Canadezen), maar de emigratie wordt uiteindelijk niet doorgezet. In de jaren daarna wordt de winkel flink uitgebreid en wordt Vanderveen uiteindelijk de zogeheten shop-in-shop zoals we die tegenwoordig kennen. Vanderveen heeft 17.500 vierkante meter winkeloppervlak en staat in de top drie van grootste warenhuizen in Nederland.

Van Nieuwe Pekela naar Assen

Wanneer Antje nog Oldenburger heet, werkt ze met haar familie in Nieuwe Pekela. De eerste crisis die ze daar meemaken - los van de schipbreuk en het overlijden van vader Jan - is de opkomst van de stoomvaart, eind 19e eeuw. "De Pekela's waren in die tijd heel bedrijvig", vertelt Nico Vanderveen. "Nieuwe en Oude Pekela hadden ruim twintig scheepswerven, waar houten kofschepen werden gebouwd." In het kantoor van Nico hangt een tekening van het vrachtschip van zijn betovergrootvader Jan Oldenburger.

(Tekst gaat verder onder de foto)

Het schip van Jan Oldenburger, de vader van Antje (Rechten: Familie Vanderveen)

Moderne stoomschepen worden dan alleen niet langer in turfgebieden zoals de Pekela's gemaakt. De kanalen zijn daarvoor veel te smal. Met de opkomst van de stoomvaart komen er grote werven in onder meer Amsterdam en Rotterdam en langs het Eemskanaal. "De Pekela's liepen daardoor leeg, meer dan de helft zocht nieuw werk. Voor het winkeltje van mijn familie was dat een enorme crisis." De oudste dochter van het gezin vindt het wel prima, maar Antje niet. "Die had natuurlijk inspiratie opgedaan bij grote warenhuizen tijdens scheepsreizen met haar vader. Ze las toen in de Winschoter Courant dat in Assen een kazerne was geopend. De gemeente Assen riep beroepsgroepen op zich daar te vestigen. Antje aarzelde niet en vertrok naar Assen."

Antje gaat aan de slag bij de firma Nicolaas Bertram aan de Markstraat en ontmoet daar later Bareld van der Veen. De twee trouwen, waarop Antje moet vertrekken bij het bedrijf. Zo gaat dat in die tijd. Ze besluit dan te doen wat ze al jaren wilde: voor zichzelf beginnen. Het is dan 1897, het prille begin van wat later Warenhuis Vanderveen zou worden. "Zo zie je hoe een crisis leidt tot nieuwe dingen", aldus Nico Vanderveen.

(Tekst gaat verder onder de foto)

Antje Oldenburger en Bareld van der Veen (links) aan het werk bij de firma Nicolaas Bertram, 1896 (Rechten: Familie Vanderveen)

Eerste Wereldoorlog en de globale crisis van de jaren 30

In de eerste decennia van de twintigste eeuw liggen er ook crises op de loer. Hoewel er tijdens de Eerste Wereldoorlog niet in Nederland wordt gevochten, zijn de gevolgen hier ook voelbaar. "En tijdens de oorlog kwam ook nog de Spaanse griep. Veel bedrijven gingen toen onderuit, zo ook de firma Nicolaas Bertram, waar Bareld op dat moment nog werkt. In 1916 besluit hij om samen met zijn vrouw in de zaak te gaan." Bareld van der Veen wordt handelsreiziger en trekt er met de tram en fiets op uit in de provincie. "Kijk, dat was zijn kist." Nico Vanderveen wijst naar een grote, donkere kist in de hoek van zijn kantoor, waarin vroeger zijn koopwaar zat.

Het kantoortje is haast een klein museum. Er staan een paar ouderwetse kassa's en aan de muur hangen statige portretten van de grondleggers van het warenhuis. Ook hangt er een sextant, waarmee Jan Oldenburger (de vader van Antje) over zee voer. Behalve de kist van Bareld van der Veen staat er nog eentje. Dat is de grote handelskist van diens zoon Nico (de huidige directeur is inderdaad vernoemd naar zijn opa). In de jaren '30 is er namelijk een wereldwijde economische crisis, na de crash op de beurzen in 1929. "Assen was een ambtenarenstadje, met de ambtenaren ging het nog wel goed. Maar ze verloren wel veel klanten uit de regio."

Hij koopt daarop als een van de eerste Drenten een auto en rijdt heel de provincie door om zijn klanten op het platteland te bedienen. "Je had in die tijd natuurlijk nog geen webshops, maar wel een soort postordercatalogus. Die stuurden ze rond, waarna mensen iets konden bestellen, dat daarna werd bezorgd."

(Tekst gaat verder onder de foto)

Aagje en Nico van der Veen met hun nieuwe A-Ford Tudor, 19 (Rechten: Familie Vanderveen)

Tweede Wereldoorlog

Dan wordt het 1940 en breekt de Tweede Wereldoorlog uit. Nico van der Veen maakt met een goede vriend een krantje waarin het nieuws van Radio Oranje wordt opgeschreven. Hij wordt door de Duitsers opgepakt en vastgezet in het Huis van Bewaring op de Brink in Assen en in de Koepelgevangenis in Arnhem. Later komt hij daar met veel geluk uit. Met het bedrijf gaat het niet goed. "Je had in de oorlog nauwelijks mogelijkheden om iets te bedenken. Het hield allemaal niet over. Mijn grootvader zei daarom tegen z'n kernteam: wij moeten elkaar vasthouden en helpen, niet miepen over kleine dingen." Volgens Vanderveen was de afspraak in die tijd: "Zelfs als we met z'n allen nog maar één cent overhebben, dan nóg gaat hij in stukjes."

Na de oorlog wil de familie aanvankelijk naar Canada emigreren. "De familie kon er na de oorlog niet vol voor gaan, omdat er geen geld kon worden geleend om te investeren. Een soldaat uit het geallieerde leger, Bannerman James Gorham, tipte in de zomer van 1945 dat er in Canada vast en zeker kansen waren voor een groot warenhuis. Na een lezing van de Canadese ambassadeur, die vertelde dat in Canada alles big and beautiful was en dat financiering geen probleem hoefde te zijn, werd het idee van emigratie voorzichtig besproken. Veel Nederlanders vertrokken daarom direct na de oorlog." Van der Veen wordt het 'verengelste' Vanderveen, maar de emigratieplannen worden uiteindelijk niet doorgezet, omdat er toch kansen komen in de binnenstad van Assen.

(Tekst gaat verder onder de foto)

Vanderveen aan de Kruisstraat in 1947 (Rechten: Familie Vanderveen)

Dreigende splitsing van het centrum

Een jaar of twintig later dient de volgende crisis zich aan. In de jaren '60 heeft de gemeente Assen het plan om een nieuwe kern van winkels bij Het Kanaal te maken: het Plan Nieuwe Kern. Alle winkeliers in de dan bestaande kern (Brink, Kruisstraat, Marktstraat, Singelpassage, Gedempte Singel) komen in opstand. "Zij wilden niet een nieuwe kern, maar de bestaande uitbreiden", legt huidige eigenaar Nico Vanderveen uit. "Er is een ongelooflijke lobby geweest, met als gevolg dat met een minimaal stemverschil de gemeenteraad gelukkig besloot niet akkoord te gaan met een extra kern."

Assen besluit blokken huizen te slopen en op die plek het Koopmansplein aan te leggen: het Plan Uitleg Kern. "Vanuit dat plein kun je de winkelkern dan mooi eromheen 'uitleggen'. Als het tweede centrum er was gekomen, had je een tweedeling in de stad gehad en was het echt misgegaan. Grootvader Nico, oom Jelle en vader Ruurd besloten flink te investeren in dat nieuwe Koopmansplein", aldus Vanderveen.

(Tekst gaat verder onder de foto)

Uitvoering van Plan Uitleg Kern (Rechten: Familie Vanderveen)

Aandelen teruggekocht

Om na de oorlog de uitbreiding van het warenhuis te kunnen financieren, geeft het bedrijf 134 aandelen uit. Maar dat betekent natuurlijk ook dat er 134 aandeelhouders zijn, die zich dus mogen bemoeien met het beleid en dividend verlangen. Tijdens de oliecrisis van 1973 is toenmalig eigenaar Nico Vanderveen daar wel een beetje klaar mee. "Er zaten textielbaronnen tussen, zoals Wibra, Scholten en Zeeman. Die zeiden allemaal: je moet niet één warenhuis bouwen, maar juist overal losse filialen maken", zegt zijn kleinzoon en naamgenoot. "Zij dreigden de meerderheid te krijgen, maar mijn grootvader was juist door zijn moeder geïnspireerd om te bouwen aan een warenhuis, naar voorbeeld van de winkelparadijzen die zij had gezien in havensteden als Sint Petersburg en Liverpool. Mijn grootvader wilde dus niet allemaal losse filialen, maar juist alles onder één dak. In Assen."

De aandelen worden teruggekocht. Jan Zeeman - met wie Vanderveen altijd op goede voet leefde - gaat akkoord met het bod, omdat hij eigenlijk wel van de aandelen af wil. De toekomst is namelijk onzeker, er werd minder winst verwacht en dus zouden aandelen mogelijk minder waard worden. "Zo zie je dat iets wat al langer schuurt, tijdens een crisis juist wordt opgelost. Ik aarzel soms wat om dat uit te spreken, want het kan geïnterpreteerd worden als dat je misbruik maakt van de situatie. Maar het is wel zo dat een crisis vaak ook nieuwe kansen biedt."

Van aanbod naar vraag

Toch draait het bedrijf in de jaren '70 nog wel goed. Vanderveen heeft namelijk goede contacten met fabrikanten. Juist in tijden van schaarste is het de fabrikant die goede zaken doet. "In de jaren '80 werd dat anders. De klant kon door het toenemende aanbod steeds beter eisen stellen." Oom Jelle en vader Ruurd Vanderveen besluiten om per afdeling te gaan samenwerken met een vakspecialist. Het bedrijf wordt een shop-in-shopwarenhuis. Letterlijk: een winkel in een winkel. In de jaren daarna is er meer internationalisering en sluit Vanderveen zich aan bij grote Duitse, Franse en Belgische firma's om samen in te kopen en te ontwikkelen.

Na de invoering van de euro in 2002 wordt die internationale schaal nóg groter. Fabrikanten komen meer onder druk te staan en moeten snel leveren voor lage prijzen. "Toen dachten veel fabrikanten: je kunt mij wat, ik ga zelf wel een winkel beginnen. Dat deden onder meer H&M, Zara, Coolcat en Ikea. Zij gingen vanuit de fabricage meteen zelf in eigen winkels verkopen." Slecht nieuws voor veel winkeliers. Het grote voordeel van Vanderveen is dat het bedrijf veel winkelruimte heeft. "Toen zijn we ook gaan samenwerken met fabrikanten om het warenhuisorkest te versterken."

(Tekst gaat verder onder de foto)

Jelle en Ruurd Vanderveen in 1990 (Rechten: Familie Vanderveen)

Megawinkels langs de snelweg

Een paar jaar later. In 2006 wordt de Nota Ruimte afgeschaft. Verantwoordelijkheid voor de inrichting van Nederland wordt voor grote delen afgeschoven op provincies en gemeenten. "Toen dachten veel gemeenten: 'Ah, carte blanche. We gaan eens lekker onze industrieterreinen en plekken langs de snelweg volgooien'", vertelt Vanderveen. "Toen ik hierover las, dacht ik: dat gaat niet goed. De volgende crisis is in de maak. Vanaf rond de eeuwwisseling bleven in Nederland de totale bestedingen in winkels namelijk ongeveer gelijk, terwijl het aantal vierkante meters winkelvloer fors doorgroeide. Overcapaciteit en leegstand lagen op de loer. Dit zwaard van Damocles hing ook boven onze stad."

Uiteindelijk wordt er toch ingegrepen. De Sociaal-Economische Raad (SER) zegt dat de afschaffing van die nota niet goed is geweest en dat eerst leegstand gevuld moet worden, iets waar Assen in de jaren steeds meer te maken mee krijgt. Toch wordt er rond 2015 uitvoerig gesproken over de komst van een zogeheten factory outlet center bij het TT Circuit. Dat is een apart winkelcentrum met daarin zeventig winkelpanden. De gemeenteraad gaat uiteindelijk akkoord, ondanks felle tegenstand van onder meer winkeliers uit de binnenstad. Zij vrezen namelijk nóg meer leegstand. De provincie gaat in 2018 alleen niet akkoord met het FOC, waarna ook Assen de stekker eruit trekt. Winkeliers halen opgelucht adem.

(Tekst gaat verder onder de foto)

De vijfde en zesde generatie Vanderveen (Nico rechtsboven) (Rechten: Familie Vanderveen)

Coronacrisis en de toekomst

En ineens is daar de coronacrisis. Nagenoeg elke sector krijgt te maken met de gevolgen van het virus. Nico Vanderveen verwijst naar schrijver Geert Mak, die de coronacrisis - met al z'n overheidsregels over wat wel en niet mag - als een soort generale repetitie ziet voor de klimaatcrisis. "Ik merk dat de consument nu steeds meer wil weten van ontwerpkeuzes, materialen, herkomst en productie", legt hij uit. "Maar er zijn ook mensen die het allemaal wel prima vinden, want die hebben nu tijdens deze coronacrisis andere dingen aan hun hoofd."

Volgens Vanderveen moet je ook respect hebben voor mensen die het niet breed hebben en zich daarom geen duurdere, duurzame producten kunnen veroorloven. "Maar willen we met z'n allen gelukkig blijven, dan zullen we wel wat moeten doen. We kunnen niet doorgaan met het kapotmaken van de leefomgeving. Maatschappelijk weten we dat wel, maar individueel is dat toch anders. 'Dat komt nog wel een keer', zeggen mensen dan. Maar dan komen we er niet, dus ik denk dat er wel sturing moet komen."

Het draagvlak voor een duurzame wereld wordt wel groter, stelt Vanderveen. "Er zijn natuurlijk altijd ontkenners die hun kop in het zand steken. Maar wij moeten als bedrijf ook maatschappelijk meedenken. Bijvoorbeeld door te praten met ontwerpers over verduurzaming, maar ook door over te stappen van gasketels naar zonnepanelen."

Vanderveen hoopt op duidelijke regelgeving van de overheid. "Klinkt gek, hè? Je wil als ondernemer toch altijd alles mogen kunnen? Nee, dat vind ik niet. Ik wil bijdragen aan een duurzame maatschappij, maar ik ben ervan overtuigd dat daar regels voor nodig zijn. Als je die namelijk niet hebt, gaan de fabrikanten die de chemicaliën zo'n beetje de sloot in kieperen het winnen, want die hebben veel lagere kostprijzen te betalen. Dat wil je toch niet? Misschien worden die producten dan wat duurder. Maar wat is duur? Dat wordt het pas als je de omgeving kapot maakt."

Warenhuis Vanderveen vandaag de dag (Rechten: Familie Vanderveen)

Deel dit artikel: