Drentse boer bespaart water door druppelirrigatie

Aan de rand van een aardappelveld in Nieuw-Balinge staat de Solar drip. Het is een aanhangwagen waar allemaal slangen uit komen. En die zijn verbonden aan een pomp die werkt op zonne-energie. De pomp haalt water uit een eigen bron van akkerbouwer Jan Hovius.

"Tien meter onder de grond zit een pomp. Die hoor je niet en die zie je niet. Je ziet alleen condens op de blauwe slang en daardoor weet je dat die pomp werkt. Op elke hectare ligt dertien kilometer slang. Deze slang zorgt ervoor dat er elke 20 centimeter een paar druppels water per minuut in de grond komt, zodat de plant genoeg water heeft", zegt Hovius, die druppelirrigatie al een paar jaar toepast.

Water bij de wortel

Gewassen van water voorzien gaat op deze manier veel efficiënter dan bij beregenen met een haspel. Het bespaart water en dat wordt steeds belangrijker met de toenemende droogte. "Als ik beregen met een haspel, dan komt het water op het blad terecht en op de grond. Een groot deel verdampt en maar een klein deel komt bij de plant terecht. Bij druppelirrigatie zit de slang bij de wortel. De plant heeft onmiddellijk rendement van dat water. Ik schat in dat deze manier me een derde aan water bespaard," aldus Hovius.

Bijkomend voordeel is volgens Hovius dat er geen capaciteitsproblemen optreden. Bij beregening met een haspel is een grote hoeveelheid water in een keer nodig, zeg maar 30 tot 40 millimeter per keer. Hovius geeft zijn planten als het nodig is dagelijks slechts 5 millimeter water.

Hoger rendement

Druppelirrigatie werkt op zonne-energie en bespaart de twaalf tot vijftien liter diesel per uur die een haspel verbruikt. En de aardappelopbrengst was bij Hovius vorig jaar twee keer zo groot als zonder beregening. "Zonder beregening heb ik per hectare zo'n 30 ton kleine aardappels van mindere kwaliteit, waar ik misschien 6 cent per kilo voor krijg. Nu is de opbrengst 60 ton per hectare waarvoor ik meer dan 10 cent per kilo krijg. Dus de kosten heb ik er meer dan uit", vertelt de parttime akkerbouwer, die ook nog uitvoerder is in de bouw.

Omdat Hovius ook nog andere werkzaamheden heeft, vindt hij het belangrijk dat hij zelf kan bepalen wanneer hij de planten water geeft. "Ik leg het systeem aan wanneer het nog niet zo warm is. Ik kan het werk plannen als ik tijd heb en als ik zin heb. De jongens die een traditionele haspel hebben moeten straks bij 30 graden slangen uitrollen in het veld. Of midden in de nacht de haspel verzetten. Ze moeten dag en nacht pompen om maximaal rendement te halen. En dan zit ik lekker bij airconditioning", lacht hij.

Dirk Jan Beuling van de afdeling akkerbouw van LTO noemt het een "verwachtingsvolle toepassing". Wel merkt Beuling op dat het meer werk is en dat er meer afval ontstaat door de vele slangen. "Het is verder een duurdere oplossing, zonder dat je weet of het nodig is", zegt Beuling. Want als er wel genoeg neerslag valt is het systeem niet nodig.

Ontwikkelaar Johan Tijms wuift die opmerkingen weg. "Het is duur, maar je bespaart op diesel, arbeid in de zomer, water en mest. En je opbrengst is hoger," zegt Tijms.

Over het afval zegt Tijms: "We gebruiken de slangen nu al twee jaar en doen proeven om ze vijf jaar te gebruiken. De slangen zijn gemaakt van polyethyleen. Je kunt ze recyclen. Het restmateriaal is nul, dus het is wel degelijk duurzaam."

Dubbel doel

Ook zou het geen weggegooid geld zijn als het toch voldoende regent. "We gaan de meststoffen ook toedienen door middel van de slangetjes. Die lossen we op in het water. En diverse hogescholen hebben uitgerekend dat je een veel hoger rendement hebt wat mestopname betreft. Dat rendement is 60 procent", zegt Tijms.

En minder verspilling. "Normaal gesproken maak je een bemestingsplan voor een opbrengst van 60 ton aardappelen. Als je nu toch maar 30 ton aardappelen hebt, vanwege een droge zomer, dan zit toch al die mest in de grond. En dat gaat naar het grondwater. Dat is slecht voor het milieu", aldus Tijms.

Proefproject

Bij tien tot twaalf boeren in Groningen en Drenthe is een driejarige proef gestart om de effecten nader te onderzoeken van druppelirrigatie. Daarbij wordt gekeken naar de verschillende grondsoorten, de kosten, het waterverbruik, de plantengroei en de meeropbrengst. Met het plattelandontwikkelingsprogramma (POP3) is een een subsidie gemoeid van 800.000 euro.

Jan Hovius (links) en Johan Tijms (Rechten: RTV Drenthe)

Deel dit artikel: