Waterkwaliteit Drentsche Aa moet beter: minder gewasbeschermingsmiddelen

Nationaal Park Drentsche Aa
Er zitten nog steeds te veel gewasbeschermingsmiddelen in de beken van het Drentsche Aa gebied © Provincie Drenthe
De hoeveelheid gewasbeschermingsmiddelen in de beken en waterlopen in het Drentsche Aa-gebied moet verder omlaag. Alleen dan is er een robuuste en veilige drinkwaterwinning uit het oppervlaktewater mogelijk. Sinds 2016 lopen er proeven en werkwijzen om minder bestrijdingsmiddelen in het water van de beken van de Drentsche Aa te terecht te laten komen, maar die werken nog onvoldoende.
De bestaande projecten moeten geïntensiveerd worden. Niet alleen door het aantal gewasbeschermingsmiddelen te verminderen, maar ook met ander of duurzamer grondgebruik door de landbouw. Dat concludeert een adviescommissie die onderzocht wat er nog meer moet gebeuren om de waterkwaliteit in het Drentsche Aa-gebied te verbeteren.
De provincie, gemeenten en de waterschappen moeten beter handhaven en toezicht houden, aldus de commissie. En de nieuwe Omgevingswet geeft de overheid veel betere instrumenten om te zeggen: die vorm van landbouw doen we daar wel en daar niet. Daarnaast moet er een lobby komen om gewasbeschermingsmiddelen breder te testen op uitspoeling van landbouwakkers.

Drentsche Aa is drinkwater

Het water van de Drentsche Aa wordt gebruikt voor de openbare drinkwatervoorziening. De hele stad Groningen drinkt het water. De waterkwaliteit moet daarvoor voldoen aan wettelijk vastgestelde kwaliteitsnormen. De provincie Drenthe, waterschap Hunze en Aa's en Waterbedrijf Groningen hebben tussen 2016 en 2022 samen met veel boeren, bedrijven en natuurorganisaties op vrijwillige basis gewerkt aan het Uitvoeringsprogramma oppervlaktewaterwinning Drentsche Aa (UPDA).
Het doel was om in 2023 het aantal normoverschrijdingen van gewasbeschermingsmiddelen bij het innamepunt voor de drinkwaterbereiding van Waterbedrijf Groningen (bij De Punt, red.) ten opzichte van 2012 met 95 procent te verminderen.
Hoewel de resultaten in de periode 2012-2020 een dalende trend lieten zien, is deze doelstelling in 2021 niet bereikt en de verwachting was dat dat ook de jaren daarna niet zou lukken. De UPDA-partners hebben dan ook geconcludeerd dat er een aanvullende strategie nodig is en daarom ging een commissie onder leiding van oud-gedeputeerde en oud-dijkgraaf Marga Kool en oud-Noordenveld-wethouder Henk Kosters aan de slag om te onderzoeken wat er nog meer moet gebeuren.

Minder middelen en duurzamer grondgebruik

Er zijn inmiddels veel meetgegevens beschikbaar die een 'ongelijk beeld laten zien als het gaat om de aanwezigheid van gewasbeschermingsmiddelen boven de aantoonbaarheidsgrens'. De resultaten wisselen te veel. Maar bij het waterinnamepunt voor de drinkwaterwinning worden zo'n vijftien soorten middelen vaak gemeten, waaronder landbouwgif dat gebruikt wordt in de bollenteelt, bietenteelt en vollegrondsgroenten. Er zijn meer meetpunten in en net buiten het Drentsche Aa-gebied, waarvan het meetpunt bij Laaghalen het slechtst scoort op de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen.
"Er is overtuigend bewijs dat gewasbeschermingsmiddelen uit- en afspoelen naar het oppervlaktewater tijdens hevige regenbuien in de zomerperiode. Ook zijn er aanwijzingen dat beregening van gedraineerde landbouwakkers in droge periodes ook veel uit- en afspoeling veroorzaken." Volgens de commissie moet daar wat aan gebeuren omdat door klimaatverandering er meer periodes met droogte en meer hevige regenval komen. Ook vermindering van de uitspoeling van meststoffen is overigens nodig.

Niet alleen de boeren

Andere manieren van onkruid verwijderen kunnen bijvoorbeeld helpen. En niet alleen in de landbouw. Volgens de commissie tonen de meetgegevens aan dat de gifstoffen ook in bebouwd gebied worden aangetroffen. Dus moeten bedrijven en inwoners ook worden aangezet tot andere manieren van onkruid- en plaagbestrijding.
Volgens Kosters moet er een 'risico-vangnet' komen voor boeren als het gaat om het verminderen van bestrijdingsmiddelen. Hij denkt aan een soort fonds of verzekering. "Daarmee kun je bijvoorbeeld een boer helpen om toch niet preventief te spuiten. Als achteraf blijkt dat er toch minder gewasopbrengst is en de boer heeft minder gespoten dan moet zo'n boer gebruik kunnen maken van het risico-vangnet."

Middelen breder testen

De commissie concludeert ook dat het nationale toelatingsbeleid voor gewasbeschermingsmiddelen tekortschiet. "Een brede lobby om beleid van Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen (Ctgb) aan te scherpen is nodig." De middelen moeten volgens de commissie veel breder worden getest voordat ze toegelaten worden.
Ander grondgebruik kan ook leiden tot minder landbouwgif in het oppervlaktewater. Bijvoorbeeld door het aanwijzen van of verbreden van spuitvrije zones. Provincie, landbouwers en terreinbeheerders moeten samen zorgen voor sturing op aankoop en beheer van gronden.
Bij een duurzamer grondgebruik kan uiteindelijk niet alleen de waterkwaliteit, maar ook de waterkwantiteit (hoeveelheid) beter geregeld worden. Denk aan het langer vasthouden van water in een gebied.
De gebiedsprojecten moeten vooral voortgezet worden, vindt de commissie. Daarbij is het ook belangrijk om alle kikkers in de kruiwagen te houden, waarschuwt Kool. "Als er één boer in het gebied niet meedoet, dan kan hij de inspanningen van al z'n collega's om hem heen tenietdoen."
Wat Kosters betreft moeten alle bestaande projecten worden versneld.

'Aanscherpen instrumenten'

Volgens de commissie is er daarnaast een "onbalans tussen verplichtende kaders en vrijwilligheid. Er is de afgelopen jaren veel ingezet op vrijwilligheid maar de resultaten dwingen tot heldere en verplichtende kaders." Oftewel: meer regels.
Ook maken de provincie, gemeenten en waterschappen onvoldoende gebruik van hun juridische instrumenten. De waterwetgeving bepaalt de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater. De ruimtelijke ordening bepaald onder welke voorwaarden op welke plaats bepaalde functies mogelijk zijn. Deze instrumenten moeten beter worden gebruikt, vindt de commissie. Ook de nieuwe Omgevingswet geeft meer bevoegdheden en instrumenten aan de provincie, zo concludeert de commissie.
En intensiveren van handhaving en toezicht is nodig, die is nu te versnipperd en de inzet ervan is te beperkt.

Reactie provincie

De provincie moet de regie nemen en dat gaan Gedeputeerde Staten (GS) doen. GS nemen de conclusies van de commissie over, maar over de voorgestelde maatregelen wil de provincie eerst in gesprek met alle partners in het gebied, zo laat gedeputeerde Willemien Meeuwissen weten.

Heb je een nieuwstip, nieuwe informatie óf heb je een foutje gespot? Stuur een bericht, foto of filmpje via WhatsApp of mail de redactie.