Iconen van de TT: van Duke en Agostini tot Rossi en Streuer

De TT kent vele iconen. In bijna honderd jaar TT-geschiedenis (de eerste race was in 1925) zijn talloze coureurs voorbijgekomen waar men vandaag de dag nog steeds over praat. Denk bijvoorbeeld aan Giacomo Agostini en Ángel Nieto, maar ook Nederlandse rijders zoals Wil Hartog en Egbert Streuer.

Valentino Rossi is een icoon van deze tijd, maar verschijnt vandaag - waarop de negentigste TT zou worden verreden - niet aan de start in Assen. Net als alle andere coureurs. Het coronavirus leidde ertoe dat voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog de TT niet doorgaat. Geen gebrul van motoren, geen biertje op het talud en geen feest in de stad. Het is stil in Assen.

Daarom gaan we vandaag terug in de tijd en duiken we in de rijke historie van de TT. Een overzicht van enkele TT-iconen (een overzicht dat 'uiteraard' niet compleet is).

Geoff Duke (1923-2015)

Geoff Duke na zijn overwinning in de 350cc-klasse in 1952 (Rechten: Nationaal Archief - J.D. Noske / Anefo)

The Duke, zoals hij ook bekendstaat, wordt zes keer wereldkampioen: vier keer in de 500cc en twee keer in de 350cc-klasse. In zijn carrière wint hij zes keer de TT. Duke wordt in 1950 prof en gooit meteen hoge ooien. De Engelsman wint gelijk de Isle of Man TT en eindigt uiteindelijk als tweede in het wereldkampioenschap (in beide klasses), in de koningsklasse slechts met één puntje minder dan Umberto Masseti.

Het jaar daarna (1951) komt hij pas echt op stoom. In de 350cc-klasse wint de Norton-coureur talloze races, op een 500cc-motor wint hij drie keer, waaronder in Assen/Hooghalen. Ook schrijft hij in beide klasses het wereldkampioenschap op zijn naam. In 1952 wint hij in de 350cc-klasse de TT en wordt hij opnieuw wereldkampioen. Duke ruilt dan zijn Norton in voor een Gilera, iets waar veel Britten niet zo blij mee zijn. Professioneel gezien blijkt het een goede keuze te zijn geweest, want in de jaren 1953 tot en met 1955 gaat hij er op zijn 500cc-machine met de winst vandoor in Assen/Hooghalen (in 1954 rijdt hij 169 kilometer per uur op het oude circuit, een record voor die tijd). Ook wordt hij die jaren gekroond tot wereldkampioen. Duke is ongekend succesvol: in die jaren zijn er slechts drie races die hij niet wint.

De race in 1955 is overigens eentje voor in de geschiedenisboeken. Niet alleen omdat Duke met de winst in Assen kampioen wordt. Voor het eerst wordt er namelijk niet meer door Hooghalen geracet, maar alleen op het circuit in Assen. Ook zijn coureurs in de 350cc-klasse ontevreden over het startgeld. Ze vinden dat ze meer horen te krijgen. Een aantal 500cc-rijders is solidair, onder wie Duke. De organisatie wordt het mes op de keel gezet en gaat overstag.

John Surtees (1934-2017)

Surtees (links) samen met John Hartle op een trainingsdag voor de TT van 1958 (Rechten: Nationaal Archief - Joop van Bilsen / Anefo)

De Brit John Surtees is een bijzondere coureur. Hij is de enige die wereldkampioen werd op een motor (zeven keer) én in een Formule 1-auto (één keer). Surtees is van 1952 tot en met 1960 een van de beste motorrijders ter wereld. Van de 49 grand prix die hij rijdt, wint hij er liefst 38. Ook wordt hij drie seizoenen achter elkaar (1958, 1959, 1960) wereldkampioen in twee klasses: de 350cc en 500cc.

Ook in Assen doet Surtees in die jaren goede zaken. De TT wint hij zes keer. In 1956, 1957, 1958 en 1959 wordt hij eerste in de 500cc-race. In de jaren 1958 en 1960 wint hij in de 350cc-klasse. Een van die glorieuze TT-overwinningen behaalt Surtees in 1959. Met overmacht. Hij finisht na 1 uur, 31 minuten en 20.2 seconden als eerste, met een gemiddelde snelheid van ruim 136 kilometer per uur. Zijn concurrentie volgt minuten later.

John Surtees wint de TT van 1959 (met dank aan moeder Surtees)

Dat jaar neemt hij zijn moeder Dorothy mee naar Assen. Moeder Surtees is namelijk erg belangrijk voor hem. De krant De Tijd schrijft er dat jaar het volgende over: "Wat mama Surtees zegt, wordt door John stipt opgevolgd. Zo was dat enkele jaren geleden toen een van angst huilende John door zijn moeder de races moest worden ingeduwd. (...) Moeder Surtees, die vroeger op een zware 1.000cc Victoria over de Engelse wegen snorde, regelt alles voor haar zoon. Zij ziet er nauwkeurig op toe dat de monteurs zijn gestroomlijnde M.V. goed schoon houden en vertoeft tijdens de race voortdurend in de pit. (...) In ruil daarvoor moet John precies doen wat zij zegt en dat is niet gering. Ma Surtees stelt hoge eisen. Haar zoon moet winnen en wel zo overtuigend als maar mogelijk is."

Mike Hailwood (1940-1981)

Hailwood tijdens de TT van 1967 (Rechten: Nationaal Archief (fotograaf onbekend))

Mike Hailwood, ook wel bekend als Mike the Bike, wordt in de jaren 60 negen keer wereldkampioen in verschillende klasses. Ook op het asfalt in Assen doet hij vaak goede zaken. Negen keer wint hij de TT: in 1961 (250cc), 1962, 1964, 1965 (allen 500 cc), 1966 (250cc en 350cc), 1967 (250cc, 350cc en 500cc).

Drie overwinningen boekt hij op 24 juni 1967. "Het is de TT van Mike Hailwood geworden", schrijft de Friese Koerier. "Hij stapte in Assen van de ene Honda op de andere, lag in een tijdsbestek van amper 5,5 uur precies 3 uur, 3 minuten en 7 seconden op het racekussen." Vooral de race in de koningsklasse is eentje die toeschouwers niet gauw zouden vergeten. De aartsrivalen Hailwood en Giacomo Agostini (over hem later meer) rijden een bloedstollende spannende race. "De rode machine van de kleine Italiaan steigerde als een Lippizaner-renpaard. De monstrueuze Honda van Hailwood zong gierend zijn lied. Wiel aan wiel snelde het duo over het circuit", aldus dagblad Trouw in de krant van maandag. Agostini gaat tot het uiterste om Hailwood voor te blijven, maar in ronde tien gaat de Brit hem voorbij en staat de koppositie niet meer af.

Hailwood geldt als een van de beste coureurs aller tijden. Grote concurrenten in die tijd zijn Jim Redman (die ook negen keer de TT wint) en dus Giacomo Agostini. Ook is hij Formule 1-coureur, maar haalt daar geen grote successen. Hailwood overlijdt in 1981 op 40-jarige leeftijd. De Brit rijdt met zijn zoon en dochter in een auto om een patatje te halen wanneer ze worden aangereden door een vrachtwagen. Dochter Michelle overlijdt direct, zoon David raakt gewond maar overleeft het ongeluk. Mike Hailwood sterft twee dagen later in het ziekenhuis.

Giacomo Agostini (1942)

De Italiaanse motorcoureur Agostini in Assen in 1972 (Rechten: Nationaal Archief - Hans Peters / Anefo)

Giacomo Agostini bewaart goede herinneringen aan de TT in Assen. Niet zo gek natuurlijk, want hij wint de Nederlandse race in het wereldkampioenschap maar liefst veertien keer. Meestal op z'n MV Agusta. Vanaf halverwege de jaren 60 tot medio jaren 70 behoort Agostini tot de absolute wereldtop.

In de jaren 1968 tot en met 1972 wint hij tijdens de TT elke keer de 350cc- en de 500cc-race (en het wereldkampioenschap), net als in 1974. In 1973 en 1976 schrijft hij alleen de 350cc op zijn naam. Sla de kranten van die tijd er maar eens op na. Je ziet koppen als Giacomo Agostini nog steeds alleenheerser, of Grootvorst van Assen en Giacomo Agostini wint zoals hij wil.

Uit: Nieuwsblad van het Noorden (29 juni 1970)

Enkele dagen voor de TT maakte Giacomo Agostini er geen geheim van dat hij zich wel eens een spelletje veroorlooft om het publiek enthousiast te maken. Zaterdagmorgen rezen inderdaad de vele tienduizenden langs het Drentse circuit overeind toen Agostini rondenlang met zijn MV ogenschijnlijk een verwoed gevecht leverde met de Benelli van zijn landgenoot Pasolini. Ook Phil Read mengde zich begerig in het gevecht om de leiderspositie van een al in de eerste ronden ver uiteen geslagen veld. Hoe bedrieglijk deze manipulatie van de onverslaanbare Agostini was, bleek uit zijn rondetijden die aanvankelijk ver beneden de trainingstijden lagen. Halverwege de race vond 'Ago' het toch zo langzamerhand welletjes worden, hetgeen hij bewees door binnen een paar ronden een enorm gat te slaan tussen de onmachtige Pasolini, die zijn Benelli tot het uiterste bedroefde. Tevergeefs, Agostini was en bleef weg.

Agostini is die jaren ongenaakbaar. En dat begint hij een beetje saai te vinden, schrijft het Algemeen Dagblad in 1971. "De grootste vedette is Agostini ongetwijfeld. Hij weet dat. Niemand kan hem aan en dat gaat de mooie Italiaan, een jongen met een wat heet engelenbekje, vervelen. Agostini wil iets nieuws. Met meer strijd." De Italiaan wil de stap naar de autosportwereld maken. "Ik heb nu alles gewonnen wat er te winnen valt. En eigenlijk is er niks aan, want met deze motoren ben ik veruit de snelste. Dat is uiteraard mijn fout niet, maar het is toch niet zo leuk."

Uiteindelijk rijdt hij nog tot 1977 op de motor. Daarna racet hij tot 1980 op vier wielen, maar tot een succesvolle carrière in de auto leidt het niet.

Ángel Nieto (1947-2017)

Nieto wint tijdens de TT in 1972 de 50cc-race op zijn Derbi (Rechten: Nationaal Archief - Hans Peters / Anefo)

Niemand heeft de TT zo vaak gewonnen als Ángel Nieto. De Spanjaard krijgt liefst vijftien keer de lauwerkrans omgehangen. Ook wordt hij dertien keer wereldkampioen, zes keer in de 50cc-klasse, zeven keer in de 125cc. Alleen Giacomo Agostini wordt vaker wereldkampioen (vijftien keer). Nieto heeft wel een ander record in handen: hij heeft de meeste titels gepakt met verschillende teams (Derbi, Bultaco, Garelli, Minarelli en Kreidler).

Op z'n snerpende 50cc-machine wint hij de TT van 1970 tot en met 1972 en van 1975 tot en met 1977. De 125cc-race pakt hij in 1971, 1972, 1977 en van 1979 tot en met 1984. De koning van zijn klasse.

Ángel Nieto wint de TT van 1971

Op 30 juni 1984 verbreekt Nieto het TT-record van Agostini. "De vermaarde Giacomo Agostini is onttroond", schrijft het Algemeen Dagblad. Het wordt zijn laatste TT-overwinning. In 1986 stopt de Spanjaard en richt het jaar erop zijn eigen raceteam op. Ángel Nieto overlijdt in 2017 na een quad-ongeluk.

Valentino Rossi (1979)

Valentino Rossi na z'n laatste TT-winst in 2017 (Rechten: ANP)

De onbetwiste heerser van de modernere TT is natuurlijk Valentino Rossi. The Doctor - die ongekend populair is in Assen - schrijft de TT tien keer op zijn naam. Z'n eerste race wint hij in 1997 in de 125cc, een jaar later op een kwartliter. In de MotoGP-klasse (zoals de koningsklasse tegenwoordig heet) wint hij in 2002, 2004, 2005, 2007, 2009, 2013, 2015 en 2017.

Dat Rossi in Assen op handen wordt gedragen, is algemeen bekend. Sinds 2009 wordt de Stekkenwal Tribune omgedoopt tot Rossi Tribune. In het eerste jaar staan er zo'n vijfhonderd fans, tegenwoordig zitten er ruim duizend mensen uitgedost in gele shirts.

Een van de mooiste overwinningen? Fans op de Rossi Tribune denken ongetwijfeld aan 2009. De Italiaan wint dan zijn honderdste grand prix en viert die overwinning met een spandoek voor de uitzinnige fans. Na 2017 heeft Rossi de TT niet meer gewonnen, zo ging hij vorig jaar al vroeg in de race onderuit. Het is nog maar de vraag of Rossi ooit nog een TT rijdt. The Doctor wil het liefst nog een jaar door, maar helemaal zeker is dat nog niet.

Nederlandse iconen

Geen enkele Nederlandse coureur is zo succesvol als de namen hierboven, maar ook wij kennen de nodige TT-iconen. Denk maar eens aan Geert Timmer, Wil Hartog, Jack Middelburg, Boet van Dulmen en Egbert Streuer. Hieronder een beknopt overzicht.

Geert Timmer (1908-1978)

Een jonge Geert Timmer (Geert is de meest rechtse van de drie mannen die elkaars hand vasthouden) (Rechten: Privécollectie familie Timmer)

Als je het over de TT hebt, kun je eigenlijk niet om de familie Timmer uit Assen heen. Op het circuit is namelijk een Geert Timmer-bocht, en zijn zoon Jaap kennen we als Mister TT. Geert Timmer is een succesvolle coureur in de jaren voor de oorlog. Tijdens de TT van 1926 (de tweede TT ooit en de eerste door Hooghalen) gaat hij er met de winst vandoor in de 175cc-klasse. In de jaren 1931, 1932 en 1936 wordt hij de beste Nederlander in de 250cc. Op zijn New Imperial wordt hij overigens ook vijf keer Nederlands kampioen.

Na zijn racecarrière wordt Timmer onderdeel van de TT-commissie. Ook is hij in zijn leven veertig jaar bestuurslid van de Motorclub Assen en Ommstreken. Timmer ontwerpt in 1953 het TT Circuit in Assen en krijgt daarbij hulp van Geoff Duke, Piet Nortier en Jan Weggemans. In 1977 voldoet het circuit niet meer aan de eisen van die tijd. Geert Timmer is opnieuw betrokken bij de totstandkoming van een veiliger circuit. Het is een van de laatste dingen die hij voor de TT doet, want in 1978 overlijdt hij op 70-jarige leeftijd. In 1982 wordt een bocht op het circuit naar hem vernoemd.

Geert's zoon Jaap krijgt de TT met de paplepel ingegoten. Coureur wordt hij niet, maar wel bestuurslid, promotor, speaker, commentator en een soort wandelende TT-encyclopedie. Het levert hem de titel Mister TT op. Bestuurslid wordt hij trouwens pas in 1973, nadat vader Geert ermee stopte. Het is namelijk een regel dat een vader en zoon niet tegelijkertijd in het bestuur mogen zitten. In 2007 neemt Timmer afscheid van het TT-bestuur, maar helemaal loslaten doet hij het nooit. Jaap Timmer overlijdt in 2017.

De Grote Drie

Wil Hartog op de schouders na de winst in 1977 (Rechten: Nationaal Archief - Koen Suyk / Anefo)

Wie denkt aan Nederlandse grootheden, komt al gauw uit bij de Grote Drie: Wil Hartog, Jack Middelburg en Boet van Dulmen. Hartog is de eerste die met racen begint. De grasdroger uit Abbekerk draagt die jaren altijd een wit motorpak. Het levert hem de bijnaam De Witte Reus op.

In 1977 doet hij voor het eerst mee aan een 500cc-wereldkampioenschap. In dat jaar pakt hij z'n eerste - en ook gelijk z'n mooiste - zege: de TT. Hartog heeft zijn zege naar eigen zeggen mede te danken aan Barry Sheene (die die dag tweede wordt). De Witte Reus is ziekjes en voelt zich belabberd. Van Sheene krijgt hij een drankje en voelt zich daarna steeds beter. "Dankzij Barry Sheene heb ik gewonnen", zei Hartog in het tijdelijke TT Museum van RTV Drenthe. De Nederlander schreef daarna een dankbriefje aan Sheene.

De tweede en laatste keer dat een Nederlander eerste wordt in de 500cc is in 1980. Vandaag precies veertig jaar geleden. 'Jumping' Jack Middelburg begint de race op poleposition, maar verliest bij de duwstart een stuk of twintig plaatsen omdat hij nog geblesseerd is aan z'n been. Maar de achterstand maakt hij snel goed. Sterker nog: vlak voor het einde ligt hij zelfs ruim op voorsprong. Jumping Jack - die zijn bijnaam te danken heeft aan zijn onbesuisde rijstijl - wint. Een paar jaar later, in 1984, sterft hij in het harnas op het stratencircuit van Tolbert. Middelburg is dan pas 31 jaar oud.

Boet van Dulmen zou op 27 juni 1981 de derde Nederlandse winnaar in de 500cc worden. Inderdaad, zou. Vlak voor de start regent het flink in Assen. Van Dulmen is daar blij mee, maar de race wordt een kwartier uitgesteld omdat Wil Hartog een ereronde rijdt. "Het was precies dát kwartiertje dat ik nodig had om de race te kunnen winnen", vertelde Den Boet negen jaar geleden. Van Dulmen wordt tweede, achter Marco Lucchinelli.

Egbert Streuer (1954)

Egbert Streuer (r.) met zijn bakkenist Bernard Schnieders in 1984 (Rechten: Nationaal Archief - Marcel Antonisse / Anefo)

Als je het hebt over iconen van de TT, dan kan 'onze eigen' Egbert Streuer natuurlijk niet ontbreken. De geboren Assenaar met z'n imposante krullen en wilde baard is zelf overigens heel bescheiden: met het woord 'icoon' heeft hij helemaal niks.

Zijspancoureur Streuer wordt samen met zijn bakkenist Bernard Schnieders drie keer wereldkampioen (1984, 1985, 1986). Die wereldkampioenschappen zijn natuurlijk mooi, maar het duo wint maar niet in Assen. Tot 1987. Dat jaar willen ze eigenlijk liever de TT winnen dan het wereldkampioenschap. Op een kletsnatte baan lukt het ze. De race is verre van spannend, Streuer en Schnieders komen als eerste over de finish, 24 seconden voor de latere wereldkampioenen Webster en Hewitt.

In 1991 wint Streuer de TT opnieuw, nu met zijn Engelse bakkenist Peter Brown. Vlak voordat de laatste ronde begint, duikt Streuer op achter Rolf Biland. Bij het uitremmen schiet hij hem voorbij. Wanneer de Drent over de finish komt, ziet de pitstraat binnen een minuut zwart van de mensen. Streuer rijdt geen uitloopronde en parkeert in de pit. Hij en Brown worden op de schouders genomen en naar het podium gedragen.

Streuer (66) woont tegenwoordig in Grolloo en werd vorig jaar in het Drents Museum geëerd met een tentoonstelling over zijn carrière. Ook schreef Natascha Kayser een boek over hem.