Advocaat: 'Josef B. was niet huurder, maar Gerrit Jan van D.'

De 59-jarige Josef B. die medeverdachte is in de Ruinerwold-zaak, vindt dat de verhuurder van de bedrijfsruimte aan de Kaapweg in Meppel niet hem voor de rechter had moeten slepen voor een huurconflict, maar medeverdachte Gerrit Jan van D. (67). Dit zei Yehudi Moszkowicz, de raadsman van B., vandaag tijdens een kort geding over een huurgeschil.

De verhuurder wil dat het pand wordt ontruimd, omdat er sprake is van huurachterstand. Van D. en B. zitten sinds oktober vast nadat in een boerderij in Ruinerwold een volledig geïsoleerd gezin werd ontdekt. Het waren zes van de kinderen van Van D. De beide mannen worden onder meer verdacht van vrijheidsberoving. Direct na de aanhouding zou de verhuurder een procedure tot ontruiming van het pand in Meppel zijn gestart. "Hij maakt misbruik van mijn huidige kwetsbare positie", zei B. vandaag tegen de rechter.

Gemachtigd

B. vindt het onterecht dat de verhuurder een kort geding tegen hem heeft aangespannen. B. betaalt sinds zeventien jaar netjes de huur, zodat hij in dat pand zijn timmerbedrijf kan runnen. Maar op papier is Van D. de huurder. B. regelde de huurzaken, maar dat ging in opdracht van Van D. die B. hiervoor volmacht had gegeven. Voor deze volmacht ontbreekt een schriftelijke verklaring, maar omdat B. al zeventien jaar het aanspreekpunt is van de verhuurder kan dit volgens B. wel zo worden opgevat.

Misbruik

B. had naar eigen zeggen geen afscheid willen nemen van dat pand in Meppel. "Toen ik in detentie kwam heb ik de verhuurder een nette brief geschreven en mijn situatie uitgelegd. Dat mijn bankrekening vanwege de zaak, waarvoor ik zit, is bevroren. Maar dat ik alles zou regelen. Ik hoopte na mijn vrijlating weer dat bedrijf op te kunnen pakken. Maar ze hebben mij gedagvaard en er wordt misbruik gemaakt van de slechte situatie waar ik nu in zit", aldus B.

Machines weg

Hij liet een kennis spullen uit het pand halen. "Alles daar is nu leeg", stelt B. Maar dat was volgens de verhuurder niet waar: "Er ligt overal nog troep." Volgens B. waren zijn dure machines achter zijn rug om uit het pand gehaald. Hij wees daarbij met zijn vinger naar de verhuurder. "Onzin", meende die op zijn beurt. "In het kader van het strafrechtelijk onderzoek is het pand door de politie opengebroken. Daarna bleef het pand open. De buurman wees ons hierop en het was de buurman die de boel weer dicht timmerde."

Lijn recht tegenover elkaar

B. vond bovendien dat hij veel in het pand heeft vertimmerd, ten gunste van de verhuurder. "Zo is er een nieuwe keuken en toilet in gemaakt, plus een kantine en er is krachtstroom aangelegd", zei de timmerman. Van de verhuurder had dat allemaal niet gehoeven. "Voor hetzelfde geld wil de nieuwe huurder dit allemaal niet. Wat moet ik er dan mee?" De partijen stonden lijnrecht tegenover elkaar.

De rechter doet binnen twee weken uitspraak.

Deel dit artikel: