Aan Drentse zonneparken wordt in het Noorden het meeste verdiend

Drenthe heeft in het Noorden relatief grote zonneparken en er wordt naar verhouding ook de meeste winst op gemaakt door ontwikkelaars. In totaal wordt in Drenthe zo'n 207 miljoen winst gemaakt op de zonneparken die in aanbouw zijn of al zijn gerealiseerd.

De ontwikkelaars halen ongeveer 515 miljoen aan subsidie op en verdienen ruim 825 miljoen met de verkoop van energie. Na aftrek van de kosten van ruim 1,1 miljard blijft er 207 miljoen euro aan winst over gedurende de levensduur van de Drentse zonneparken. De omgeving profiteert daar niet of nauwelijks van mee.

Burger deelt niet mee

Bij de zonneparken die er in Drenthe al zijn of die nog in de pijplijn zitten, is er nauwelijks sprake van compensatie voor en participatie met de nabije omgeving. Juist de gemeenten met de meeste zonneparken, Borger-Odoorn en Coevorden, konden niet tot in detail een overzicht geven van wat er gedaan is aan participatie en compensatie. Terwijl toezicht hierop wel degelijk tot de taken van de gemeente behoort.

Een tweeregelig antwoordt de gemeente Borger-Odoorn op de vraag wat er aan participatie en compensatie is gedaan bij het grootste zonnepark van Nederland, Vloeivelden Hollandia in Nieuw-Buinen. Dat park van 100 hectare is momenteel in aanbouw en is goed om een stad ter grootte van Assen van stroom te voorzien. De initiatiefnemers maken naar schatting 25 miljoen euro winst tijdens de levensduur van het park. "Er zijn meerdere informatieavonden geweest met een aanbieding mee te doen in het project met rentebetaling. Exploitant participeert financieel in activiteiten en leef- en woonomgeving gebied", schrijft de gemeente in een reactie.

Minimale participatie

Jelmer Pijlman van Solarfields, een van de initiatiefnemers van Vloeivelden Hollandia, wil wel verduidelijken wat er is gedaan om de omgeving erbij te betrekken. "Om te beginnen was het niet verplicht om te doen aan compensatie en participatie. Wij hebben een informatieavond gehouden waar ongeveer honderd mensen op af zijn gekomen. Daar hebben we onze plannen voorgelegd. Twee omwonenden waren geïnteresseerd in het kopen van zonnepanelen tegen inkoopprijs. Drie buurtbewoners gaven aan interesse te hebben in een obligatieregeling. Dat vonden we niet genoeg om die financiële participatie op poten te zetten", zegt Pijlman.

Nu de bouw van het park al vordert, wil hij nog wel een keer inventariseren of er nu meer belangstelling is. Hij wijst er ook op dat het zonnepark bedrijvigheid biedt en werkgelegenheid oplevert in de dunbevolkte Veenkoloniën.

Geen compensatie

Financieel meedoen in de activiteiten in het gebied is gebeurd in de vorm van de schenking van een AED, een automatische externe defibrillator, een draagbaar apparaat dat het hartritme weer kan herstellen bij een hartstilstand. Dat is nogal magertjes, vindt Rob Rietveld uit Annerveenschekanaal, die betrokken is geweest bij zestig windparken en 14 omgevingsraden. Hij vindt dat bij ieder project een omgevingsraad moet worden gevormd, nog voordat de vergunningen worden verleend. Die kan bepalen wat redelijk is als compensatie.

"Ik heb het over bewonersplatformen die in gesprek gaan met de ontwikkelaars en andere belanghebbenden in het gebied. We zien dat als je dat op een goede manier doet er meer acceptatie komt voor zonneparken. Ik spreek nooit van draagvlak, maar over acceptatie. Dat is dat mensen snappen dat het moet gebeuren en dat het soms de beste optie is dat er een zonnepark bij hen in de achtertuin kom. Ik wil dan nog wel de ontwikkelaar zien die hardop durft te zeggen dat een AED voldoende compensatie is, zegt Rietveld.

Buurtbewoner Jaap Dost vindt dat de initiatiefnemers genoeg moeite hebben gedaan om de omgeving erbij te betrekken. "Als er geen belangstelling voor is, dan is dat zo. En we hebben helemaal geen last van het zonnepark. Het ligt achter een wal die er al was. Hier in de omgeving storen mensen zich veel meer aan de windmolens. Die zie je overal staan. Dat daar compensatie voor wordt betaald waar de dorpen wat aan hebben, dat is mooi", zegt Dost.

Burgerparticipatie-expert Rob Rietveld vindt dat het afhankelijk is van de inpassing in de omgeving van een park hoeveel er terug moet vloeien naar de omgeving. "Als er heel veel winst wordt gemaakt op een zonnepark en de omgeving heeft er last van, dan zou er meer naar de omgeving kunnen gaan dan wanneer er geen overlast is."

Is compensatie nodig?

De initiatiefnemer vindt het meten met twee maten als bedrijven die een grote landschappelijke impact hebben in sommige gevallen wel compensatie moeten betalen en in sommige gevallen niet. Hij noemt als voorbeeld de aanleg van een snelweg. "Ik vind het prima als we samen met een coöperatie een zonnepark realiseren. Dan steken we er allebei energie en geld in. We betalen dus vanaf het begin gezamenlijk de rekeningen en delen samen in de winst. Maar om nou zomaar geld weg te gaan geven. Daar kun je een hele discussie over voeren of dat eerlijk is", zegt Pijlman. Wettelijk verplicht is het in ieder geval niet.

Buurtbewoner Dost vindt het onnodig dat bedrijven compensatie betalen. "Hier verderop staat een timmerfabriek. Ik weet niet hoeveel winst ze daar maken. Stel dat dit veel is, dan vragen we toch ook niet of ze een deel van de winst afstaan aan de omgeving? We horen die machines best wel. Maar je kunt ieder bedrijf toch niet vragen om te delen in zijn bedrijfsresultaat?"

Dat vindt Rietveld te makkelijk. "Bij een snelweg zit er geen verdienmodel achter. Dat is de overheid die de infrastructuur wil versterken. Maar als het een tolsnelweg wordt, zoals in Frankrijk, dan zouden we dezelfde discussie bij snelwegen krijgen. Dan wil de overheid geld gaan verdienen ten koste van mijn woon- en leefgenot. Dat geldt bij zonne- en windparken ook en daarom praten we daarbij ook over een stukje meeprofiteren."

Buurt helft eigenaar

In het Klimaatakkoord dat vorig jaar is getekend, is het streven opgenomen dat de helft van de productie van toekomstige parken eigendom is van burgers en bedrijven in de omgeving. Buurtbewoner Dost vindt dat daar bij de Vloeivelden Hollandia prima aan wordt voldaan. "Een van de initiatiefnemers is een bedrijf uit de buurt. Veel mensen uit de buurt werken daar. En ook Avebe doet mee aan het project en is een groot bedrijf uit de omgeving. Het hoeven toch niet per se burgers te zijn?"

Volgens Christian Zuidema, docent ruimtelijke planning bij de Rijksuniversiteit Groningen, heeft de overheid niet vastgelegd wat lokaal eigenaarschap inhoudt en hoe je dat moet regelen. "Lokaal eigenaarschap betekent niet dat de samenleving in brede zin onderdeel is van het proces. Het wil ook niet zeggen de samenleving in brede zin eigenaar is. Het wil zeggen dat drie, vier, tien of misschien wel vijftig partijen lokaal daar eigenaarschap in hebben. Maar dat is niet de hele bevolking. Sterker nog: heel veel mensen kunnen daar niet eens onderdeel van zijn omdat ze de financiële middelen niet hebben."

Nog meer parken

In het klimaatakkoord is de doelstelling opgenomen om in 2030 landelijk 35 terrawattuur (TWh) stroom op te wekken met grote zonnedaken, zonneweides en windparken op het Nederlandse vasteland. Dat is ongeveer 30 procent van het huidige landelijke stroomverbruik.

Drenthe dient naar schatting 3,5 TWh op zich te nemen, oftewel 10 procent. Daarvan is al 2 TWh gerealiseerd aan windenergie, zon op land en zon op dak. Er komt nog 1,5 TWh bij. 0,36 TWh betreft zon op land oftewel ruim 360 hectare. Dus in Drenthe komen er nog bijna vier Vloeivelden Hollandia bij, momenteel het grootste zonnepark van Nederland. Het gaat nu nog om plannen; op zijn vroegst in het najaar wordt de opgave voor Drenthe definitief. Maar dat meer Drenten in de toekomst te maken krijgen met een zonnepark in de buurt, staat vast.

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland publiceert regelmatig gegevens over welke duurzame energieprojecten zoals zonneparken en windparken SDE-subsidie hebben toegewezen gekregen. Op basis van april van dit jaar over onder meer het opgestelde vermogen van zonneparken, het jaarlijks aantal uren dat een zonnepark draait en schattingen van de marktprijs van elektriciteit kan een vrij betrouwbare berekening worden gemaakt over hoeveel subsidie nodig is voor rendabele zonneparken. TNO en de Planbureau voor de Leefomgeving hebben door de jaren heen meerdere documenten gepubliceerd waarin voor een standaard zonnepark aan wordt gegeven wat de mogelijke kosten zijn. Deze documenten staan aan de basis voor een berekening van de kosten voor zonneparken. De berekende winst ontstond door de deze kosten af te trekken van de inkomsten uit de markt én de beschikte SDE+-subsidies.

Meer over dit onderwerp:
Nieuw-Buinen zonneparken klimaatakkoord
Deel dit artikel: