Boer zijn op veenweiden steeds grotere uitdaging door droogte

Ook al regent het al dagenlang, het is maar de vraag of het genoeg is om het neerslagtekort goed te maken. Op de Hondsrug werd begin deze maand nog een record neerslagtekort gemeten van maar liefst 165 millimeter. Droogte versnelt het inklinken van veen en het verdwijnen van veen. Wat te doen?

Van oudsher was het waterpeil in veenweidegebieden hoog. De bovengrond bleef door het jaar heen grotendeels vochtig waardoor er nauwelijks veen kon verteren en de bodem maar een paar millimeter per jaar daalde.

Maar vanaf de jaren '60 werd meer water afgevoerd om bewerking van het land met grote landbouwmachines mogelijk te maken. De veengrond wordt daardoor steeds dunner en gaat op een gegeven moment zelfs helemaal verloren. Want veen dat in contact komt met zuurstof gaat oxideren en dat is een langzame vorm van verbranden.

Veengrond verdwijnt

Ieder jaar verdwijnt in Nederland zo'n 2.000 hectare aan veengrond en daarmee unieke planten- en diersoorten. Veen dat eenmaal is verdwenen, komt niet meer terug.

Bij het verbranden van het veen komen ook grote hoeveelheden CO2 vrij. In Nederland komen uit veenweiden jaarlijks net zoveel broeikasgassen vrij als de uitstoot van twee miljoen auto's.

Wankel evenwicht

Voorkomen is dus beter dan genezen. Waterschappen staan voor de taak om het waterpeil zo te beheren dat de boeren het land kunnen bewerken en dat de veenweiden zoveel mogelijk intact blijven. In Drenthe speelt dat vooral in de omgeving van Ruinerwold en Dwingeloo. Hans Pereboom van het dagelijks bestuur van Waterschap Drents Overijsselse Delta noemt het een ingewikkelde klus.

"Als je niets doet, kan de bodem wel twee centimeter per jaar dalen. Als je dan een groot perceel hebt, dan zie je bodem in het midden sneller zakken dan dichter bij de sloot. Als je het waterbeheer niet goed doet, dan gaat het perceel hol staan en wordt het onbewerkbaar. Want dan wil het water niet meer weg", zegt Pereboom.

De bodemdaling heeft grote gevolgen. "Het kan betekenen dat funderingen in de problemen komen. Maar het kan ook zijn dat een natuurgebied te droog wordt."

Elders in het land is de situatie zo kritisch dat de vraag zich opdringt of er boeren moeten wijken om verdwijnen van het veen te voorkomen. "Dat is een proces dat je met zijn allen moet doorlopen. Maar in Drenthe is de situatie in ons gebied niet zo ernstig", aldus Pereboom.

Anders boeren

Henk Pol uit Uffelte is net gepensioneerd als boer. Hij verhuisde dertig jaar geleden van zandgrond naar dit veenweidegebied en moest het boeren op veengrond echt leren. "Ik vergelijk het altijd met een laag ijs. Als je over het land rijdt, dan buigt het ook gewoon. Dat is best wel eng, eigenlijk. Je moet opletten wanneer je op het land bent. Het moet een plaat blijven. Als je er doorheen zakt krijg je plekken waar je jarenlang last van hebt."

De inklinking van de bodem van zijn perceel is vooral te zien bij de wand van de sloten. "Je kan zien dat die gewoon centimeters lager ligt. Mijn perceel was te groot om overal van water te kunnen voorzien. Om de bodem vochtig te houden heb ik overal sloten moeten graven. Je bent steeds in de weer met de grond", zegt hij.

"Als veenboer kun je niet zomaar het land oprijden. Zandboeren kijken vooral naar het gewas, maar ik kijk eerst naar het weer en dan naar de gesteldheid van de bodem. Je hebt toch te maken met een soort moeras. Ik heb de koeien regelmatig niet kunnen laten grazen omdat hun hoeven anders teveel schade zouden veroorzaken", vertelt Pol.

Meerjarige proeven

Eerst leek er alleen maar gras te kunnen groeien op zijn veenweiden, maar door jarenlang experimenteren lukte het Pol om mais te telen op zijn perceel. Hij moest daarvoor jarenlang een matige opbrengst op de koop toe nemen. En ook al is hij gepensioneerd, met experimenteren gaat hij door.

Een mogelijke oplossing tegen verdroging van de veenweiden is onderwaterdrainage, simpel gezegd buizen met gaten diep in de veengrond waar water doorheen loopt. Het waterschap doet daar proeven mee, maar nog niet in Drenthe. "Drainage werd vroeger gebruikt om water af te voeren, maar je kunt het ook gebruiken om de zoden nat te houden. Het is te vroeg om te zeggen of dat overal helpt. Dan moeten we meer onderzoek doen", aldus Pereboom.

"In Rouveen hebben we een proefopstelling. Daar meten we de bodemdaling met en zonder onderwaterdrainage. Die proef is nu twee jaar bezig en dat is te kort om effect te kunnen zien. Daarvoor zijn nog meer jaren nodig", besluit Pereboom.