Twintig jaar na de brand: 'Je kan altijd zelf die ladder weer opklimmen'

'Blijf doorgaan, wat je ook naar beneden haalt. Je kan altijd zelf die ladder weer opklimmen." Aan het woord is Michael de Wit (23) uit Emmer-Compascuum. Als jongetje van drie verloor hij bij een slaapkamerbrand in Nieuw-Buinen z'n beide onderbenen en z'n hand. Inmiddels is hij een sterke, volwassen vent die verrassend positief en sterk in het leven staat.

"Wat er ook gebeurt. Je kan altijd zelf weer opstaan. Je hoeft niet meteen tien treden omhoog. Maar gewoon tree voor tree voor tree", aldus Michael.

'Ik leef nog wel'

Z'n broer Rionaldo, van vijf, overleefde de brand niet. Iets wat iedere dag nog door het hoofd van Michael spookt.

"Heel veel mensen staan op en nemen het leven voor lief. Het eerste wat ik denk als ik opsta: ik leef nog wel. Dat zit er al van kinds af aan in", zegt Michael. Hij ziet zijn broer Rionaldo dan ook als zijn 'redder'.

"Hij lag bij mij in de slaapkamer en ze hebben na die brand wel kunnen constateren dat ik slomer ben verbrand dan hij. Dus volgens mij betekent dat wel dat hij mij heeft proberen te beschermen tijdens het vuur", verklaart Michael.

Pas na een jaar kwam de klap

Els Kuiper, de moeder van Michael, was op het moment van de brand een alleenstaande moeder van zevenentwintig met vier zoontjes in de leeftijd van drie tot zeven jaar. Voor haar kwam de échte klap pas na een jaar.

Michael lag eerst drie maanden in kritieke toestand in het Brandwondencentrum in Groningen. Daarna moest hij negen maanden revalideren in Beetsterzwaag. Els stond al die tijd in de 'overlevingsstand'. Toen Michael na een jaar weer thuis kwam ging het mis met Els.

"Ik zorgde niet meer goed voor m'n kinderen. Maar dat zag ik zelf niet. Ik was boos op alles en iedereen. Maar ik zag toen niet in dat ik het zelf verkeerd deed", vertelt Kuiper rustig. "Toen kreeg ik pas de klap en zag ik door de bomen het licht niet meer."

"Ik heb toen een overdosis paracetamol genomen. In het ziekenhuis moest m'n maag leeggepompt worden. Ik wilde mezelf niet van het leven beroven, maar het was gewoon een schreeuw om hulp", blikt ze terug.

Hulp

Hulpverleners dreigden met een gedwongen opname. Maar Els wilde - na alles wat er gebeurd was - haar kinderen niet alleen achter laten. Ze koos uiteindelijk voor de stabilisatiegroep van de GGZ waar ze drie dagen per week naartoe ging. Ze leerde daar hoe ze om kon gaan met haar verdriet.

"Ze leerden me daar liever voor mezelf te zijn en ook assertiever te worden. Maar het belangrijkste punt voor mij was rouwverwerking. Als ze met mij over de brand en het overlijden van Rionaldo begonnen, sloot ik me af. Want ik wilde niet dat een ander mijn verdriet zag", zegt Kuiper.

Schuldgevoel

Maar de hulp van de GGZ deed haar goed. En net als Michael pakte ook Els de draad weer op. Nu is ze op haar zevenenveertigste een tevreden oma van twee kleinzonen die elke dag met plezier naar haar werk gaat. Ook voor haar schuldgevoel heeft ze een plekje weten te vinden.

"Natuurlijk, je vraagt je alle dagen af: 'Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Wat had ik nog meer kunnen doen?' Maar je krijgt daar toch nooit een antwoord op. Ik heb daarmee leren leven. Schuldgevoel heb ik niet meer. In de loop der jaren ben ik daar juist sterker uitgekomen", besluit Els.

Lees ook:

Deel dit artikel: