Extra zorgen voor mantelzorgers tijdens corona: 'Het is een vorm van overleven'

"Zo verschikkelijk saai", zo noemt mantelzorger Tine Beks uit Roden de coronacrisis. Ze kon haar dochter die met een hersenbeschadiging in een woon-werk-vorm in Groningen woont niet meer opzoeken. En ze zat samen met haar man veel thuis. Het is een rare periode om op terug te kijken.

Tine Beks is al jaren mantelzorger. Haar dochter is verstandelijk beperkt en haar man heeft Parkinson. "Ik ging steeds meer dingen doen, maar op een gegeven moment heb je het gevoel dat je in een valstrik loopt", vertelt Beks. "Ik dacht dit is niet goed. Je moet wel de dingen kunnen doen die eigenlijk zouden moeten. Dan kom je op een punt dat je zegt: wat kan ik en wat kan ik niet."

Jezelf opjagen

Het hebben van een kind met beperkingen is ingrijpend geweest voor een gezin waar ook nog een ander kind woont, zonder beperkingen. "Destijds was het begrip mantelzorg niet aan de orde, dat kwam pas met de invoering van de WMO", zegt Beks. Voor haar dochter wordt de zorg steeds intensiever naarmate zij ouder wordt, zij woont nu in een woon-werk-vorm in Groningen. Nadat bekend werd dat het coronavirus ook in Nederland kwam, sloten deze instanties de deuren. Telefoon en e-mail was het enige contact nog. "Maar je merkt hoe verdrietig ze is en hoe erg ze ons mist. Het missen van iemand dat doet gewoon lichamelijk pijn. Als je weet dat zij dat ervaart en dat niet onder woorden kan brengen, dan is het moeilijk om haar te steunen en helpen."

Beks haar man, die al een aantal jaar Parkinson heeft, woont wel thuis. "Hij wil nog wel afwassen en het gras maaien, maar de rest moet je allemaal alleen doen." Sinds 2013 is die zorg erg intensief geworden, waardoor ze zelf een aantal dingen moest opgeven. Ze schildert en sport bijvoorbeeld heel graag. Daarnaast ging ze voorheen met vriendinnen naar het theater of bezocht ze een museum. "Een uitje. Gewoon even lekker ergens heen gaan." Ze tilt haar schouders op. "Tja..." Het is even stil. Dan gaat ze verder: "In het begin denk je dat je snel terug moet zijn, want anders wordt hij bang. Angstaanvallen. Toen dacht ik, dat kan toch niet? Want ik zit mezelf op te jagen." Daarna heeft ze personenalarmering genomen. Een apparaat dat verbinding maakt met de directe hulp of meldkamer in geval van nood. "Het is een zwaar middel, maar het helpt wel om zelf rustiger weg te gaan."

Een hoop verdriet

De coronaperiode is voor mantelzorgers een zware periode, weet ook Stichting Welzijn in Noordenveld (WiN). De organisatie heeft het de afgelopen maanden veel drukker gehad door het coronavirus. Vooral in de lockdownperiode toen fysiek contact veel gemeden werd, werden mantelzorgers volgens WiN zwaar op de proef gesteld. De organisatie zegt nauwlettend in contact te zijn met mantelzorgers die bij hen bekend zijn en werkt samen met de gemeente, Contactpunt Mantelzorg, wijkverpleging en huisartsen voor ondersteuning aan mantelzorgers door een vinger aan de pols te houden.

"Er was veel behoefte aan een luisterend oor", vertelt Hennie Verbeek, sociaal werker bij WiN. "We hebben veel telefonisch contact gehad met de mantelzorgers die wij in beeld hebben. Ook vonden mensen het prettig dat we later toch fysiek de wijken in zijn gegaan. Dat we toch even een contactmoment hadden en we konden vragen hoe het nou met de mensen gaat, wat we voor ze kunnen doen en waar ze tegen aan lopen. Je merkt gewoon dat er een hoop verdriet zit. Mantelzorgers worden extra belast in deze tijd, dus mensen vinden het fijn als we samen met hen kijken binnen hun eigen netwerk waar mogelijkheden zijn."

Blijven praten

Beks is heel blij dat onder andere WiN de mantelzorgers in Noordenveld bijstaat. "Die moeten echt een compliment krijgen", meent ze. "Ze hebben ook echt veel gedaan om contact te houden met mensen. Ik merk ook van andere mantelzorgers dat ze dat waarderen. En een kaart die je zomaar krijgt. Dat doet goed."

Mantelzorg is voor veel mensen misschien heel vanzelfsprekend, maar gemakkelijk is het niet. "Ik denk weleens dat het een vorm van overleven is", meent Beks. "Dat klinkt misschien een beetje dramatisch, maar het heeft er wel mee te maken." Daarom probeert Beks ook andere mantelzorgers te helpen door advies te geven en een luisterend oor te bieden. "Als ze je lang kennen, praten ze wat gemakkelijker. Als je mensen vraagt hoe het gaat dan zeggen ze dat het wel gaat. Maar als je dan vertelt wat je zelf doormaakt, dan snappen mensen dat zeggen ze: dat is bij ons ook zo." Beks weet hoe moeilijk het is voor mensen om te laten weten dat je hulp nodig hebt. Ze is van mening dat je jezelf wel moet laten horen, want "ook in de wachtkamer van de kinderarts: wie niet vraagt wordt niet geholpen".

Deel dit artikel: