Wat zijn gapers eigenlijk, en zijn ze er nog in Drenthe?

De afgelopen tijd is er wat over de gaper te doen geweest in het nieuws. In Amsterdam is namelijk een bekende gaper van de muur gehaald.

Bij Zoek het uit! kwam er ook een vraag over binnen: 'Hebben we gapers ook in Drenthe, en wat is het verhaal erachter?' Een mooie gelegenheid om eens in de geschiedenis van de beelden te duiken.

De enige gaper die er nog is in Drenthe hangt aan een gevel in Assen. Waar voorheen Drogisterij Griever zat aan de Nieuwe Huizen, zit nu een kaaswinkel. De gaper, vaak een uithangbord voor apothekers en drogisterijen, hangt er nog steeds.

Uithangbord

Maar wat is dat dan eigenlijk, zo'n gaper, en waarom hangt die bij apothekers en drogisterijen? De Stichting Farmaceutisch Erfgoed weet alles van de openmondige beelden: "De gaper werd vanaf in ieder geval de late zestiende eeuw in grotere steden als uithangteken gebruikt. In deze periode werd aan een huis nog geen nummer toegekend en diende een uithangteken als herkenbaar punt in het straatbeeld. Een huis werd bijvoorbeeld aangeduid als 'in de oranjeboom', 'in de aap', of 'waar de gaper uithangt'. Door het uithangteken wist je waar het huis was waar je moest zijn."

Pas vanaf het einde van de achttiende eeuw begint de gaper meer en meer het herkenningsteken voor een apotheek en drogisterij te worden.

Gapers kunnen heel verschillend uitgedost zijn. "In de loop van de tijd groeide de verscheidenheid aan gapers. Er waren bijvoorbeeld 'gouden' gapers, gapers met een kroon en gapers met een aap op de schouder. Geen exemplaar was hetzelfde. Toch laten de meeste gapers zich omschrijven als oosterling, gaper in uniform, apotheker of nar."

Oosterse gaper

Het bekendste type is de gaper met tulband en mantel: van de bewaard gebleven exemplaren zijn relatief de meeste zo gekleed en ook de meeste gapers die in de twintigste eeuw nog uithingen waren van dit type. Waarom kozen apothekers en drogisten voor een gaper in oosterse kleding?

"In de vroegmoderne tijd kwamen veel exotische geneesmiddelcomponenten Europa binnen door handel met het Ottomaanse Rijk. Dit rijk besloeg een enorm gebied in Noord-Afrika, Azië en Europa en had Constantinopel in het huidige Turkije als hoofdstad. Europeanen handelen met de islamitische Ottomanen in onder meer aloë vera, sennabladeren, kolokwintappels, opium, saffraan, kurkuma en verschillende harsen, gommen en mineralen zoals Arabische gom, wierook, mirre en bitumen. Waarschijnlijk is de oosters geklede gaper een verwijzing naar de herkomst van deze grondstoffen", weet De Stichting Farmaceutisch Erfgoed.

Waarom 'gaper'

Maar waarom dan een gaper? "Vroeger voerde de apotheker veel bereidingen waarbij verhitting een rol speelde buiten uit, vóór de winkel. Dat trok veel bekijks. Ook in de apotheek zelf was van alles te zien wat de nieuwsgierigheid wekte, zoals allerlei exotische, onbekende ingrediënten. Vanaf de zeventiende eeuw werd de apotheek bovendien vaak versierd met 'rariteiten' zoals een opgezette krokodil of schildpad, struisvogeleieren, hertengeweien, narwaltanden, zaagvistanden, elandenpoten en pauwenveren. Genoeg om je aan te vergapen dus", meldt de website van de stichting.

"Tijdens de precieze bereidingsprocessen met kostbare en soms gevaarlijke ingrediënten kon de apotheker eigenlijk geen pottenkijkers gebruiken: die zouden alleen maar op zijn zenuwen kunnen werken. Om de 'niet koopende maar slechts ledig toeschouwende omstaanders te beschimpen' zou de apotheker zijn houten spiegelbeeld hebben uitgehangen: de gaper."

Op het pand In de gaper in Middelburg stond het rond 1698 zelfs uitgelegd:

Gy gaapt na my, ik gaap op U
Schoon dat mijn weezen heeft een gruw
'k ben, als gy zien kunt, zo geschapen,
Gelijk de Gouw'naars, die staag gapen

Waar zijn de gapers gebleven?

Het aantal gapers nam vanaf het midden van de negentiende eeuw af, simpelweg omdat het aantal winkels waar een gaper werd uitgehangen afnam. Dit had twee oorzaken. "Allereerst was de balans tussen de vraag naar en het aanbod in geneesmiddelen in het begin van de negentiende eeuw ernstig verstoord: er waren in Nederland veel te veel apotheken en drogisterijen ten opzichte van het aantal inwoners."

Om het aantal apotheken terug te dringen werd besloten om na het overlijden van een apotheker een aanzienlijke schadevergoeding uit te keren aan zijn weduwe. Zo kon zij de winkel sluiten zonder in financiële problemen te raken. "Door onder meer deze maatregel begon het aantal apotheken vanaf 1850 af te nemen. Vanaf 1840 liep bovendien het aantal drogisterijen terug. Samen met de winkels verdwenen ook de gapers."

De tweede reden voor de afname van het aantal winkels waar een gaper werd uitgehangen was de invoering van de Wet op de Uitoefening der Geneeskunst in 1865. Deze wet schreef onder meer voor dat de apotheek voortaan gescheiden moest zijn van de drogisterij. Ook werd vastgelegd dat de apotheker als geneesmiddelbereider verplicht bleef een diploma op zak te hebben, terwijl iedereen die dat wilde zich voortaan zonder diploma als drogist kon vestigen.

"Dit wettelijk vastgelegde verschil in bevoegdheden had tot gevolg dat de twee beroepsgroepen zich ook zichtbaar van elkaar wilden onderscheiden: bij de apotheek werd steeds vaker de vijzel uitgehangen als symbool voor de bevoegdheid om geneesmiddelen te bereiden, terwijl de drogisten zich de gaper steeds meer toe-eigenden. Zo nam het aantal winkels dat een gaper had uithangen verder af en werd de gaper minder prominent in het straatbeeld."

De informatie uit dit artikel is voor het grootste deel afkomstig van de website van het Nationaal Farmaceutisch Museum.

Zoek het uit!

Heb jij ook een vraag over iets wat je in het nieuws zag? Stuur die dan in!

Meer over dit onderwerp:
Assen zoekhetuit gaper
Deel dit artikel: