Ook boeren in Drenthe experimenteren met strokenteelt

Wordt strokenteelt de toekomst van de akkerbouw? Steeds meer boeren pionieren met deze ouderwetse vorm van telen. Zo zou strokenteelt voor minder schade bij ziektes dan in een monocultuur zorgen en zijn er minder of geen bestrijdingsmiddelen voor nodig. Dit jaar wordt er in Drenthe voor het eerst mee geƫxperimenteerd om te kijken of deze hoge verwachtingen haalbaar zijn.

Zo'n 10 jaar geleden begon Wijnand Sukkel van de Wageningen University & Research (WUR) in de Flevopolder met de herintrede van de strokenteelt, waar in de vorm van dunne stroken meerdere gewassen elkaar afwisselen op één akker. "Het idee is al heel oud. Alleen is het door schaalvergroting ondergesneeuwd", legt hij uit.

Maatschappelijke druk op boeren neemt toe

Sukkel wordt gezien als de geestelijk vader van de herintredende landbouwvorm en heeft naast het project in Lelystad, zijn plannen liggen in andere delen van het land. Zo heeft hij het ontwerp gemaakt bij de proefvelden in Valthermond en ziet hij ook in Drenthe particuliere boeren overstappen. "De omstandigheden waar boeren mee te maken hebben wisselen erg snel. Je merkt dat nu bijvoorbeeld de maatschappelijke druk erg is toegenomen door bijvoorbeeld het droogte-, klimaat,- en stikstofprobleem. Er wordt met boeren naar oplossingen gezocht en dat is een moment dat ideeën overwaaien."

Ideaal voor biologische teelt in Hooghalen

In Hooghalen worden door Kees Sijbenga sinds kort meerdere gewassen door elkaar verbouwd. Als biologische pluimveehouder kan hij op deze manier op een duurzame manier de voeding voor zijn dieren verbouwen. Een van de hoofdredenen voor hem om over te gaan op de strokenteelt was de verminderde kans op ziekten.

"Wij verbouwen biologisch, dus wij spuiten niet tegen ziektes of plagen. De ziekte-insleep is bij strokenteelt veel lager. Dat een gewas helemaal ziek wordt, kan wel, maar omdat de stroken maar zes meter breed zijn, wordt niet het hele perceel ziek, maar slechts een stukje."

'Een mooie combinatie'

Sijbenga mengt verschillende granen zoals triticale, gerst en haver met vlinderbloemigen zoals de erwt, veldboon en lupine. Daarnaast verbouwt hij nog maïs en boekweit die nu volop bloeit. "Het is de bedoeling dat we de koppels straks tegelijk kunnen dorsen. Het ene is een vlinderbloemige en haalt de stikstof uit de lucht en brengt het in de grond en het andere gewas is die stikstof weer nodig. Het is een hele mooie combinatie."

Sijbenga is dan nog maar net begonnen, hij denkt dat de opbrengst het waard is. "Het ene jaar is het andere jaar niet, maar je ziet dat strokenteelt door het verminderde aantal ziektes gemiddeld meer oplevert", vertelt hij. "Ik vind het erg mooi dat de biodiversiteit enorm toeneemt. Als je ziet wat voor insecten hier zitten... prachtig mooi. Je ziet dat de 'goede' insecten de plaaginsecten of luizen aanpakken."

Volgende stap is de gangbare teelt

Waarom wordt het nog niet vaker gedaan? "Het enige waarom we het nu nog niet meer doen is omdat we de machines niet hebben", legt Sukkel uit. "Hoe dunner de strook, hoe beter, maar heb je bijvoorbeeld een are tarwe voor 12 euro, dan kun je er niet meer dan 2 uur aan besteden want dan kan het niet meer uit."

Volgens Sijbenga geldt dat niet voor hem omdat hij als biologische boer niet in de weer hoeft met mest en bodembewerking. Volgens hem heeft het met bestrijdingsmiddelen in de gangbare landbouw te maken. "Daar zit je altijd met een spuitzone en dan is één gewas altijd veel makkelijker te spuiten dan een akker verdeeld in stroken. Je mag niet het bestrijdingsmiddel in het andere gewas krijgen."

Toch ziet Sijbenga er voor de gangbare teelt wel een toekomst in. "Het spuiten wordt minder, de middelen worden beter, dus ik neem aan dat de gewone landbouw de strokenteelt ook gaat opzoeken."

Lees ook: