Waar moet je als kind heen als je ouders overlijden, zoals bij het drama in Weiteveen?

Weiteveen-Bargerweg
Bij het huis van de slachtoffers zijn bloemen en kaarsen geplaatst © RTV Drenthe / Rien Kort
De twee slachtoffers van het drama in Weiteveen waren de ouders van twee kinderen. De een zit in groep zes van een basisschool, de ander volgt les op het voortgezet onderwijs. Hoe en waar moeten zij verder met hun leven? En wat is de rol van de Raad voor de Kinderbescherming?
Bij het geweld van een week geleden kwamen een 44-jarige vrouw en een 38-jarige man uit Weiteveen om het leven. De twee kinderen van hen hebben een nieuw thuis nodig nu hun ouders er niet meer zijn.
De Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) kijkt samen met organisaties zoals Veilig Thuis en de gemeente wat de beste oplossing is voor het kind. Wat er precies met de kinderen in Weiteveen gebeurt, kan de RvdK niet vertellen. Maar de organisatie wil wel ingaan op wat doorgaans belangrijk is voor kinderen als beide ouders plots overlijden.

Netwerk van het kind

"Het kind, dat zoiets verschrikkelijks heeft meegemaakt, staat voorop", zegt woordvoerder Jeroen Duijvestijn van de RvdK. Allereerst moet het kind ergens heen waar het kan verblijven. Daarvoor wordt naar het netwerk van het kind gekeken.
En het kind heeft er zelf, vanaf ongeveer 12 jaar, natuurlijk ook een stem in. "Prioriteit is om het kind ergens naartoe te brengen waar het zich veilig voelt. Het meest voor de hand liggend is een familielid, maar het kind kan ook gaan naar een niet-familielid dat belangrijk is in zijn leven."

Stabiliteit

Bij de beslissing over een nieuwe woonplek wordt naar meerdere zaken gekeken, zoals de omgeving waar het kind een sociaal netwerk heeft.
"Want juist in zo'n extreme situatie is het belangrijk dat sommige dingen hetzelfde blijven. De grond is onder de voeten van het kind weggetrokken met het verlies van beide ouders, dan bieden sociale contacten, school en de sportclub soms de stabiliteit die een kind nodig heeft."

Justitie

Wanneer het kind langer blijft wonen op de plek voert de RvdK ook een screening uit om te kijken of de betrokken familieleden of kennissen bijvoorbeeld in aanraking zijn geweest met justitie voor zaken die niet te verenigen zijn met een goede zorg voor kinderen.
Daarnaast moet het gezag worden geregeld, zegt Duijvestijn. Als de ouders die zijn omgekomen het gezag hadden over de kinderen, is er niemand meer die beslissingen over het kind kan nemen. Denk bijvoorbeeld aan een zwaar auto-ongeluk waarbij de ouders overlijden en het kind zwaargewond raakt en geopereerd moet worden. Er moet dan iemand zijn die toestemming kan geven voor de operatie.
Vaak wordt er daarom een voorlopig gezag (VoVo) gevraagd voor de Gecertificeerde Instelling (GI), de regionale Jeugdbeschermingsorganisatie. "Zij hebben dan drie maanden de voogdij over het kind en kunnen noodzakelijke legale beslissingen nemen. En wij hebben meer tijd om uit te zoeken wie het beste definitief de voogdij kan krijgen over het kind of de kinderen, maar dat beslist de rechter uiteindelijk", zegt Duijvestijn.

Heb je een nieuwstip, nieuwe informatie óf heb je een foutje gespot? Stuur een bericht, foto of filmpje via WhatsApp of mail de redactie.