Kijken in een tiny house: ‘Het biedt zoveel meer dan een appartement’

Wonen in een tiny house. Voor sommigen is het een droom en voor sommigen een nachtmerrie. Waar in veel gemeenten nog gesteggeld wordt over de komst van een tiny house gemeenschap, zijn in Beilen op het Lievingerveld een paar weken geleden de eerste woningen geplaatst.

Gert Pronk is deze zomer als één van de eerste bewoners van de tiny house gemeenschap ingetrokken in zijn nieuwe stulpje. Hij merkt dat de huisjes veel bekijks trekken. "Je hoort veel mensen die langslopen zeggen: 'Dit zijn recreatiewoningen.' Maar dat zijn het niet. Het is echt voor de lange termijn en een nieuwe manier van wonen."

In totaal komen er straks acht mini-woningen te staan, allemaal op een kavel waarvan maximaal 25 procent bebouwd is. Dat is één van de weinige spelregels van het Lievingerveld. Verder zijn bewoners daar vrij om hun eigen huizen te ontwerpen. Ook leggen zij zelf in gezamenlijkheid andere voorzieningen aan zoals wegen en waterleidingen, die normaal gesproken de gemeente voor haar rekening neemt. Door deze verantwoordelijkheden uit handen te geven, kunnen bewoners op hun eigen manier de kavels indelen en daardoor ook meer controle houden op de prijs. Het project is enigszins te vergelijken met de wijk Oosterwold bij Almere, waar dit op grote schaal wordt toegepast.

Kiezen voor ruimte en groen

Toen Pronk zijn zoektocht naar een huis startte, ging hij specifiek op zoek naar een huis met een tuin. "Ik ben opgegroeid op een boerderij, met veel ruimte en dat miste ik in het dorp", vertelt hij. Maar echt boeren zag hij zichzelf niet doen. Door het tiny house project, kon hij deze ruimte wel voor zichzelf creëren. "Het uitzicht, de tuin die ik voor het eerst zelf mag inrichten, het biedt zoveel meer dan een appartement."

Pronk is zelf 32 jaar oud en één van de jongere bewoners van het buurtje. "Er zijn ook heel veel mensen die juist wat ouder zijn en wat minder ruimte om zich heen willen hebben", vertelt hij. "Mijn buren hebben bijvoorbeeld nog een uitbouw op de begaande grond. Dat geeft ze de mogelijkheid om ook meer beneden te kunnen wonen in de toekomst."

Woont het anders?

Het huis van Pronk is 48 vierkante meter groot en volgens hem voor één persoon ruim genoeg. Dat komt onder andere door de indeling. "Dingen zijn direct met elkaar verbonden. De keuken is bijvoorbeeld niet apart van de woonkamer. Mijn bar staat dus ook in de woonkamer."

Daarnaast vindt hij dat normale huizen soms wel zijn ingericht om twintig gasten te kunnen ontvangen. "Ik ben in mijn eentje, ik heb maar één slaapkamer nodig. Wat moet ik met twee of drie slaapkamers boven, als ik die allemaal moet schoonmaken of als opslag ga gebruiken? En ik vind het niet erg dat als er drie mensen op bezoek zijn, er dan iemand op een krukje moet zitten", legt hij uit.

Tiny houses in andere gemeenten lopen nog niet

Pronk woont niet alleen in een van de eerste tiny houses van Midden-Drenthe, in de rest van de provincie zijn initiatieven nog niet zo succesvol. Zo wordt in de gemeente Assen nog gesteggeld over de duur van het project en lopen in de gemeente Emmen de gesprekken spaak op de kosten en de locatie. In de gemeente Hoogeveen begint wel schot in de zaak te komen, daar wordt met het Alfa college gewerkt aan een tiny house op waterstof en is een fabrieksterrein aangewezen als locatie.

Pronk denkt dat vrijheid voor de toekomstige bewoners belangrijk is bij deze initiatieven. "Wat ik vaak hoor is dat de projecten maar voor een jaar of tien zijn. Daarna moeten de huisjes weg. Ik denk dat de toekomst voor ieder huis meer gericht moet zijn op duurzaamheid en dat het ergens voor de lange termijn kan staan. Dat maakt het bovendien aantrekkelijker voor mensen om er te gaan wonen, want dan kunnen zij er ook zelf de invulling aan geven."

Lees ook:

Meer over dit onderwerp:
Tiny houses
Deel dit artikel: