Gemeenteraad Aa en Hunze unaniem tegen verdere zoutwinning Nedmag

De voltallige gemeenteraad van Aa en Hunze wil geen verdere zoutwinning in de Veenkoloniën. De raad schaart zich daarmee unaniem achter de opstelling van het college van burgemeester en wethouders richting minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat dat zoutwinbedrijf Nedmag de zoutwinning moet afbouwen.

Minister Wiebes wil het bedrijf toestaan om tot eind 2045 maximaal 3,7 miljoen ton te winnen in het Drents-Groningse grensgebied, dat voor een deel in de gemeente Aa en Hunze valt. Het college van Aa en Hunze diende eind juni een zienswijze in op het zogeheten ontwerp-instemmingsbesluit van de minister met de boodschap om tegen meer zoutwinning te zijn.

Die zienswijze is nu op een aantal punten aangevuld. Zo gaat de gemeente bij de minister aandringen op het houden van vijfjaarlijkse herijkingsmomenten, waardoor de minister elke vijf jaar de zoutwinning onder de loep moet nemen. Daarnaast moet de minister als het aan Aa en Hunze ligt de leiding nemen over het waarborgen van toekomstige extra kosten voor waterhuishouding in het gebied. Daarover wil de minister nu niets in de Mijnbouwwet opnemen.

Coalitie en oppositie verenigd

Zowel coalitie- als oppositiepartijen zijn het eens: over de zoutwinning moet in Aa en Hunze nog maar eens goed gesproken worden. Raadslid Richard Heling van de VVD vindt dat er tot nu toe voorbij gegaan wordt aan de vraag of in Aa en Hunze überhaupt nog zoutwinning moet worden toegestaan. Wel erkent hij dat de gemeente daarover geen beslissingsbevoegdheid heeft. Die ligt bij de Rijksoverheid.

"Wellicht is het nu toch wel het moment om een geluid te laten horen vanuit Aa en Hunze wat onze visie hierover is", zegt Heling. Raadslid Lukas Koops van GroenLinks sluit zich daarbij aan. "Het moet niet zo zijn dat de zoutwinning op zichzelf niet ter discussie staat, als alle schade maar vergoed wordt. Er moet juist voorkomen worden dat de schade ontstaat en daarom moet de zoutwinning zelf ter discussie worden gesteld", meent Koops.

Toename schade

Afzwaaiend raadslid Ina Oortwijn van Gemeentebelangen wijst op een toename van signalen vanuit de inwoners uit het winningsgebied over het ontstaan van schade door bodemdaling. Dorpen als Annerveenschekanaal en Eexterveenschekanaal hebben behalve met de zoutwinning ook te maken effecten van gaswinning uit het Groningerveld door de NAM. De gevolgen van die zogeheten gestapelde mijnbouw baren haar zorgen, die volgens haar gedeeld worden door inwoners uit de plaatsen in het gebied. "De inwoners van de dorpen (...) zijn trots op hun dorp en op de historische panden. Schade aan de voor de Veenkoloniën typerende bebouwing dient zoveel mogelijk te worden voorkomen", stelt Oortwijn, die haar raadszetel teruggeeft aan de voorheen afwezige Greet Oosterhuis.

'Schadeafhandeling nog niet goed'

Daar raakt Oortwijn direct een van de grootste pijnpunten in het gebied: inwoners zijn bang voor Groningse taferelen wat betreft schade en de afhandeling daarvan. Nog steeds strijden inwoners van het Groningse aardbevingsgebied voor het vergoeden door de NAM van schade aan hun panden die veroorzaakt was door aardbevingen of bodemdaling. Die angst wordt nog eens onderstreept door inspreker Jakoba Gräper-Niemeyer, al jarenlang fel tegenstander van de zoutwinning in de Veenkoloniën. "Schademeldingen worden vrijwel allemaal afgewezen door Nedmag, omdat Nedmag vindt dat ze niet verantwoordelijk is. De minister zegt dat de kans op schade door bodemdaling klein is en de Commissie Mijnbouwschade legt haast nooit een verband tussen zoutwinning en schade", zegt Gräper-Niemeyer.

B&W geeft in de aangepaste zienswijze aan dat er continue aandacht nodig is voor het instellen van een eerlijke schadeafhandeling. Het college begrijpt niet dat de afhandeling van gestapelde mijnbouwschades in het gebied door de minister verspreid wordt over meerdere loketten. Aa en Hunze zou dat graag anders zien.

Belangenverstrengeling?

Raadslid Koops van GroenLinks wijst er nog op dat de Staat een financieel belang heeft bij de zoutwinning. Een groot deel van de opbrengst van de zoutwinning gaat naar de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij (NOM), aandeelhouder van Nedmag. De NOM is op haar beurt in handen van het ministerie van Economische Zaken. "Dat zorgt per definitie voor wantrouwen richting de minister van Economische Zaken, die een besluit moet nemen over het verlenen van vergunningen", zegt Koops. Volgens burgemeester Anno Wietze Hiemstra zorgt dat ook bij het college voor fronsende wenkbrauwen: "Je zou geen dubbele pet moeten willen dragen. Het blijft vreemd als je een direct financieel belang hebt en ook verantwoordelijk bent voor de vergunningverlening."

De zienswijze van de gemeente gaat nu, samen met zienswijzen van onder meer actiegroepen, de gemeenten Tynaarlo, Midden-Groningen en Veendam en het waterschap Hunze en Aa's richting de minister. Wiebes kan overigens besluiten om de zienswijzen naast zich neer te leggen bij het nemen van zijn besluit.

Lees ook: