Schrijf mee aan verhalen over Drenthe en stap in het voetspoor van 'De Podagristen'

Gerard Stout is schrijver en uitgever (Ter Verpoozing) uit Peize. Dankzij hem worden dit jaar de reisbeschrijvingen van De drie podagristen opnieuw uitgeven. Boeken die niet op ieders nachtkastje liggen, maar wel degelijk hun waarde hebben, ook anno 2020. Wie waren eigenlijk die drie podagristen?

'Drenthe in vlugtige en losse omtrekken geschetst door Drie Podagristen', is geschreven door Dubbeld Hemsing van der Scheer (uitgever en schrijver), Harm Boom (journalist) en Alexander Lodewijk Lesturgeon (predikant en schrijver). Ze kenden elkaar uit Coevorden, destijds 'de culturele hoofdstad' van Drenthe. Het reisverslag werd in losse delen uitgegeven vanaf 1842.

Een podagrist is iemand die lijdt aan voetjicht, 'podagra'. Een kwaal die voornamelijk veroorzaakt werd door 'overmatig gebruik van rode port'. De mannen maakten een voetreis van het naburige kuuroord Bad Bentheim naar en door Drenthe. Is het ook allemaal echt gebeurd? Of speelde het overgrote deel zich achter de schrijftafel af? Stout heeft zijn twijfels, maar die weerhouden hem er niet van de reisverhalen van het driemanschap nieuw leven in te blazen. Sterker nog: hij vraagt de hedendaagse Drent om zijn of haar bijdrage te leveren aan de herziene versie van De Drie Podagristen. Dat doet hij samen met Dagbladjournalist Joep van Ruiten. Zo komen ze samen tot maar liefst zes boeken. Hun versie van De Drie Podagristen anno 2020, en die is actueler dan je denkt.

Twee delen uit de Podagristen-serie van Gerard Stout (Rechten: RTV Drenthe / Sophie Timmer)

De betekenis van het boek voor nu

"Een van de interessante dingen die ik tegenkwam was het ijzerkoeken-oproer. De gemeente Coevorden had bedacht dat het verboden was om met nieuwjaar nog langer langs de deuren te gaan om met knieperties te schooien. Daar waren de mensen het niet mee eens. Toen is er een volksoproer geweest en is die maatregel weer ingetrokken. Dat vind ik een hele mooie parallel met wat op dit moment met corona gebeurt. Je mag dit of dat niet en dan komt er een oproer, en gaat het toch door. De boeren moeten de koeien eiwitarm voer geven, ze gaan met trekkers naar het Binnenhof en de maatregel wordt weer ingetrokken. Dus tweehonderd jaar geleden was het precies hetzelfde als het nu is."

Stout vervolgt, vol vuur: "Verhalen over homeopathie, bijgeloof, piskijkerij... ze staan allemaal in het boek en zijn heel herkenbaar. In één van de verhalen over Exloo staat dat een Drentse boer niet naar een huisarts ging. Die ging naar de molenaar want die wist wel een middeltje tegen jeuk onder de armen. Als je verkouden was, ging je naar een vrouwtje twee huizen verderop want die wist wel een middeltje en als je last van de maag had dan ging je naar een 'strieker'. Niet naar een huisarts. Dat deden we niet."

Vrijen in het hooi

"De podagristen hadden overal voetnoten bij gezet en ik heb ze aangevuld en verdubbeld. Bij elk woord: baander, deel, vlasmalen, zoorholt... waarvan ik dacht, die zijn in het vergeetboek geraakt. 'Gespin' bijvoorbeeld, jongens en meisjes van een jaar of 16, 17 gaan in de slachtmaand bij elkaar op visite. De meisjes moeten oppassen en de ouders gaan naar het geslachte varken. Dat loopt dan vaak uit op 'eier-dörsen'. Het graan werd in de schuur opgeslagen en lag dan een poosje te wachten op de dorsvloer. De kippen legden bovenop dat graan of op de korenschoven, de eieren. En wat gebeurde er dan als die jongens en meisjes de kapschuur inkwamen? Die wilden in het hooi vrijen, dus voordat ze daar bovenop die graanvloer waren, vlogen de kippen alle kanten op. Dus dat was eier-dörsen, dat vind ik een hele grappige uitdrukking."

'De mythe van het Drentse minderwaardigheidscomplex'

"De podagristen nemen het standpunt in van de toeschouwer. Ze oordelen niet. Alleen wie tussen de regels doorleest, leest af en toe wel: wat een domme lui zijn dat en heb je nou niet verder geleerd? Ze zeggen ook: veel van de inwoners van Drenthe hádden niet verder geleerd. Er waren mensen in Zweeloo, die nog nooit in Oosterhesselen waren geweest: hadden ze hun hele leven in Zweeloo gewoond, wisten ze helemaal niets van de dorpen eromheen. Ze konden de toren van Sleen zien, maar ze kwamen er niet. Dat betekent: geen input van buiten, niemand die ze corrigeert of die ze op andere ideeën brengt. En iedereen was tevreden met wat ze hadden", aldus Stout.

Diverse schrijvers, ook de voorganger uit 1823, Jacob van Lennep liep toen door Drenthe, zeggen ook: de mensen zijn ontzettend hartelijk; hebben geen minderwaardigheidscomplex. Als ik kijk naar de stereotyperingen van de Drent: ze hebben een minderwaardigheidscomplex, denk ik: dat is helemaal niet waar! Dat is een mythe die door de Drenten zelf in stand wordt gehouden. Je zou ook kunnen zeggen: de Drent voelt zich superieur, alleen hij laat dat niet merken en denkt van iedereen die van buiten komt: 'Ja, zak jij maar in de stront', om het plat te zeggen. Hij kijkt helemaal niet op tegen die anderen. Wat nu gebeurt, en dat boek herinnert mij er heel sterk aan, is dat de slachtofferrol heel sterk benadrukt wordt. 'Wij Drenten kunnen echt wel een goede radio-uitzending maken hoor', nou, dat hoor ik in Amsterdam iemand nooit zeggen. Of 'wij kunnen ook wel bij de PeerGroup een heel mooi toneelstuk in de open lucht doen, daar kunnen ze in Den Haag nog een puntje aan zuigen'. In Den Haag zegt nooit iemand van: 'we hebben een mooi toneelstuk, daar kunnen de Drenten nog een puntje aan zuigen'."

"Dus die Drenten houden het zelf in stand! Ik vind het vreselijk!, fulmineert Stout. 'Hunebed Highway' ook zoiets onbenulligs. Heb je Amerika nodig om te laten zien dat je hier een mooi landschap hebt? En dat lees ik ook in de podagristen: Hou ermee op je met die anderen te vergelijken! Je hebt je eigenheid. En dat doen de mensen in Zweeloo in 1840 heel hartelijk. De podagristen zeggen dat ze het doen omdat ze niets te verliezen hebben. Alle deuren staan open, maar als je al iets zou willen stelen - je zou hoogstens de echtgenote mee kunnen nemen bij wijze van spreken, of de mooie dochter die daar is, is er verder niets te halen. Maar de mensen zijn heel tevreden, verbouwen hun eigen spulletjes, hebben drie geiten, een koe. Ze weten niet dat de rest van de wereld bestaat."

Podcast - gesprek Gerard Stout

Oproep aan de hedendaagse podagrist

Stout en Van Ruiten zoeken de hulp van hedendaagse podagristen, je hoeft niet op reis en het kan ook zonder voetjicht: "De podagristen hebben een route afgelegd van Bad Bentheim over Coevorden naar Assen, beetje aan de oostkant van Drenthe. De rest van Drenthe hebben ze laten liggen. En het idee is om nu een deel te maken met hedendaagse reisverhalen van podagristen. Dus mijn oproep is; kun je een verhaal schrijven in de geest van de podagristen? Je beschrijft een dorp, je bezoekt een kerk, je vertelt iets over hoe een verjaardagsvisite wordt gevierd. Maar het kan ook zijn dat je naar een popfestival of naar de Amer bent geweest. Tot 15 november kan iedereen verhalen opsturen. Als uitgever doe ik mijn best het onder de aandacht van de landelijke media te brengen. Of ze dat oppikken of niet is hun probleem, zou ik bijna zeggen. We hebben hier iets heel moois gemaakt. En als ik het een beetje badinerend zeg: daar kunnen ze in Amsterdam en Den Haag nog een puntje aan zuigen. Maar het interesseert me eigenlijk werkelijk niets. Dit is ons culturele erfgoed."

Meer informatie is te vinden op www.gerardstout.nl. Het hele gesprek met Gerard Stout wordt uitgezonden in Drenthe Toen, zondagmiddag 6 september, 12.00-14.00 uur en via de podcast. We mogen boeken verloten. Meedoen? Mail naar drenthetoen@rtvdrenthe.nl en vergeet niet je naam en adres te vermelden.

Deel dit artikel: