Strijd voor compensatie voor KNIL'ers: 'Nog steeds zijn er mensen met onverwerkte trauma's'

Het is nog altijd niet té laat, zeggen Molukse oud-KNIL-militairen en hun nazaten. Al jaren hopen ze op erkenning en financiële compensatie van de overheid. "Erkenning voor de verdiensten voor Nederland, maar ook voor het leed dat ze hebben ondergaan. De gedwongen overtocht, het 'tijdelijke verblijf', het onderbrengen in de kampen, het niet krijgen van soldij, het stateloos zijn en alle andere trauma's", vertelt Antis Marijanan uit Assen, zoon van een Molukse KNIL-militair.

Een belangrijke volgende stap naar die compensatie lijkt gezet. Afgelopen week werd een zogeheten intentieverklaring ondertekend door het Veteraneninstituut en Maluku4Maluku.

Militaire ereschulden

Inzet is het vereffenen van onder meer militaire ereschulden. In het koloniale Koninklijk Nederlands-Indisch Leger vochten onder meer Molukkers, die loyaal waren aan Nederland. Dat deden ze toen Nederland de kolonie terug wilde na de Japanse capitulatie in 1945. Die oorlog ging uiteindelijk verloren. De groep KNIL-ers (toen nog KNIL-Ambonezen genoemd) kwam uiteindelijk in 1951 op dienstbevel naar Nederland.

"Omdat zij in het Nederlands-Indisch Leger dienden, zitten daar rechten aan vast", vertelt Leo Reawaruw, voorman van actiegroep Maluku4Maluku. "Ze zouden er maximaal zes maanden blijven en zouden als eenheid op kazernes ondergebracht worden. Bovendien hadden ze eigenlijk vanaf de dag van het vertrek met het schip recht op militair wachtgeld."

Het is allemaal niet zo ingewikkeld."
Leo Reawaruw - Maluku4Maluku

'De Nederlandse overheid is verantwoordelijk'

Dat liep uiteindelijk heel anders. De groep verbleef niet zes maanden in Nederland, zoals beloofd. Het werd een permanent verblijf. Ook werden de KNIL-militairen en hun families 'weggestopt' in woonoorden zoals Kamp Schattenberg, het vroegere Kamp Westerbork. De voormalig KNIL'ers waren hun baan kwijt, kregen geen soldij meer en later ook geen pensioen. "Het belangrijkste voor mij is dat iedereen erkenning krijgt. De Nederlandse overheid is verantwoordelijk voor de militair of veteraan en zijn partner en kinderen", legt Reawaruw uit.

Volgens Reawaruw is het een simpele optelsom. "Het is allemaal niet zo ingewikkeld", zegt hij duidelijk. De Maluku4Maluku-voorman is dan ook blij met de intentieverklaring. "We willen het samen oplossen en op een normale manier aan de onderhandelingstafel zitten. Als je een intentieverklaring ondertekent, doe je dat natuurlijk niet voor niets."

Er wordt gestreefd naar een compensatie van zo'n 200.000 euro per persoon. Dat bedrag wordt niet alleen gebaseerd op misgelopen arbeids- en pensioeninkomsten. Ook immateriële schade speelt een belangrijke rol. "Ze leefden hier onder erbarmelijke omstandigheden in barakken, er was veel kindersterfte. Ook is de gemiddelde Molukker jarenlang stateloos geweest. Bovendien is er veel affectieschade geweest."

Affectieschade is een vorm van smartengeld voor naasten van slachtoffers. Behalve financiële compensatie wordt ook ingezet op speciale steunpunten in de vele Molukse wijken waar veteranen en hun familie hulp kunnen krijgen. In Nederland zijn nog zo'n 120 mensen van de eerste generatie in leven.

Woonoord Schattenberg

Voormalig Kamp Westerbork dient na de Tweede Wereldoorlog tijdelijk als repatriëringskamp voor Indische Nederlanders. In 1951 komen nieuwe bewoners: Molukkers. Op 21 maart 1951 kwamen de eerste Ambonezen aan in Rotterdam. Het ging om militairen van het KNIL en hun gezinnen. In totaal zouden er ruim 12.000 Molukkers naar Nederland komen. In Schattenberg woonden op z'n meest ruim drieduizend mensen.

Molukse gemeenschap in Drenthe

In Drenthe - waar een groot deel van de Molukse gemeenschap woont - wordt hier ook met belangstelling naar gekeken. "Het is goed om dat leed eindelijk te erkennen, anders blijven de andere generaties hier ook mee worstelen", stelt Antis Marijanan uit Assen, zoon van een KNIL-militair. Marijanan groeide op in Woonoord Schattenberg en maakte van dichtbij de trauma's van zijn ouders mee.

In Schattenberg liepen veel oud-militairen nog rond in uniform en hielden soms zelfs appèl. Ze gingen er per slot van rekening van uit dat ze tijdelijk in Nederland zouden zijn. "Ze hingen doelloos rond in het kamp. Tot 1956 mochten ze niet werken. Iedereen dacht terug te gaan, zo werden wij ook opgevoed. Dat was de grootste frustratie. Ze waren ineens aan de andere kant van de wereld onder totaal andere leefomstandigheden. Ik heb mijn vader zijn medailles boos weg zien smijten. Stank voor dank, zo voelde dat."

Documentaire Het Verleden Voltooid

RTV Drenthe zond in 2016 de documentaire Het Verleden Voltooid uit. Dat jaar was het 65 jaar geleden dat Molukse KNIL-militairen naar Nederland kwamen. Een van hen was David Hully. De documentaire vertelt zijn verhaal en is gemaakt door zijn zoon Willem Hully.

Bekijk hier de documentaire.

Je werd steeds geconfronteerd met het verdriet van je ouders."
Antis Marijanan

Volgens Marijanan waren de vaders naar buiten toe altijd correct en loyaal naar Nederland ("Dat was die militaire discipline"), maar was er binnenshuis veel frustratie. Marijanan treedt niet in details, maar zegt dat het niet altijd 'gezellig' was bij veel gezinnen. "De opvoeding was vaak met harde hand."

De kinderen van oud-KNIL'ers hadden hier last van. "Je werd steeds geconfronteerd met het verdriet van je ouders. Er was verder helemaal geen hulp", legt hij uit. "De tweede generatie Molukkers was daar heel boos over, er was veel woede richting de overheid."

Molukkers volgend jaar 70 jaar in Nederland

Marijanan hoopt op compensatie. "Ik heb de opsomming van al het leed gezien. Al die punten leiden dan tot zo'n bedrag. We proberen totale genoegdoening te krijgen." Volgens de Assenaar is ook het hulpplan voor nazaten van essentieel belang. "Je ziet nog steeds mensen rondlopen met onverwerkte trauma's. Dat heet transgenerationele overdacht. Als je mijn generatie interviewt, hoor je veel verhalen over het leven met onze ouders. Dan hebben ze het over die teleurstellingen, het verdriet en het gemis van contact met de achterblijvers. Pas in de jaren 80 konden velen weer fysiek contact hebben met families op de Molukken. Dat neem je allemaal mee in dat leed."

Marijanan hoopt dat de overheid volgend jaar met compensatie komt. "Dat is namelijk het jaar dat wij hier 70 jaar verblijven", besluit hij met nadruk op het woord verblijven. Want zo voelt het nog altijd voor sommigen.

Het schip Kota Inten, waar later Molukkers mee gerepatrieerd werden (foto uit 1927) (Rechten: N.V. Vereenigde Fotobureaux)

Deel dit artikel: