Het gaat de goede kant op met de Drentse Jeneverbesstruik

Hij begint te glunderen als hij het heeft over de volgens hem mooiste struik van Drenthe. Jan Mager van de Jeneverbesbrigade Kraloo kan uren over de jeneverbesstruik praten, en hij heeft reden om extra positief te zijn: het gaat steeds beter met de typisch Drentse struik.

"Ja, het gaat nu goed. We zijn uit de gevarenzone", zegt Mager opgelucht.

Op de bres

Zestien jaar geleden was de jeneverbesliefhebber een stuk minder goed gemutst over de Drentse struik. Het ging zo slecht met de jeneverbesstruik dat verschillende natuurorganisaties de noodklok luidden. Volgens Mager begonnen de problemen al zo'n honderd jaar geleden.

"De struik is toen al gestopt met vermeerderen. De schapen kwamen toen niet meer op de hei, daardoor werd de grond niet meer kaal en dat zorgde voor te veel humus. De zaadjes van de jeneverbessen vielen op die humus, maar het moet juist in het zand vallen", legt Mager uit.

Daardoor kwamen er geen nieuwe planten bij wat zorgde voor een afname van het aantal jeneverbesstruiken in heel de provincie. In 2014 werd daarom met de slogan op de bres voor de jeneverbes aandacht gevraagd voor de Drentse struik. Twaalf jeneverbesbrigades werden opgericht om ervoor te zorgen dat er meer jonge struiken bij kwamen.

Volgens Jan Mager zijn de acties voor de Jeneverbes een groot succes:

De opgerichte jeneverbesbrigades gaan in de winter ongeveer elke week op pad om kleine boompjes en andere grassen in het leefgebied van de jeneverbesstruik weg te halen. "Kijk", wijst Mager naar een zojuist uitgetrokken boompje. "Als je zo'n Amerikaanse Vogelkers eruit trekt en je laat een stukje zand open, dan komen er nieuwe jonge jeneverbessen op." De plant heeft ruimte, lucht en zandgrond nodig om te kunnen groeien.

Vrijwilligers van de Jeneverbesbrigade aan het werk (Rechten: RTV Drenthe/Ronald Oostingh)

Al die moeite voor de jeneverbesstruik heeft succes, want Mager ziet steeds meer jonge struiken uit de grond komen. "Tot 2004 was er praktisch geen verjonging, na al dat werk wat er gebeurd is zijn er duizenden jonge jeneverbessen bijgekomen in Drenthe", vertelt Mager. Volgens hem is de provincie daarmee uit de gevarenzone.

Belang

Volgens Mager staat het buiten kijf dat al dat werk voor het behoud van de struik gedaan moet worden. Een provincie zonder jeneverbesstruik kan hij zich eigenlijk niet voorstellen. "Hij is er van oorsprong altijd geweest. De jeneverbes was hier eerder dan de grove den, de fijnspar en al die andere naaldbomen. Duizenden jaren geleden waren hier alleen maar jeneverbessen. Juist die soort moet blijven", legt Mager uit.

Maar ook is de boom volgens de jeneverbesliefhebber belangrijk voor de diversiteit. Zo komen er volgens Mager bepaalde vogels naar het gebied om te broeden die er anders niet gauw zouden komen. "Maar", zegt 'ie er snel achteraan, "hij ziet er toch ook gewoon prachtig uit."

Jan Mager van de jeneverbesbrigade legt uit hoe een jeneverbesstruik zich kan vermeerderen:

Eind goed al goed dus zou je denken, maar zo werkt het volgens Mager niet. Hij benadrukt dat de jeneverbesstruik altijd aandacht nodig blijft hebben, omdat de verjonging anders stopt en de boom alsnog verdwijnt. De bedoeling is dan ook dat niet alleen de struik verjongt, maar ook de brigade waarin hij werkt.

"Gelukkig hebben we de afgelopen jaren twee nieuwe vrijwilligers erbij gekregen, dus tot nu toe lukt het wel", zegt Mager. Daarna gaat 'ie snel weer hard aan het werk, want: "het gaat de goede kant op, maar we moeten echt aan het werk blijven."

Meer over dit onderwerp:
ROEG! Natuur Jeneverbes Jeneverbesstruik
Deel dit artikel: