'Het dierenpark van mijn vader': een aap in de rechtszaal en een zeehond in bad

´Het dierenpark van mijn vader´, zo heet het onlangs verschenen boek van Jan Oosting uit Emmen. 288 pagina´s. Het beslaat niet de hele geschiedenis van het Noorder Dierenpark, maar zoals de titel al doet vermoeden, alleen de periode waarin Jans vader de scepter zwaaide, van 1935 tot 1970.

Jan Oosting: "Van jongs af aan wilde ik mijn vader als dierentuindirecteur opvolgen. Rond mijn twaalfde kwam er ineens een andere passie bij: de beeldende kunst. In het begin kon ik die twee, mijn interesse in schilderkunst en mijn dierenliefde nog goed combineren, door het tekenen en fotograferen van dieren. Maar toen ik op mijn achttiende een opleidingskeuze moest maken koos ik er toch voor toelatingsexamen te doen voor de kunstacademie; ik zag ervan af mijn vaders opvolger te worden.

'Emmen veel te afgelegen'

De passie voor dieren en het dierentuinvak zit in de familie. Jans vader Willem is nadat hij Artis bezocht, vast voornemens om daar later directeur te worden. Jan Oosting: "Een zeventienjarige vol ambitie. Maar als hij bij nader inzien de tuin van z'n ouders bekijkt, die vier een halve hectare groot is, plus dat hij weet dat zijn vader renteniert sinds enige tijd, dan bedenkt hij: er is grond én er is geld, daarmee zou ik hier een eigen dierenpark kunnen beginnen! Maar ja, zijn vader heeft daar niet zoveel oren naar, want die vindt Emmen veel te afgelegen en meent dat daar vast niet genoeg bezoekers op afkomen."

Ezeltje rijden

Vader Oosting laat de droom niet los. Hij raakt bevriend met een directeur van een dierenparkje in Zeist, Willem van Kofschoten. Jan Oosting: "Die is commercieel ingesteld en helpt hem met het maken van een businessplan. Mijn vader redeneert dat als hotel Grimme tegenover het station van Emmen dankzij haar speeltuin jaarlijks veertigduizend bezoekers kan trekken, dan kan ik, als ik een dierenpark begin met een speeltuin en een restaurant-paviljoen, ezeltje rijden én een doolhof, zelfs wel honderdduizend bezoekers trekken. Hij brengt het kennelijk zo overtuigend dat mijn opa zwicht. Die steekt er een halve ton in."

Flipperkastballetje

In de jaren dertig van de vorige eeuw komt een nieuw type dierentuin in zwang. Oosting: "Iedereen die denkt aan het ontwikkelen van het dierenpark, denkt in die tijd aan Hagebecks' Tierpark in Hamburg. Die had als eerste zijn dieren in open verblijven, zonder hekken en tralies, van de gasten en elkaar gescheiden met grachten en rotswanden. Mijn vader is daar verscheidene keren gaan kijken. Maar hij kon dat concept niet zonder meer overnemen, want vier hectare is eigenlijk maar betrekkelijk klein. Hij ontwierp het park zó, dat de bezoekers eerst als het ware aan de buitenkant langs het terrein lopen en op een gegeven moment dan net als een flipperkastballetje zigzaggend of meanderend richting de uitgang gaan. En het park is opgebouwd met veel coulissen, om elke hoek probeert hij de gasten te verrassen met iets nieuws. Die gedachte heeft hij, samen met de tuinman van zijn ouders, Berend Gewald, heel consequent uitgevoerd."

'Mijn vader kriebelde elke dag het nijlpaard even aan zijn gehemelte', schilderij Jan Oosting (Rechten: RTV Drenthe / Lydia Tuijnman)

Wandelen met de cheeta

In het boek vertelt Oosting hoe het park wordt ingericht met verblijven en gevuld met bewoners: "Transportbedrijf De Lange haalt uit de Rotterdamsche Diergaarde antilopen en Java-apen. Uit de Haagsche Diergaarde brengt hij een zeboe-koe en een zebramerrie over. De terugweg gaat via Gooiland, waar hij een koppel witstaartgnoes oppikt. Op woensdagavond 22 mei 1935, arriveren er op het Emmer treinstation wagonladingen vol dieren uit Hagenbeck's Tierpark. Het zijn een kameel, een zebrahengst, edelherten, wolven, dingo's, bruine en Maleise beren, flamingo's, een tamme cheeta en stekelvarkens. Eén van de wolven werpt na aankomst op het treinstation drie welpen. Een mooie uitbreiding van het dierenbestand! Ook zijn er jakhalzen, marterhonden en fretten, een zeboestier en een koppel wilde zwijnen, die kort na hun aankomst tot ieders verrassing voor 'gestreepte' gezinsuitbreiding zorgen. In de overige kisten zitten kraanvogels, gieren, een adelaar, een raaf, ara's, papegaaien en kaketoes. De cheeta is de eerste en voorlopig ook enige grote katachtige in het park. Het dier kan met een lijntje aan zijn halsband mee uit wandelen genomen worden."

Op maandag 27 mei 1935 is het dan zover, het park wordt geopend. Jan Oosting: "Dat weekend erna was het hemelvaart en kwamen er vijfduizend mensen naar het park. De tram puilde uit! Die tram werd trouwens al dat hetzelfde jaar omgedoopt tot de Dierenparktram, dus dat zegt iets over het succes van het dierenpark van mijn vader."

Olifanten achter een stroomdraadje

Het was in het Noorder Dierenpark niet alleen maar aapjes kijken. Jan Oosting: "Mijn vader vond het ook belangrijk dat je iets opstak, dus dat je er wijzer uitkwam dan je gekomen was. Opvoeden en onderrichten. Hij was bijvoorbeeld één van de eersten die bij de verblijven bordjes liet plaatsen met plaatjes van de dieren. En een stukje tekst erbij over de levenswijze, dat was toen echt nieuw. Hij probeerde altijd bij te blijven met ontwikkelingen en elk jaar iets nieuws aan het park toe te voegen. Dat vind ik ook het leuke in mijn boek, dat je die ontwikkeling van het dierenpark eigenlijk op de voet kunt volgen. Je ziet wat in de loop van de jaren afgebroken wordt, wat er bij komt. Bijvoorbeeld: mijn vader had een olifanten- en nijlpaardengebouw ontworpen maar hij had geen zin in een massief hek. Dus waren de olifanten in het Noorder Dierenpark vanaf 1947 achter schrikdraad te zien en dat was een primeur, wereldwijd. De olifanten wenden er al gauw aan: als een pinda net buiten bereik lag, dan bliezen ze met hun slurf lucht schuin bóven die pinda, zodat die onder het draad naar hen toe rolde."

Stinken naar hyenahond

Het Noorder Dierenpark doet ook aan fokprogramma's voor bedreigde dieren. Jan Oosting: "Mijn vader heeft bijvoorbeeld in de jaren '50 een programma opgezet voor de met uitsterven bedreigde hyenahonden, Afrikaanse wilde honden heten die tegenwoordig. Dat ging aanvankelijk niet zo makkelijk, maar uiteindelijk is dat toch aardig op gang gekomen. Op een gegeven moment hadden wij thuis een hond als pleegmoeder voor zeven jonge hyenahonden. En er is geen dier dat zo stinkt als een hyenahond! Ze zaten met zijn allen op mijn vaders kantoor. Mijn vader kon je al op meters afstand ruiken, het was verschrikkelijk. Ja, mijn vader ging fysiek contact met de dieren niet uit de weg. Als ze ziek waren of zo, ja, dan moest je ze uit hun verblijf halen en ze kwamen bij ons in huis en werden dan verzorgd. Jonge dieren, heel veel. Leeuwtjes bijvoorbeeld. Ik heb zelfs eens met een jonge zeehond in bad gezeten, maar ben wel zo verstandig geweest om een zwembroek aan te doen! Want ze kunnen lelijk bijten en je weet maar nooit."

Jan Oosting, zijn dochters en de oudere generatie familie Oosting op de foto erachter. (Rechten: Collectie Jan Oosting)

15/11 Drenthe Toen Podcast Jan Oosting

Aap in de rechters zetel

Er zijn meer herinneringen die een lach tevoorschijn brengen. Jan Oosting: "We hadden een chimpansee en die heette Tommy 2, Tommy 1 was eerder aan tbc overleden. Tommy 2 was heel goed in uitbreken en op een gegeven moment was-ie weer eens uit zijn hok ontsnapt. Alle oppassers en mijn vader gingen zoeken. Een van de oppassers komt langs de aangrenzende tuin van het kantongerecht en denkt, laat ik daar toch eens even kijken. Hij ziet een raam van het gerechtsgebouw half open staan en ook een spoor van zand. Dus hij denkt bingo, even kijken of daarbinnen misschien iets te zien is. Hij kijkt van buitenaf in het archief en hij ziet een enorme ravage. Kasten omgetrokken, papieren op de grond... In de zaal waar de kantonrechter zittingen hield zat Tommy op de zetel van de rechter. Hij had een een inktfles, een grote, op de grond kapot gegooid. Het laat zich raden wat voor een ravage dat was. Om het plaatje compleet te maken had hij een pen in z'n hand. Tommy 2 is uiteindelijk naar Artis gegaan. Dat was wel beter, omdat ie bij ons vanwege z'n ontsnappingstechnieken nauwelijks te houden was."

Liefde in woord en verf

Jan Oosting heeft jaren aan het boek gewerkt, de laatste anderhalf jaar het meest intensief. De eerste coronagolf vertraagde de publicatie van het boek, maar dat had een voordeel. Beeldend kunstenaar Jan had tijd om een serie olieverfschilderijen aan het boek toe te voegen. "Toen ik 18 was heb ik afscheid genomen van mijn jeugddroom om mijn vader op te volgen. Maar nu heb ik voor dit boek een reeks schilderijen als illustraties gemaakt, bij elkaar 25 stuks. Ik besefte: je liefde voor dat dierenpark, die heb je nu in woorden vastgelegd, maar die kun je eigenlijk ook heel goed met verf tonen."

Het hele gesprek met Jan Oosting is te beluisteren in het radioprogramma Drenthe Toen dat op zondag 14 november wordt uitgezonden op Radio Drenthe tussen 12.00 en 14.00 uur. Daarna te beluisteren via de podcast en uitzending gemist. Het boek is uitgegeven door Uitgeverij Drenthe en we mogen een exemplaar verloten. Meedoen? Stuur een mail naar drenthetoen@rtvdrenthe.nl en vergeet niet je naam en adres te vermelden.