'Waterstofeconomie Noord-Nederland kost 35 procent meer stroom'

Door de waterstofplannen van de Noordelijke provincies, waaronder Drenthe, stijgt de landelijke vraag naar stroom met 35 procent. Dat blijkt uit onderzoek van NRC.

Om zogeheten 'groene' waterstof te kunnen produceren is stroom nodig van zonne- of windenergie. Door de grote vraag van waterstoffabrieken naar groene stroom zouden er tot 2030 twee keer zoveel windmolenparken op de Noordzee moeten worden gebouwd als nu voorzien, zo schrijft de krant.

Als het niet lukt om zoveel windmolenparken bij te bouwen moet de stroom voor het maken van waterstof van fossiele elektriciteitscentrales komen, maar daardoor neemt de CO2-uitstoot toe.

Waterstofeconomie

De noordelijke provincies willen inzetten op de waterstofeconomie, onder meer om banen te behouden die verdwijnen door het stopzetten van gaswinning. De infrastructuur die er al ligt vanwege de gaswinning kan ook gebruikt worden voor waterstof.

Zo moet er op het terrein van de voormalige Gaszuiveringsinstallatie, GZI Next, in Emmen een grote waterstoffabriek komen die de omliggende industrie van waterstof moet gaan voorzien. In Hoogeveen wordt een nieuwe woonwijk gebouwd die draait op waterstof.

In onderstaande reportage neemt verslaggever Edwin Mooibroek een kijkje bij het terrein van de voormalige Gaszuiveringsinstallatie, dat een belangrijke rol gaat spelen in de Noordelijke waterstofeconomie. Verhaal gaat verder onder de video.

Honderden miljoenen

De noordelijke provincies haalden vorige week nog honderden miljoenen euro's binnen uit Europese fondsen, onder meer bedoeld om waterstofprojecten te financieren. Eind oktober presenteerden Drenthe, Groningen en Friesland samen met bedrijven een investeringsplan van 9 miljard euro om ervoor te zorgen dat het Noorden een belangrijke leverancier wordt van waterstof in West-Europa.

In onderstaande reportage van verslaggever Vera Beuke reageert gedeputeerde Henk Brink op de miljoenen.

Deel dit artikel: