Onderzoek naar effecten van mest op micro-organismen in bodem

Onderzoekers van Bioclear Earth in Groningen gaan in de drie noordelijke provincies de effecten van verschillende mestsoorten op het leven in de bodem meten. Het gaat dan om wat meststoffen doen met bacteriën en schimmels. Eerdere onderzoeken hebben al aangetoond dat mest goed is om gras hard te laten groeien, maar dat veel mest negatieve effecten heeft op het kleine leven in de bodem.

Het onderzoek gaat plaatsvinden op minimaal drie boerenbedrijven in Drenthe, Groningen en Friesland. Misschien op meer bedrijven. Doel is om alternatieven te vinden voor drijfmest-injectie. Drijfmest bestaat uit koeienpoep vermengd met urine, waardoor er veel ammoniak en dus stikstof vrijkomt. Van het stikstof groeit het gras goed, maar eerdere onderzoeken hebben al aangetoond dat het funest kan zijn voor ander leven in de bodem.

Zo blijkt uit eerder onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) dat drijfmest grote negatieve gevolgen heeft voor het aantal wormen in de bodem. En daarmee weer een negatief effect op het aantal weidevogels, want die eten die wormen weer. En drijfmest-injectie zou de bodem ook te veel uitputten.

Drie soorten mest-onderzoek

De onderzoekers van Bioclear Earth gaan de effecten op de bodem van drie mestmethoden volgen. Uiteraard de injectie van drijfmest, de injectie van de reststoffen van mest uit de mestvergister en het bovengronds uitbreiden van vaste mest. Dat is koeienpoep waar geen urine bij in zit.

Moleculair-bioloog Eline Keuning van Bioclear Earth: "Juist dat kleine leven in de bodem, zoals schimmels en bacteriën, kan heel belangrijk zijn voor een gezonde bodem. We weten er eigenlijk nog te weinig van. En een betere bodemkwaliteit is beter voor de opbrengst. Het zou helemaal mooi zijn als je dat kunt bereiken door meer gebruik te maken van de organismen in de bodem en minder met mest. Dat is naar verwachting ook beter voor de stikstofuitstoot. Maar ook dat moeten we onderzoeken."

We weten te weinig over de micro-organismen

Keuning: "We weten al heel veel over hoe we de bodem chemisch of fysisch kunnen manipuleren. Maar we weten te weinig over wat de biologie in onze bodem doet. En wat die microbiologie kan bijdragen aan hoe we beter landbouw en veeteelt kunnen bedrijven met juist de hulp van schimmels en bacteriën in de bodem."

"We gaan geen proefveldjes aanleggen, we gaan bij drie boerenbedrijven meten die al met deze drie methodes werken. Praktijkonderzoek dus. In alle drie de provincies zoeken we minimaal één bedrijf uit, mogelijk meerdere. Een Drentse veehouder wordt nog gezocht. Daartussen gaan we de vergelijkingen maken. Dit voorjaar gaan we beginnen, zodat we in het komende groeiseizoen hopelijk al de eerste effecten kunnen meten." De onderzoeken gebeuren met DNA-technieken door drie onderzoekers.

Gezonde bodem van de toekomst

Het mestonderzoek maakt deel uit van het project "Bodemgezondheid Noord-Nederland." Dat loopt in samenwerking met de drie noordelijke provincies vanaf 2017. Het doel van dit project is inzicht krijgen in de effecten van verschillende manieren van grondbewerking op de bodembiologie en daarmee de bodemgezondheid. "Als we weten wat de effecten zijn, kunnen we vervolgens definiëren wat goed is voor de bodemgezondheid en wat niet, want een gezonde bodem is een toekomstbestendige bodem", zegt Keuning.

Wat zijn de kenmerken van een gezonde bodem?

Een gezonde bodem is een bodem die in staat is om water op te nemen en vast te houden, voedingstoffen bevat én een grote biodiversiteit aan bodemleven omvat, zoals bacteriën en schimmels, maar ook wormen. Deze biodiversiteit zorgt voor de weerbaarheid en de vruchtbaarheid van de grond. Keuning: "We komen er steeds meer achter dat de dienstverlenende rol die het microbiële bodemleven in de bodem speelt enorm belangrijk is en dat we zuinig moeten zijn op deze onbetaalde medewerkers."

injectie van drijfmest (Rechten: RTV Drenthe / Matthijs Holtrop)

Deel dit artikel: