Hoger beroep nabestaanden treinkapers De Punt gaat verder

Het hoger beroep dat drie nabestaanden van Molukse treinkapers hebben aangespannen tegen de Nederlandse Staat gaat vandaag en morgen verder. Vandaag mogen de advocaten bij het gerechtshof in Den Haag hun pleidooien houden.

De nabestaanden eisen een schadevergoeding, omdat zij vinden dat hun familieleden onrechtmatig zijn doodgeschoten tijdens de beëindiging van de treinkaping in 1977 bij De Punt. De Haagse rechtbank oordeelde in 2018 dat de Staat niet verantwoordelijk is voor de dood van de kapers.

Het gaat om de nabestaanden van Max Papilaja en de enige vrouwelijke kaper Hansina Uktolseja. Marco Papilaja, de kleinzoon van Max Papilaja en is vandaag in Den Haag. Vanwege de coronamaatregelen mogen maar weinig mensen de zitting bijwonen. De zaak is te volgen via een livestream, maar zal ook deels achter gesloten deuren zijn. Tijdens de zitting worden beelden en geluidsfragmenten afgespeeld die niet openbaar zijn.

Hoe zat het ook alweer?

In de ochtend van maandag 23 mei 1977 kapen negen gewapende Molukkers de intercity van Assen naar Groningen. De trein wordt bij De Punt stilgezet. Tegelijkertijd wordt een basisschool gegijzeld in Bovensmilde. De kapers eisen steun en publiciteit voor de RMS en ook willen zij dat 'politieke gevangenen' worden vrijgelaten.

De Zuid-Molukkers komen in 1951 voor een tijdelijk verblijf naar Nederland. Door de Nederlandse regering wordt ze beloofd dat zij op de Molukken hun eigen staat kunnen stichten. Na ruim 25 jaar wachten is die belofte nog niet ingelost en gaan sommigen van de jongere generatie over tot gewelddadige acties.

Drie weken in de trein

De kaping van de trein bij De Punt duurt uiteindelijk drie weken. Als duidelijk wordt dat onderhandelingen op niets uitlopen, wordt een bevrijdingsactie op touw gezet. Op 11 juni 1977 bestormt een groep mariniers de trein. Daarbij komen zes kapers om het leven, net als twee gegijzelden.

De laatste jaren is er veel te doen geweest om de beëindiging van de treinkaping. Volgens nabestaanden van Papilaja en Uktolseja zijn zij doelbewust geëxecuteerd. De twee kapers zouden al gewond en weerloos op de grond hebben gelegen toen ze werden gedood. Er zou volgens de nabestaanden een 'opdracht tot doden' zijn geweest. De mariniers en de Nederlandse Staat bestrijden dit. De mariniers verklaren dat zij hebben geschoten omdat er dreiging was.

Voor de rechter

In 2015 dagen de nabestaanden van de omgekomen Papilaja en Uktolseja de Nederlandse Staat voor de rechter. De rechtszaak begint aan het einde van dat jaar en het duurt uiteindelijk tweeënhalf jaar voor er een uitspraak van de rechtbank in Den Haag ligt. Die oordeelt dat de staat niet aansprakelijk is voor de dood van de Molukse kapers bij de beëindiging van de treinkaping.

De rechtbank stelt dat de mariniers in de 'achteraf gezien onjuiste, maar oprechte en daarom verschoonbare' veronderstelling waren dat het geweld nodig was. Volgens de rechters in Den Haag is er geen bewijs dat de staat de opdracht gaf om de kapers te doden. Direct na de uitspraak gaat advocaat Liesbeth Zegveld namens de nabestaanden in hoger beroep.

Zij wil tijdens het hoger beroep nieuwe getuigen horen, waaronder oud-premier Dries van Agt. Ze wil hem vragen naar een mogelijk 'bevel om te doden'. Maar het hof heeft dat afgewezen. Desondanks ziet Zegveld toch genoeg mogelijkheden om door te gaan met het hoger beroep.

Het is nog onduidelijk hoe lang het hoger beroep gaat duren en wanneer het gerechtshof in Den Haag uitspraak doet.

Deel dit artikel: