Nabestaanden kapers staan lijnrecht tegenover Nederlandse staat

"Zij waren zwaargewond en hadden moeten worden aangehouden", dat stelde advocaat Liesbeth Zegveld vandaag voor het hof in Den Haag. Daar dient het hoger beroep dat nabestaanden van twee omgekomen Molukse kapers van de treinkaping in De Punt, hebben aangespannen. Het gaat om de nabestaanden van Max Papilaja en de vrouwelijke kaper Hansina Uktolseja.

De nabestaanden eisen een schadevergoeding omdat zij vinden dat hun familieleden onrechtmatig zijn doodgeschoten tijdens de beëindiging van de treinkaping in 1977 bij De Punt. De rechtbank oordeelde in 2018 dat de Staat niet verantwoordelijk is voor de dood van de kapers. "Bij zelfverdediging was het het recht van de mariniers om te schieten. Maar dat is niet de waarheid. Dat is dat gewonde uitgeschakelde kapers zijn doodgeschoten. Het was de plicht van de Staat om deze mensen aan te houden", aldus Zegveld. Bij de beëindiging van de treinkaping na bijna drie weken is veel geweld gebruikt.

Reimer Veldhuis, de landsadvocaat die de Nederlandse staat vertegenwoordigd, ziet dat anders. Volgens hem is voor de beëindiging van de kaping nog een document ondertekend. Daarin waren zaken geregeld voor de familieleden van de mariniers voor het geval zij zouden overlijden. "De mariniers moesten met gevaar voor eigen leven opereren". Hij haalt ook de treinkaping twee jaar eerder in Wijster aan. "Toen zijn er gegijzelden geëxecuteerd, die beelden gingen de wereld over."

De treinkaping in 1977

In de ochtend van maandag 23 mei 1977 kapen negen gewapende Molukkers de intercity van Assen naar Groningen. De trein wordt bij De Punt stilgezet. De kaping van de trein duurt uiteindelijk drie weken. Als duidelijk wordt dat onderhandelingen op niets uitlopen, wordt een bevrijdingsactie op touw gezet. Op 11 juni 1977 bestormt een groep mariniers de trein. Zes kapers en twee gegijzelden komen daarbij om het leven.

Volgens advocaat Liesbeth Zegveld zijn de mariniers de trein in gegaan met als doel de terroristen te doden. "Het leger is ingezet tegen haar eigen onderdanen", zegt Zegveld. "Het leger is getraind om te schieten op de romp. De politie heeft een andere taak, het schieten op de benen." Volgens Zegveld en de nabestaanden hebben de mariniers de kapers doelbewust doodgeschoten. "Ook uit geluidsopnames blijkt dat meteen is geschoten. De kapers hadden geen kans om zich over te geven." Volgens Zegveld is het twijfelachtig of er een zorgvuldige afweging is geweest tussen wel of niet schieten.

'Doelbewust doodgeschoten'

Tijdens de zitting worden ook autopsierapporten besproken. Daaruit blijkt onder meer dat de omgekomen kaper Max Papilaja in zijn borst en hoofd is geschoten. "Uit onderzoek blijkt dat Papilaja binnen een seconde is overleden", aldus Zegveld. Volgens de advocate lag hij op dat moment al gewond op de grond. Volgens de Staat was het op dat moment voor de mariniers niet duidelijk of hij nog een wapen had en op de mariniers kon schieten. Datzelfde geldt volgens de Staat voor de andere kapers.

Liesbeth Zegveld en de nabestaanden denken daar anders over. Naast de dood van Max Papilaja wordt ook de dood van de enige vrouwelijk kaper, Hansina Uktolseja, besproken. Volgens Zegveld zat de rechtbank die eerder de Staat in het gelijk stelde, er naast. "Er was geen dreiging en er is geen waarschuwing gegeven. De mariniers geven in hun verklaring aan dat ze dachten te werden beschoten, maar daar ontbreekt alle bewijs voor." Zegveld betoogt dat Uktolseja gewond op de grond lag en zich niet heeft verzet. "Vlak voor haar dood riep Uktolseja nog: 'mama, mama', duidelijk een teken van overgave." De Staat bestrijdt dat. "De marinier die Uktolseja doodschoot handelde uit het oprechte geloof dat hij bedreigd werd door een beweging van haar", aldus de landsadvocaat. Bij het benaderen van de trein dachten de mariniers dat zij beschoten werden door de kapers.

"De hele situatie in de trein duurde drie minuten. De mariniers wisten niet wat ze zouden aantreffen", aldus landsadvocaat Veldhuis. Hij somt verschillende soorten geweren en pistolen op die de kapers bij zich hadden. "Ook waren ze bang voor boobytraps en bang om kapers aan te treffen die zwaar bewapend waren. En er was ook zeker sprake van een levensbedreigende situatie. Er is door een kaper met zijn uzi op een marinier geschoten die daardoor gewond raakte." De mariniers moesten volgens hem in een fractie van een seconde beslissen.

De rechtbank stelde de nabestaanden in 2018 in het ongelijk

In 2015 dagen de nabestaanden van de omgekomen Papilaja en Uktolseja de Nederlandse staat voor de rechter. De rechtszaak begint aan het einde van dat jaar en het duurt uiteindelijk twee en een half jaar voor er een uitspraak van de rechtbank in Den Haag ligt. Die oordeelt dat de Staat niet aansprakelijk is voor de dood van de Molukse kapers bij de beëindiging van de treinkaping.

De rechtbank stelt dat de mariniers in de 'achteraf gezien onjuiste, maar oprechte en daarom verschoonbare' veronderstelling waren dat het geweld nodig was. Volgens de rechters in Den Haag is er geen bewijs dat de Staat de opdracht gaf om de kapers te doden. Direct na de uitspraak gaat advocaat Liesbeth Zegveld namens de nabestaanden in hoger beroep.

Hoger beroep

Vanwege de coronamaatregelen is het hoger beroep via een livestream te volgen. Nabestaande Marco Papilaja, de kleinzoon van kaper Max Papilaja, is als nabestaande aanwezig in Den Haag. Het hoger beroep zal deels achter gesloten deuren zijn. Tijdens de zitting worden beelden en geluidsfragmenten afgespeeld die niet openbaar zijn.

Morgen gaat de zitting verder. Dan mogen beide partijen op elkaar reageren en kan het hof aanvullende vragen stellen. Het is nog onduidelijk hoe lang het hoger beroep gaat duren en wanneer het gerechtshof in Den Haag uitspraak doet.

Meer over dit onderwerp:
hoger beroep treinkaping molukken de punt
Deel dit artikel: