Hoe gaan hulpdiensten om met personeel dat terugkomt van een heftig incident?

Medewerkers van de politie, ambulance en brandweer staan met hun neus bovenop de meest heftige situaties. Hoe gaan ze daarmee om en hoe is de nazorg geregeld?

In de opleidingen van hulpverleners is er aandacht voor mentale weerbaarheid. Maar hoe goed voorbereid ook, de impact van een verkeersongeluk zoals in Coevorden deze week kan keihard aankomen bij een hulpverlener.

"Op het moment dat er een kind bij is betrokken, raakt dat iedereen", zegt politiewoordvoerder Paul Heidanus. "Coevorden en ook Hoogezand (waar deze week een jongetje om het leven kwam bij een aanrijding, red.) zijn pittige incidenten, ook voor hulpverleners. Daar is aandacht en zorg voor, het is echt maatwerk."

Verschillende rollen

Er zijn politieagenten die als eerste bij de plaats van het ongeluk komen, agenten die zich ontfermen over de slachtoffers en de andere betrokkenen bij het ongeluk en er zijn agenten die het slechtnieuwsgesprek moeten voeren met nabestaanden en die contact houden met de families.

"Hoe je het wendt of keert, direct betrokken collega's worden het meest geraakt", vertelt Heidanus. Voor hen staat er op het bureau altijd het Team Collegiale Opvang (TCO) klaar. Dat team bestaat uit ervaren politiemensen, die zijn getraind in het voeren van gesprekken en een luisterend oor bieden. Ze weten uit eigen ervaring wat collega's ondergaan. "Soms is daarmee de kous af. We hebben natuurlijk niet alleen te maken met aanrijdingen. Er zijn veel meer incidenten waar politie wordt ingezet", zegt Heidanus.

Meer hulp

"Per persoon is het verschillend hoe je daarmee omgaat", vervolgt de politiewoordvoerder. Als je bijvoorbeeld in de privésfeer narigheid hebt, kan dat van invloed zijn. Of als het een optelsom van incidenten is. De ene persoon kan er redelijk makkelijk mee omgaan, de andere heeft meer hulp nodig."

Er zijn in dat geval verschillende andere professionals beschikbaar, zoals vertrouwenspersonen, artsen en psychologen. Ook kan er hulp komen van externe gespecialiseerde stichtingen. Alles om te voorkomen dat agenten later last krijgen van een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Dat lukt niet altijd. De psychische wonden opgelopen tijdens een dienst kunnen later in het dagelijks leven voor flinke problemen zorgen. Voorbeelden zijn slaapproblemen, woede-uitbarstingen en concentratieproblemen.

Iedere politie-eenheid heeft een team Veilig en Gezond werken, waarin specialisten zitten. De komende periode wil de politie nog meer stappen zetten om medewerkers met PTSS en hun gezin beter te begeleiden.

Ambulance

Voor ambulancemedewerkers in Drenthe is een soortgelijk team als bij de politie beschikbaar, na terugkomst van een dienst. UMCG Ambulancezorg heeft een eigen Bedrijfsopvangteam (BOT). "Dit zijn getrainde collega's die na een heftige inzet contact opnemen of waar onze collega's zelf contact mee kunnen zoeken", laat Japke Grit van UMCG Ambulancezorg weten. "Als aanvulling op deze getrainde collega's, hebben we ook het Steunpunt ambulance. Met dit Steunpunt kunnen collega's laagdrempelig en onafhankelijk contact opnemen voor vragen en zorgen over psychosociale klachten."

Verder kunnen preventieve spreekuren bij de bedrijfsarts, (anonieme) coachsessies en een persoonlijk begeleidingstraject bij de psycholoog ambulancemedewerkers helpen. Indien nodig kan worden gekeken naar andere vormen van hulp.

Praktijk

Bij de brandweer wordt ook het Team Collegiale Opvang (TCO) opgeroepen bij een nabespreking. Ze werken volgens de 'Regel van 7', zeven situaties waarbij het team met speciaal opgeleide brandweermensen opgeroepen wordt. Het kan dan gaan om ongevallen met zwaar letsel of dodelijke afloop, maar ook om bijvoorbeeld geweld en intimidatie tijdens het werk en situaties waarbij familieleden of collega's betrokken zijn. Brandweerlieden mogen zelf ook altijd een gesprek aanvragen.

"Als een van bovenstaande situaties zich voordoet wordt het TCO opgeroepen, en wordt direct na de inzet in de kazerne een evaluatiegesprek gehouden", legt Theo Seubers uit. Hij is regionaal coördinator nazorg brandweer Drenthe. "De aanwezige teams worden dan tijdelijk buitendienst gezet zodat ze in alle rust, in een veilige omgeving, het gesprek kunnen houden."

Een gespreksleider begeleidt de groep. "Tijdens het gesprek wordt het beeld van de voorgevallen situatie helder en duidelijk gemaakt. In de meeste gevallen vertelt de officier van dienst of de bevelvoerder wat er is gebeurd en hoe de inzet is geweest. Dit kan door eenieder worden aangevuld. De aanwezige TCO-leden, meestal twee, volgen het gesprek en observeren alle aanwezigen", schetst Seubers de situatie. "Aan het einde moet voor de aanwezigen het plaatje duidelijk zijn en worden er vervolgafspraken gemaakt. Dit kan zijn dat de collega's de volgende dag even gebeld worden of dat er na een paar dagen een tweede gesprek plaatsvindt met de collega's."

TCO brandweer

"Bij de brandweer Drenthe hebben we 4 TCO-teams", laat Theo Seubers weten. Ze zijn verdeeld over de gebieden en er is een speciaal team voor de brandweercentralisten in de meldkamer. "Elk team heeft ongeveer tien leden. Voor de meldkamer zijn er vier. De leden van het TCO zijn speciaal opgeleide en getrainde brandweercollega's. Het TCO wordt door de meldkamer gealarmeerd. Elk lid geeft zijn of haar beschikbaarheid via de app aan. De coördinator van het team bepaalt welke twee TCO'ers naar de kazerne gaan om bij het evaluatiegesprek aanwezig te zijn."

TCO-leden worden breder ingezet, zo geven ze ook presentaties bij brandweeropleidingen.

Geen standaard

Ook bij de brandweer is er aandacht voor psychosociale schade op de lange termijn. "Als blijkt dat na een tweede gesprek, na de telefoontjes of na persoonlijke gesprekken nog een derde gesprek kan helpen bij de verwerking, dan wordt dat gehouden", aldus Seubers. "Als hierna blijkt dat er nog problemen zijn, wordt in overleg met de collega professionele hulp ingeschakeld. We houden als collega's elkaar in de gaten, want we willen snel helpen zodra er signalen van verstoorde verwerking zijn."

Maatwerk dus, net als bij de andere hulpdiensten. Volgens Seubers is er geen manier van verwerken die voor iedereen even geschikt is. "De natuurlijke herstelmogelijkheden staan centraal. Het op eigen kracht verwerken met behulp van de eigen directe omgeving werkt het best. Dit is natuurlijk per persoon verschillend maar belangrijk is dat het beeld duidelijk is of wordt." Wat wel voor iedereen geldt: "Niks moet. Het moeten en forceren is uit den boze."

Meer over dit onderwerp:
112 Coevorden Ongeluk Politie Brandweer Ambulance
Deel dit artikel: