Waterschap verhoogt beken Drentsche Aa-gebied: 'Omliggende natuur kan zo natter blijven'

Het water stroomt nu volop, maar door aanhoudende droogte en warm weer staan de beekjes in het Drentsche Aa-gebied in de zomer regelmatig droog. Dat is slecht voor de natuur en daarom is Waterschap Hunze en Aa's deze week begonnen met een project waarbij ze de bodem van een aantal beken verhogen.

Op drie verschillende plekken in het Drentsche Aa-gebied, het Anloërdiepje als eerste, wordt met een grote slang zand en hout op de bodem aangebracht. "Wat we nu doen is de bodem van de beek wat omhoog brengen, zodat het water ook wat hoger gaat staan", legt projectleider Willem Kastelein uit. "Dan trekt het minder grondwater aan en dat betekent dat de omliggende natuur ook natter kan blijven."

Eerste keer in Nederland

In samenwerking met Waterschap Hunze en Aa's en Staatsbosbeheer heeft Knoop Natuur- en Waterbouw een systeem ontwikkeld waarmee het zand in de beek wordt gepompt. "We mengen het zand met water", legt Greetje Mast van Knoop Natuur- en Waterbouw uit. "Dat gaat via een persleiding door de beek heen. De buis wordt langzaam teruggetrokken en het zand wordt in de beek gesuppleerd."

Deze methode is speciaal voor dit project ontwikkeld. Mast: "Het is de eerste keer in Nederland dat een beek op deze manier wordt opgehoogd."

(Verhaal gaat verder onder de video)

Strenge eisen

Het materiaal dat in de beek wordt gespoten voldoet aan strenge eisen, zodat de beek zo min mogelijk wordt verstoord. "We hebben van te voren goed gekeken: wat voor zand ligt hier nou eigenlijk in het Anloërdiepje?", zegt Peter Paul Schollema, aquatisch ecoloog. "Datzelfde zand brengen we nu ook weer aan, om niks te veranderen. En om te zorgen dat het zand goed blijft zitten, brengen we ook hout aan."

Door het toegevoegde materiaal ontstaat variatie in de grond. En dat is weer goed voor de biodiversiteit. "De variatie tussen diep en ondiep zorgt ervoor dat je heel veel verschillende beesten hier hebt in zo'n Anloërdiepje."

Het verhogen van de bodem van het Anloërdiepje gaat ongeveer twee weken in beslag nemen. Het Zeegserloopje en het Looner- en Taarloschediep zijn hierna aan de beurt.