MHBOS: Bijna een halve eeuw rugbyclub Dwingeloo

Voormalig dorpsdokter Willem Dinkla stelde de gemeente Dwingeloo in 1974 een ultimatum: "Als ik nu geen veld krijg, dan koop ik een weiland en gaan we daar rugbyen." Tijdens zijn studie geneeskunde in Groningen wordt hij verliefd op het fysieke spelletje en die verliefdheid verhuist mee terug naar Dwingeloo.

Dinkla woont in het huis waar hij geboren is. Een hanentree verder staat de huisartsenpraktijk, waar dorpelingen voor een consult bij hem op de deur klopten.

Bij terugkomst in zijn dorp zoekt hij naar een oplossing om in zijn eigen behoefte te voorzien: Dinkla wil rugbyen. "Ik vond het een heerlijke sport en wilde het graag blijven doen. Op dat moment zat er maar één ding op: richt maar een club op", lacht hij.

Doelpalen verlengd

Na overleg met de plaatselijke voetbalvereniging mogen Dinkla samen en zijn rugbykompanen tijdelijk op een voetbalveld trainen. Al zijn de faciliteiten ver te zoeken.

Officiële doelpalen waren er niet: "We hebben gewoon de zijpalen van het voetbaldoel verlengd. Dat was dan voor de rugby goed. Zo zijn we eigenlijk een beetje begonnen." Bovendien komen de medische handigheidjes geregeld van pas.

Medische handigheidjes

"Ik nam altijd mijn koffertje mee. Als iemand dan iets had, kon ik meteen even kijken en er iets aan doen", haalt hij zijn schouders op. Zo krijgt er een Dwingeler in een wedstrijd in en tegen Amersfoort een grote snee in zijn hoofd. Dinkla hecht de wond langs de lijn, waarna het slachtoffer de wedstrijd uit kan spelen: "Ik zie die scheids nog kijken: wat gebeurt hier?" Een teamlid van Rugbyclub Dwingeloo stelt de arbiter gerust: "Dit is een boer, die heeft net een cursus veeverzorging gevolgd."

Ook worden schouders die het kommetje hebben verlaten met behulp van een Drentse zwerfkei op de juiste plek teruggezet: "Dat is ene oude techniek. Iets zwaars eraan hangen, dan worden die spieren moe en dan schiet de schouder er weer in. Dat valt heel erg mee."

Bijna een halve eeuw

"In de eerste jaren moet je de kar het meest trekken, maar op een gegeven moment staat de jeugd op en dan moet je het aan hen overlaten. Het loopt als een trein. Beter dan ikzelf had kunnen ontwikkelen." Of hij had verwacht dat de club er bijna een halve eeuw later nog steeds zo mooi op stond? Nee. "Ik had geen verwachting. Ik vond het al mooi dat het liep en dan merk je opeens dat het vijftig jaar later is", besluit de trotse oprichter.

Dinkla mag misschien een stapje terug hebben gedaan, maar de ovalen bal zal dankzij hem altijd in Dwingeloo blijven.

Lees ook:

Deel dit artikel: