Drenthe telde 26 stalbranden in 9 jaar tijd

In Drenthe zijn in de afgelopen negen jaar 26 stalbranden geweest. Dat blijkt uit een analyse van LocalFocus, op basis van een rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid.

Die raad publiceerde eind vorige maand een rapport waaruit bleek dat het voorkomen van stalbranden geen prioriteit heeft voor de veehouderij en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Het ministerie ziet een brand waarbij 130.000 stuks pluimvee of 7.000 varkens omkomen als een 'acceptabel' risico.

In elke Drentse gemeente werd tussen 2012 en eind 2020 ten minste één stalbrand gemeld, op Assen na. Daar waren geen stalbranden. De meeste stalbranden waren in de gemeenten Emmen en Aa en Hunze. Daar brak in die jaren in beide gemeenten vier keer brand uit in een stal.

Hoeveel kippen, varkens, koeien of ander vee bij die 26 branden in totaal stierven is niet duidelijk. Want bij veel branden is niet bekend hoeveel dieren precies omkwamen. De brand met de meeste slachtoffers was in 2016 bij een pluimveehouderij in Orvelte. Daar stierven 15.000 stuks pluimvee. In 2013 stierven 1.200 varkens bij een brand in een stal in Nieuw-Roden. Overigens zijn er ook meerdere stalbranden geweest waarbij geen dieren omkwamen.

(Tekst gaat verder onder het kaartje)

Noord-Brabant, Overijssel en Gelderland

Sinds 2012 brak in Nederland minstens 328 keer brand uit in een veestal. In totaal kwamen daar bijna 1,3 miljoen dieren om het leven. Meer dan de helft van de branden was in een koeienstal. Toch veroorzaakten stalbranden in kippenschuren veruit de meeste slachtoffers. Van de 1,3 miljoen dode dieren zijn 1,2 miljoen kippen en ongeveer 80.000 varkens. Het aantal gestorven varkens ligt op zo'n 2.500. Noord-Brabant (72), Overijssel (51) en Gelderland (50) telden de meeste stalbranden.

(Tekst gaat verder onder het kaartje)

'Brand is bedrijfsrisico'

Volgens de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) ziet het ministerie geen reden om aanvullende regels op te stellen om de brandveiligheid in stallen te verbeteren. "In de politieke besluitvorming over eventuele aanvullende regelgeving hebben de kosten voor veehouders en de veehouderijsector als geheel de doorslag gegeven", zei de raad vorig maand. Ook spelen kritische en actievoerende boeren op de achtergrond een rol in het wel of niet nemen van maatregelen. Het broze draagvlak is voor het Rijk een drempel om met extra regels te komen.

Ook benaderen de veesector en het ministerie stalbranden vanuit een 'bedrijfseconomisch' perspectief. Branden worden gezien als 'bedrijfsrisico'. Geld dat uitgetrokken moet worden om de veiligheid te verbeteren, wordt vooral gezien als kostenpost die terugverdiend moet worden.

Oorzaak brand vaak onduidelijk

Volgens boerenbelangenorganisatie LTO Nederland moet er juist meer duidelijkheid komen over de oorzaak van de branden. In ongeveer de helft van de gevallen is namelijk niet duidelijk hoe de brand kon ontstaan. Het nemen van preventieve maatregelen is daarom moeilijk, zo zei LTO in reactie op het rapport. Veehouders zetten volgens LTO continu stappen om stalbranden te voorkomen. Het risico is mede daardoor al zeer klein, maar als het voorkomt zijn de gevolgen alsnog groot.

LTO zelf werkt samen met verschillende andere partijen zoals verzekeraars, brandweer en de Dierenbescherming om stallen veiliger te maken voor dieren, maar dat heeft nog niet het gewenste resultaat opgeleverd. Daarom wil de brancheorganisatie meer doen, want stalbranden zijn "vreselijk voor dieren, ondernemers en hun omgeving". Een partij die de mogelijkheid heeft om eindverantwoordelijkheid te nemen en bij te sturen, zoals de OVV voorstelt, vindt LTO dan ook een goed plan.

Lees ook:

Deel dit artikel: