De Jonge: 'Geen AstraZeneca-vaccin meer voor 60-minners'

Mensen onder de 60 jaar worden voorlopig niet meer met het vaccin van AstraZeneca ingeënt. Dat heeft demissionair minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid vanavond bekendgemaakt. Hij volgt daarmee een spoedadvies van de Gezondheidsraad op.

Mensen onder de 60 jaar die al een eerste prik hebben gehad, kunnen hun tweede nog wel krijgen.

Volgens De Jonge zal het besluit "geen grote consequenties" hebben voor de planning van de vaccinatiecampagne. Het streven blijft om "in de tweede helft van mei iedereen met een verhoogd risico een eerste prik te hebben gegeven", aldus de minister. En begin juli moet iedereen die er een wil een eerste prik hebben gekregen. Over de precieze gevolgen denkt hij de komende dagen meer te kunnen zeggen.

Spoedadvies

Het ministerie van Volksgezondheid had de raad om een spoedadvies gevraagd. De Europese toezichthouder voor vaccins, het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA), concludeerde gisteren dat er waarschijnlijk een verband is tussen het vaccin en een zeldzame en gevaarlijke combinatie van bloedklachten. Enkele tientallen mensen in Europa kregen na toediening van het AstraZeneca-vaccin last van bloedstolsels (trombose) en een laag aantal bloedplaatjes (trombocytopenie).

Acht meldingen bekend

In Nederland zijn acht meldingen bekend. Bij vier van hen kwamen de bloedpropjes bij de longen terecht. Eén vrouw is aan zo'n embolie overleden. Een andere vrouw kreeg ook een hersenbloeding. Het gaat om vrouwen tussen de 23 en 65 jaar.

'Voordelen groter dan nadelen'

Het EMA zei ook dat de voordelen van het vaccin groter zijn dan de nadelen, omdat de kans op overlijden aan het coronavirus groter is dan de kans te overlijden aan de bijwerking. Het is aan de landen zelf om hun vaccinatieprogramma in te vullen.

Deel dit artikel: