Koloniën van Weldadigheid wacht beslissende zomer af: 'We zijn er deze keer meer klaar voor'

Het is vandaag Internationale Werelderfgoeddag. Op de werelderfgoedlijst staan bijvoorbeeld de Taj Mahal, de Chinese Muur en de piramides van Gizeh. Maar daar komt deze zomer misschien een Drents erfgoed bij: de Koloniën van Weldadigheid.

De Koloniën in Frederiksoord, Wilhelminaoord en Veenhuizen azen al jaren op de Unesco-status. "We zijn er deze keer meer klaar voor", zegt Minne Wiersma, directeur van Maatschappij van Weldadigheid. "Meer dan de eerste keer dat het Werelderfgoedcomité onze aanvraag behandelde."

Nieuwe poging

In 2018 werd namelijk ook al een poging gedaan om op de Werelderfgoedlijst te komen. Dat liep uit op een teleurstelling. Met de nodige aanpassingen wordt nu een nieuwe poging gedaan. Onder andere de armenkoloniën van Ommerschans, Willemsoord en Merksplas (België) werden uit de aanvraag gehaald.

Wiersma schat de kansen deze keer een stuk beter in: "We hebben nu ook een nieuw museum (Museum De Proefkolonie, red.). En we zijn meer ingericht op de internationale toerist. Informatieborden zijn bijvoorbeeld ook in het Engels of Duits."

Zonder toerist geen bakker of drogist. Andere bedrijven profiteren ook mee van toerisme."
Ingrid Mascini, marketing Maatschappij van Weldadigheid

Deze zomer valt het beslissende woord. In juli vergadert het Werelderfgoedcomité erover in de Chinese stad Fuzhou. Voor de vergadering zijn twee weken uitgetrokken. In totaal worden er vijftig nominaties voor de erfgoedlijst beoordeeld. Er zijn nog twee Nederlandse kanshebbers: de Stelling van Amsterdam met de nieuwe Hollandse Waterlinie en de voormalige noordgrens van het Romeinse Rijk (samen met Duitsland).

'Onontdekte parel'

Het bestuur van de Maatschappij van Weldadigheid is druk met de laatste voorbereidingen. Daar hoort ook een marketingplan bij, dat in handen is van Ingrid Mascini: "Het zijn de laatste loodjes nu. Het Koloniemagazine maken, Google- en social mediacampagnes opzetten en persreizen organiseren."

Ze wil het gebied in de markt zetten als coronaproof vakantieoord, bijvoorbeeld om te fietsen of wandelen. "Het is een bijzondere plek waar natuur en cultuur elkaar raken. Een onontdekte parel."

Bekijk hier onze reportage over de Koloniën van Weldadigheid en de verwachte toestroom van toeristen:

Geen Giethoorn-tafeleren

Met een Unesco-status met bijbehorend marketingplan is de kans groot dat de Drentse dorpjes straks in trek raken bij toeristen. "Zonder toerist geen bakker of drogist", zegt Mascini. "Daarmee wil ik zeggen dat andere bedrijven ook kunnen profiteren van toerisme. Als er een dagrecreatiebedrijf is, heb je bijvoorbeeld ook een aannemer of een schilder nodig."

Maar Giethoorn-achtige taferelen hoeven we hier niet te verwachten, meent Wiersma: "In Giethoorn heb je 1,5 miljoen toeristen per jaar in een heel klein gebied. Wij hebben veel meer ruimte. Het is voor ons wel de kunst om de toeristen over het jaar heen te verspreiden en over het hele gebied."

De armenkoloniën in Frederiksoord, Wilhelminaoord, Boschoord en Willemsoord ontstonden in 1818 toen generaal Johannes van de Bosch een plan bedacht om iets te doen aan armoede in Nederland. De Fransen waren net vertrokken en lieten Nederland berooid achter. Vooral in de steden was veel armoede en bedelarij.

Van de Bosch bedacht dat hij in Drenthe deze gezinnen een betere toekomst kon geven. Hij bouwde honderden kleine boerderijtjes met wat land. Allemaal in rechte lijnen in het landschap. Gezinnen moesten op het land werken om de kost te verdienen. Deze 'hoeves' zijn nog steeds te zien in dorpen als Frederiksoord, Wilhelminaoord, Boschoord en in mindere mate in Willemsoord.

Al snel bleek dat de discipline die van de 'nieuwe' bewoners werd gevraagd, wel heel lastig was. Iemand die zich niet aan de regels hield, werd naar Veenhuizen of Ommerschans gebracht om daar te worden opgesloten. Veenhuizen is uiteindelijk een gevangenisdorp geworden. Van de Bosch kopieerde zijn idee uit Drenthe en bouwde dezelfde koloniën in België.