Het mysterie van het Sultansmeer bij Ruinerwold

Vlakbij Ruinerwold ligt een watertje, geliefd bij vissers, genaamd het Sultansmeer. Waar komt deze ietwat mysterieuze naam vandaan?

Deze vraag kwam binnen bij Zoek het uit! en geïntrigeerd gingen we op zoek naar antwoorden.

Hoe is het meer ontstaan?

Het meertje zelf is ontstaan in de laatste ijstijd, weet Luit Oldenbanning te vertellen. Hij is bestuurslid van de Stichting Historie van Ruinerwold. "Toen deze ijstijd zo'n 10.000 jaren geleden ten einde liep, ontstonden zogenoemde pingo's. Dat zijn heuvels boven een groeiende laag ijs. Door de druk van het ijs werd de laag grond opgestuwd, en het ijs kwam aan de oppervlakte."

"Na het ontdooien bleef er een meer over, omgeven door een ringwal. In de eeuwen daarna vond er veenvorming plaats. Weer veel later kwamen onze voorouders hier en trokken veen uit die pingo's."

Geschiedenis van het meertje

Aan de oostzijde van het Sultansmeer lag vroeger de Sultansberg. Oldenbanning: "Die is op last van de Duitsers afgegraven en naar elders vervoerd. Later stond er het gebouw van de Waterleidingmaatschappij Drenthe."

Zomers is het een rustige visplaats en 's winters kon men naar hartenlust schaatsen op het Sultansmeer. "Het ijs uit het meer werd vroeger gebruikt om de boter langer vers te houden. De zuivelfabriek Oosteinde bouwde er een ondergrondse koelcel. Een voorloper van de grote koelhuizen."

(Verhaal gaat verder na de foto:)

Er is een sage geschreven over het ontstaan van de naam (Rechten: RTV Drenthe / Greetje Schouten)

IJsbaan Sultansmeer

De ijsbaan van Ruinerwold was altijd op het Sultansmeer aan de Koekangerweg, maar om verschillende redenen is besloten om op Ruinerwold achter het dorpshuis Buddingehof een nieuwe ijsbaan te maken. Deze baan werd in januari 2001 geopend.

Oldenbanning: "Als er ijs in het Sultansmeer lag en het was dik genoeg dan werd er een ijsbaan uitgezet. De gemeente bepaalde bij welke ijsdikte er geschaatst mocht worden. Er was een kantine, ook wel ijstent genoemd. Hier werden warme chocolademelk, grokjes en verschillende soorten snoep verkocht door caféhouder Jan en vrouw Femmigje Reinders."

Later werd dit voortgezet door de familie Klok. "En in de jaren zestig was er Geert Buiten, hij had er een werkplaats om schaatsen te repareren. In 1940-1945 werd het gebruikt als radarpost door de Duitsers." Later is de ijstent nog bewoond geweest door een aantal gezinnen.

Waar komt de naam vandaan?

Waar de naam Sultansmeer vandaan komt is niet zeker. Oldebanning: "Er is wel een sage over geschreven door Havanha. Dat heet 'Het geheim van het Sultansmeer'."

Of dat verhaal waar is, daar valt over te discussiëren. Oordeel zelf en lees de sage onder de foto:

's Winters was het meer een ijsbaan (Rechten: RTV Drenhte / Greetje Schouten)

Het geheim van het Sultansmeer

Door Havanha, pseudoniem van Hendrik van Heerde (1905-1968)

Ik sta aan de oever van het Sultonsmeer in het Drentse land, onder de rook van Ruinerwold. Men heeft mij verteld dat het meer in de ijstijd ontstaan is en dat de ijsschotsen het meer en de heuvel bij het meer hebben gevormd. Men heeft mij ook verteld dat het meer soms tien meter diep is en dat er vele en grote vissen in zwemmen.

Men kon mij niet vertellen hoe de naam 'Sultansmeer' ontstaan is.

Het is vredig aan de oever van het meer. De grauwe lucht is even gebroken en een wat waterig zonnetje speelt met de bomen en met de golfjes. Even is er een felle glinstering in het water, alsof een diamant uit de bodem omhoog is gekomen. Als die wind en die golfjes spreken konden, dan zouden ze kunnen zeggen: "Luister Havanha, het was in het jaar 1200..."

Op kruistocht

Het was in het jaar 1200. Fredrik, Heer van Kuinre, riep zijn onderhorigen op ter kruisvaart. Zijn grote vijand de Schenk van Toutenburg bij Fulnaho, was een vorige maal ter kruisvaart getogen en rijke buit was zijn deel geworden. En nu ging de begeerte van Heer Fredrik ook uit naar die buit. Het interesseerde hem niet of de Turken het Heilige Land bezaten en volgelingen van Mohammed heersten over de heilige plaatsen in en rondom Jeruzalem. Hij ging ter kruisvaart ter wille van de buit en toen zijn horigen zich kwamen melden, hoorden zij uit de mond van hun heer, dat ook zij er niet minder van zouden worden. Niet Jeruzalem maar goud en edelgesteente waren het doel ven Heer Fredrik en de zijnen.

Tot hen die in 1200 ter kruisvaart togen behoorden ook Maarten Maartens uit het land van Havelte en de Zwarte Jeroen uit het Ruinerwoldse, want het bezit van de Heer van Kuinre strekte zich ver uit tot in het Drentse land. Maarten Maartens was een vrijbuiter, een ongehuwde stroper, die zijn handen zowel naar vrouwen als hazen uitstrekte: de Zwarte Jeroen woonde met zijn jonge knappe vrouw in een armoedige plaggenhut op het heideveld, dat toen nog achter het meer te vinden was. Maarten Maartens verheugde zich op de kruistocht, waarbij roof te behalen was; de Zwarte Jeroen verliet node de plaggenhut. Want hij wist dat niet een ieder uit het Heilige Land terugkeerde, en het Turkse kromzwaard fel om zich heen sloeg.

Op een voorjaarsmorgen vertrok Heer Fredrik met zijn horigen om zich omtrent de plaats waar nu de Woeste Hoeve in het Gelderse ligt, te voegen bij de zich aldaar verzamelende kruisvaarders.

Zwaar was de weg die naar het Heilige Land voerde. Ontberingen en ziekte deden de rij der kruisvaarders slinken, maar onderweg sloten zich anderen weer aan, belust op roem en buit en soms ook met het heilige verlangen, de kruisvlag te planten op de muren van Jeruzalem.

Over de kling gejaagd

Na een tocht van enige maanden drongen de kruisvaarders de noordelijke grenzen van het Heilige Land binnen. Verwoed werd er gestreden met de Turken en toen de avond viel lagen doden en gewonden op het slagveld. De niet al te zwaar gewonde kruisvaarders werden nog meegenomen, wie niet meer lopen kon bleef achter tussen de gevallen Turken, waar alleen nog naar omgekeken werd om de gevallenen te plunderen. Het was een harde en wrede tijd. Zo drong men door tot de voet van de Libanon, verbitterd en verbijsterd om de felle tegenstand van de Turken en de zware verliezen, die de aanvoerders deden zien dat ook zij op deze kruistocht Jeruzalem niet zouden bereiken. Op 'n bloedhete dag werd slag geleverd aan de voet van de Libanon.

Onder grote verliezen aan weerskanten drongen de kruisvaarders op. Fredrik, Heer van Kuinre, streed in de voorste gelederen en het gelukte hem door te dringen tot het paleis van sultan Abdoel Karim, de Turkse gouverneur van deze streek. Hevig werd er om het bezit van het paleis gevochten, maar eindelijk drongen de kruisvaarders met Heer Fredrik voorop het paleis van de sultan binnen. Nog gaf de lijfwacht zich niet gewonnen, maar tenslotte moest de tegenstand gestaakt worden en werd wat nog leefde van de lijfwacht over de kling gejaagd. Het bleek dat de sultan zelf ontkomen was en woedend om deze teleurstelling begon men het paleis van de vorst te plunderen. Toen de aanval begon waren Maarten Maartens uit Havelte en de Zwarte Jeroen uit het Ruinerwoldse er niet bij. Heer Fredrik had hen op wacht gezet bij de paarden, toen de stormaanval op het paleis van de sultan begon.

Paleis in vlammen

Maarten Maartens knarsetandde van woede. 'Dit is nu de eerste mogelijkheid om buit te halen in dat paleis en dan zet hij ons op wacht bij de paarden."

Ook de Zwarte Jeroen was teleurgesteld, maar eigenlijk had hij al meer dan genoeg van de hele kruisvaart. Door een verwonding had hij een stijve arm opgelopen en steeds gingen zijn gedachten naar het Ruinerwoldse, waar zijn jonge vrouw in de plaggenhut leefde. Hij begeerde alleen maar zoveel buit, dat hij de plaggenhut kon vervangen door een bouwsel van baksteen, dat was hem voldoende.

Wil je het verhaal helemaal lezen? Klik dan hier.

Eerder besteedde ons natuurprogramma ROEG! ook al aandacht aan het Sultansmeer. Deze uitzending kun je hier terugzien.

Zoek het uit!

Heb jij ook een vraag? Stuur deze dan in naar Zoek het uit!.

Meer over dit onderwerp:
zoekhetuit Sultansmeer
Deel dit artikel: