Nieuwe lelieonderzoeken moeten de sterkste soort uitwijzen

Hoe kun je met minder water en beschermingsmiddelen toch goede lelies telen? In de gemeente Westerveld heeft het onderzoek naar die vraag een vervolg gekregen. Op het proefveld in Vledder zijn ze druk aan het experimenteren.

De nieuwe leliebollen zijn gepoot: drie groepen met de vijf populairste soorten die het meest verkocht worden. Het onderzoek van dit jaar moet uitwijzen welke soort voor de boer én maatschappij het beste werkt. Oftewel de soort die het sterkste is en met het minste beschermingsmiddelen toe kan.

Op verschillende nieuwe manieren wordt bij het onderzoek kennis vergaard. Daarvoor is 70.000 euro beschikbaar gesteld vanuit het Leliefonds en het ministerie van LNV. Vandaag wordt een nieuw druppelirrigatiesysteem aangelegd dat geleidelijk water afgeeft. Alles met behulp van energie die wordt opgewekt uit zonnepanelen op het veld.

"Dit gaat de boer veel water besparen', legt Dirk Osinga van de Stichting Regionaal Onderzoek Lelieteelt (ROL) uit. "En het maakt het gewas niet zo nat. Als je het gewas niet zo nat maakt dan krijg je ook weer minder schimmelziekten. Daardoor hoef je dus ook weer minder vaak te spuiten. Dat is nog een voordeel."

Maar vanzelf gaat het niet. De druppelirrigatie moet namelijk wel in de strakke planning van de telers passen. "Het luistert heel nauw, maar ik denk dat we straks een mooi beeld kunnen zien van wat er kan. We kunnen straks zelfs op afstand met onze telefoon de pomp bedienen om de planten water te geven. Het is ook een stukje technische vooruitgang", legt Osinga uit.

(verhaal gaat verder na de video)

De ROL werkt al jaren aan onderzoeken om minder gewasbeschermingsmiddelen en water te gebruiken. Op de proefvelden is onder andere gekeken naar de inzet van afrikaantjes. Die planten vreten namelijk aaltjes op waar lelies niet tegen kunnen.

Ook een enquête onder lelietelers gaf vorig jaar meer inzicht. Met name over de weerbaarheid van verschillende leliesoorten tegen ziektes. "Op basis van wat boeren hebben verteld over 140 verschillende soorten zijn we met een aantal gaan testen op de gevoeligheid van schimmelziekten", legt Osinga uit. "Dat gaf best goede resultaten. Er zijn bepaalde soorten lelies die blijken veel resistenter te zijn dan anderen. Dat geeft ons energie om verder te kijken en dat verder te onderzoeken."

Aanvullend onderzoek is nodig om de totale puzzel te kunnen leggen, vertelt Osinga. "We leren iedere keer meer. Zo hebben we ieder jaar toch weer een klein stukje extra informatie. Nieuwe middelen die minder milieubelastend zijn worden vaak hier in Vledder getest."

Binnenkort wordt ook met een nog groter onderzoek gestart waar ook de provincie Drenthe, de gemeente Westerveld en onder andere de branchevereniging aan deelnemen. Voor dat onderzoek is 1,2 miljoen euro gevonden en zal voornamelijk plaatsvinden op boerenerven. Kennis van het onderzoek op de proefvelden kan hierbij goed gebruikt worden.

Wat heeft de boer hieraan?

Uiteindelijk zijn veel partijen bij een oplossing gebaad. In 2030 wordt van de sector geacht dat zij zonder emissie bollen teelt en daardoor het milieu niet meer belast. Voor onderzoekers is die termijn de stip op de horizon en voor de boer een harde deadline. Toch valt er voor hun ook wat te behalen. "Die boer wil natuurlijk ook een gerespecteerd burger van dit land zijn. Als die iedere keer met de nek wordt aangekeken dan is dat niet plezierig. Hij is daartoe bereid, maar hij moet natuurlijk wel een handvat hebben om daar op in te kunnen spelen."

Lees ook: