D-day voor Jasper Iwema: na acht jaar keert hij terug op circuit van Jerez

MOTORSPORT - Het is D-day voor Jasper Iwema uit Hooghalen. Vandaag rijdt hij op het Spaanse circuit van Jerez z'n eerste vrije training in de stijd om het wereldkampioenschap bij de elektrische motoren. Hij rijdt dit seizoen voor het team van de Spanjaard Sito Pons. Daar is hij teamgenoot van de regerend wereldkampioen Jordi Torres.

"Ik heb geen kriebels. Ik heb er vooral heel erg veel zin in om de draad weer op te pakken", reageert Iwema vanuit Spanje. "Ik ben blij dat ik weer terug ben op de paddock."

In 2013 reed hij voor het laatst op het circuit van Jerez. In 2015 reed hij tijdens de TT van Assen z'n allerlaatste Grand Prix in de Moto2 klasse.

Kracht onderarmen

De 31-jarige Drent reed pas twee testsessies van ieder drie dagen op z'n elektrische motor. "Je rijdt dan maar drie sessies van maximaal acht rondes per dag. Dat heeft alles te maken met de capaciteit van de accu's. Als je accu nog 35 procent vol is, is het gebruikelijk om hem weer op te laden. Je rijdt zo een stuk minder rondjes in een testsessie dan dat ik in de MotoGP gewend was."

Maar tijdens die testsessies hadden z'n onderarmen het toch flink te verduren. "Ik kwam erachter dat m'n onderarmen er niet meer aan gewend zijn om zo hard te remmen. Zeker met zo'n een loodzware motor van 260 kilo. Het zijn spieren die ik de afgelopen jaren niet hoefde te gebruiken en die lastig trainbaar zijn. Als je zogenaamde armpump krijgt, dan raak je de controle kwijt en heb je geen gevoel meer in je vingers. Om dat te voorkomen stretch ik mijn onderarmen nu wat vaker en zorg ik dat ik m'n spieren elke dag een beetje belast zodat ze 'wakker' blijven."

Zwaar

Het grote verschil met de reguliere wegrace is dat er niet geschakeld hoeft te worden en dat een elektrische motor veel zwaarder is. Iwema reed ooit in de Moto 3 klasse van de MotoGP. Die machine weegt ongeveer 80 kilo, z'n ijsspeedway-motor zo'n 120, maar een elektrische motor weegt wel 260 kilo. Dat hoge gewicht wordt veroorzaakt door de loodzware accu's.

"Bij de start moet je vooral zorgen dat je in balans blijft met zo'n zware motor. Verder merk je het natuurlijk bij het remmen. Als je meer gewicht moet stoppen, kost dat ook meer kracht. Ik hoef niet te schakelen. Dus ik kan ook niet op de motor remmen. Wel heb ik nog een heel dashboard met knoppen waar ik m'n rem mee kan beïnvloeden. Het lijkt wel een PlayStation" verklaart Iwema.

"Bij de start is het ook even wennen. Alles wat je met je hand doet, vertaalt zich rechtstreeks naar je achterwiel. We hebben hier geen traction control. En ook geen koppeling. We gaan van 0 tot 100 kilometer per uur in 2,5 seconde. Dat geeft een hele andere beleving en je moet ook heel geleidelijk met je gas omgaan."

Programma

Iwema moet straks om 11.50 uur voor het eerst het circuit op voor de eerste vrije training. Vanmiddag volgt om 16.50 uur z'n tweede vrije training. En na de derde vrije training van morgenvroeg volgt om 16.05 de kwalificatie. Dan strijden de mannen van de Moto E World Cup om de zogenaamde E-pole.

"We moeten dan één voor één de baan op. Het is een spannende sessie. Want alle coureurs krijgen maar één ronde de tijd om een kwalificatietijd neer te zetten die de startopstelling van zondag bepaalt", licht Iwema toe. De race volgt zondag om 10.05 uur.

"Vorig jaar reden ze zeven rondes. Nu zijn dat er acht. De rondetijden hier op Jerez zijn 1 minuut en 50 seconden. Dus we zijn binnen een kwartier weer binnen. Maar voor mij is dat geen korte race hoor. Bij ijsspeedway rij ik natuurlijk maar vier korte rondjes", lacht Iwema.

Set up

De motoren in de World Cup Moto E zijn identiek. Met de afstelling wordt het verschil gemaakt. "Aan de set-up van m'n teamgenoot Jordi Torres heb ik niet zoveel. Want de regerend wereldkampioen is een stuk groter en zwaarder dan ik. Maar hij helpt me wel met data."

In totaal worden er dit seizoen zes wedstrijden in de Moto E World Cup verreden. De laatste race is op 19 september in San Marino. Eind juni staan de elektrische motoren ook op het programma van de TT in Assen.

Lees ook:

Deel dit artikel: