Open Joodse Huizen in Emmen: 'Zolang hun namen genoemd worden, blijven zij in de Joodse cultuur leven'

Ze lagen ergens in Emmen, weggestopt in een schoenendoos. De twee schriften van Israël Jakobs waarin hij schreef over de dagelijkse dingen die er gebeurden tijdens de Tweede Wereldoorlog in Emmen. Op het oog zijn het twee simpele schriften, gevuld met sierlijke letters. Maar na onderzoek ontspint zich een bijzondere familiegeschiedenis van een Joodse broer en zus die ieder hun eigen weg gaan. De een overleeft de oorlog, de ander wordt vermoord in Auschwitz.

Het is dat verhaal dat vandaag in Emmen is voorgelezen tijdens de Open Joodse Huizen - Huizen van Verzet, een landelijk initiatief van het Joods Cultureel Kwartier om aandacht te vragen voor de verhalen van Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Achter de deur

De organisatie achter het jaarlijks terugkerende programma hoopt door het vertellen van de verhalen dat belangstellenden doorkrijgen wat er achter de voordeuren van de huizen gebeurde waarin Joodse gezinnen woonden. "Wie hebben er gewoond, wat is er met die mensen gebeurd? Hebben ze het overleefd? En als ze zijn teruggekomen: hoe kwamen ze dan terug?", somt Douwe Jan Douwstra van Stichting Emmer Sjoel Sjemmesj.

Het verhaal van broer en zus Jakobs wordt voorgelezen in de synagoge in Emmen. Een plek die volgens Douwstra een groot onderdeel van het leven van de familie was. Normaal is het huis of de synagoge waar het verhaal wordt voorgelezen gevuld met geïnteresseerden die luisteren en daarna in gesprek gaan. Maar vanwege corona kiest de organisatie er dit jaar voor om alles online uit te zenden via een livestream.

In Emmen vertelt Gerben Dijkstra vandaag het verhaal van broer en zus Israël en Rebekka Jakobs (verhaal gaat verder na de video):

Toen de notities van Israël Jakobs in de schoenendoos gevonden werden, werd er onderzoek gedaan naar zijn verhaal. Als kinderen leefden Israël en zijn zus Rebekka onbezorgd in Emmen. Als tieners zien ze aan het begin van de Tweede Wereldoorlog de Duitse soldaten door de Hoofdstraat van Emmen marcheren. Daarna verandert er veel voor de familie Jakobs.

Absurd leven

Israël krijgt vlak na de bezetting te horen dat hij op last van de Duitsers ontslagen wordt bij de gemeente Emmen. Hij mag uiteindelijk als vrijwilliger aan de slag in de zuivelfabriek aan de Westenesschestraat. Ondertussen houdt hij in zijn notitieboekjes bij hoe het leven tijdens de bezetting is. Volgens Gerben Dijkstra, uitgever van historische boeken en de verteller van vandaag, moet je bij die notities vooral tussen de regels doorlezen.

"Als je goed leest, zie je de absurditeit van het leven op dat moment", aldus Dijkstra. Als voorbeeld geeft hij de passage waar Jakobs schrijft over dat hij het riool heeft uitgediept. "Dat heeft hij natuurlijk niet uitgediept, maar hij geeft hiermee aan hoe zwaar en moeilijk de leefomstandigheden toen waren."

Gescheiden wegen

In de notities van Israël Jakobs wordt op een gegeven moment duidelijk dat de situatie voor hem nijpender wordt. In de zomer van 1942 zoekt hij naar een onderduikadres, maar echt onderduiken zal hij nooit doen. Het blijft volgens Dijkstra gissen waarom niet. In augustus van dat jaar krijgt Israël Jakobs een oproep om naar werkkamp Linde te komen. In zijn notities staat: 'Alles klaar gemaakt voor kamp. Kleeding gemerkt.'

In werkkamp Linde blijft hij waarschijnlijk één nacht, om daarna te worden doorgevoerd naar kamp Westerbork. In een laatste briefje aan zijn ouders schrijft hij: 'Ik hoop dat we elkaar weer zullen ontmoeten'. Dat zal nooit meer gebeuren. Via kamp Westerbork belandt Jakobs in Auschwitz waar de Duitsers hem bij aankomst vermoedelijk meteen vermoorden. Ook zijn ouders worden daar zo'n twee maand later vermoord.

Over de zus van Israël, Rebekka Jakobs, dacht men dat zij samen met haar man in Sobibor was vermoord. "Maar tijdens ons onderzoek bleek dat zij in Israël leefde", vertelt Dijkstra. Na verder onderzoek komt hij erachter dat Rebekka tijdens de oorlog wel is ondergedoken. Uiteindelijk belandt ze na een barre wandeltocht door de Pyreneeën via Spanje in Palestina, waar ze een nieuw bestaan opbouwt.

(verhaal gaat verder onder de foto)

In de synagoge in Emmen werd het verhaal over Rebekka en Israel Jakobs verteld (Rechten: RTV Drenthe/Ronald Oostingh)

Volgens Douwe Jan Douwstra is het belangrijk om dit soort verhalen te blijven vertellen. "Het levend houden van herinneringen is erg belangrijk in de Joodse cultuur. Door steeds de namen te noemen van de slachtoffers, de mensen die vermoord zijn, blijven zij in de Joodse cultuur in leven."

Aan belangstelling voor Open Joodse Huizen - Huizen van Verzet is volgens Douwstra al jarenlang niets te klagen. In de jaren voor corona kwam het regelmatig voor dat een woonkamer van waaruit een verhaal werd verteld bomvol zat. "En ook blijft het verbazingwekkend hoe ook zeker tijdens deze dagen van 4 en 5 mei herdenken de belangstelling heeft van scholieren. We ontvangen normaliter ook scholieren in de synagoge, die kinderen hangen aan je lippen als het verhaal verteld wordt", aldus Douwstra.

Livestream

Dit jaar volgden geïnteresseerden het verhaal via een livestream. Daarna was er tijd om online vragen te stellen die werden beantwoord door Douwstra en Dijkstra. Extra bijzonder: familieleden van Israël en Rebekka Jakobs keken vanochtend live mee vanuit Israël. "Maar volgend jaar hopen we natuurlijk weer ergens live aanwezig te zijn in een van de huizen in Emmen met een verhaal", zegt Douwstra.

"Want", zo zegt hij, "er zijn genoeg verhalen te vertellen. Al zijn er nog weinig huizen echt authentiek, en ook zijn er veel die überhaupt niet meer rechtop staan. Als je bijvoorbeeld kijkt in Emmen in de Wilhelminastraat en de Hoofdstraat, daar was 25 procent van de winkels van Joodse ondernemers. Maar die huizen zijn bijna allemaal weg."

Mochten er geen huizen meer zijn, dan is de synagoge in Emmen volgens Douwstra altijd een mooie plek om dit te doen: de plek waar de familie Jakobs vroeger kwam en nog altijd herdacht wordt. Vandaag door een voorgelezen verhaal, en voor altijd door het plakkaat aan de muur waarop hun namen staan.