Advies aan Unesco: 'Maak Koloniën van Weldadigheid werelderfgoed'

Het belangrijkste adviesorgaan van de Unesco is positief over de Unesco Werelderfgoed-nominatie van de Koloniën van Weldadigheid. De organisatie stelt voor om de Koloniën op te nemen op de Unesco Werelderfgoedlijst. Het zou voor het eerst zijn dat erfgoed in Drenthe die status krijgt.

Met het positieve advies van Icomos is er een belangrijke hobbel genomen in de weg naar Unesco Werelderfgoed. "De vlag gaat pas uit als we echt het besluit hebben eind juli, maar stiekem heb ik de vlag al klaarliggen", zegt gedeputeerde Cees Bijl. Hij is voorzitter van de stuurgroep die de nominatie begeleidt. "Het besluit wordt in juli genomen, dat moeten we niet vergeten. Maar het is wel een behoorlijke steun in de rug naar de uiteindelijke inschrijving."

Details

Adviesorganisatie Icomos vindt dat de Koloniën in Frederiksoord, Wilhelminaoord, Veenhuizen en het Belgische Wortel onder voorwaarden Unesco Werelderfgoed moeten worden, want er moet nog wat aangepast worden in het papierwerk. Zo moeten de bufferzones rond de Koloniën beter beschreven worden. Dat is een beschermlaag van omliggende gebieden die zorgen dat het erfgoed van buitenaf goed zichtbaar is. In zo'n bufferzone mag niet zomaar gebouwd worden.

Bijl maakt zich daar geen zorgen over. "Veel is in Nederland al beschermd als bestemmingsplannen of natuurgebied. De bestaande situatie moet nog eens goed beschreven worden in het dossier. Wij beschouwen het als iets wat goed op te lossen is."

In juli beslist het Werelderfgoedcomité van Unesco of het advies wordt overgenomen en de Koloniën van Weldadigheid daadwerkelijk de status krijgen. Op dit moment hebben tien erfgoederen in Nederland die status al, onder andere de molens in Kinderdijk, de grachtengordel van Amsterdam en de Waddenzee zijn al werelderfgoed.

Wat zijn de Koloniën?

Begin negentiende eeuw heerst er flinke armoede in Nederland, veel steden weten niet wat ze moeten doen met armen, daklozen en wezen. Generaal Johannes van den Bosch richt dan de Maatschappij van Weldadigheid op, de stichting koopt woeste gronden in Drenthe om daar landbouwkolonies op te zetten.

Gezinnen gaan daar vanaf 1818 naartoe, ze krijgen een eigen huisje met een stukje grond om kleinschalig te boeren. Naast deze 'vrije koloniën' worden er ook strafkoloniën voor bedelaars opgezet, waar een strenger regime geldt. Ook kolonisten die zich in de vrije koloniën niet aan de regels houden, worden naar Veenhuizen en Ommerschans gestuurd.

De vrije koloniën liggen in Frederiksoord, Wilhelminaoord en Willemsoord. In het Belgische Wortel en Merksplas kopieert Van den Bosch het systeem. Alleen Wilhelminaoord, Frederiksoord, Veenhuizen en Wortel zijn meegenomen in de nominatie voor het werelderfgoed. Kenmerken in het landschap, zoals rechte lanen, en gebouwen als koloniehuisjes en gestichten karakteriseren deze gebieden, en zijn juist in deze koloniën nog het beste zichtbaar.

"Heel vooruitstrevend voor die tijd", noemt Bijl de ideeën van Van den Bosch. "Misschien dat wij het een aantal jaren geleden vanzelfsprekend vonden hoe bijzonder het was, maar je moet het ook in een internationaal gezelschap moet het goed geduid worden." Volgens Bijl is dat nu goed gelukt bij de Icomos. "Ze hebben ook gezien dat het wetenschappelijk een behoorlijke impact heeft gehad."

Generaal Johannes van den Bosch stichtte de Koloniën in 1818 (Rechten: RTV Drenthe/Roy Schutte)

Jarenlang proces

Al sinds begin deze eeuw zijn er plannen om de Koloniën van Weldadigheid om te laten dopen tot Unesco Werelderfgoed. Achterliggend doel was om de bekendheid van het gebied te vergroten en daarmee het toerisme te stimuleren.

Oud-burgemeester Hans van der Laan van Noordenveld was aanjager met als doel om tijdens het 200-jarige jubileum van de Maatschappij in 2018 de kers op de taart te zetten. Adviesorganisatie Icomos verpestte het feestje echter, de adviesorganisatie vond dat niet in alle koloniën even zichtbaar was wat er gespeeld heeft. Het Unesco ging daar in mee en stuurde de Nederlanders en Belgen met huiswerk terug.

De landen gingen vervolgens aan de slag om de bezwaren weg te nemen. "In 2018 was advies van Icomos: 'Eigenlijk vinden we het niks. Misschien dat Frederiksoord wat zou kunnen worden'," blikt Bijl terug. De lobbymachine kwam vervolgens op gang, het gedachtengoed werd beter beschreven. In plaats van in te gaan tegen Icomos werd er samengewerkt met de organisatie, om tot een beter nominatiedossier te komen.

"We zijn begonnen met zeven Koloniën, we beschouwen ons nog steeds als een familie van zeven, maar we hebben een behoorlijk offer moeten brengen", zegt Bijl. "Helaas hebben we de conclusie moeten trekken dat we met vier meer kans hebben."

Vorig jaar werd het Unesco-congres vanwege corona afgeblazen, nu staat het congres gepland voor de tweede helft van juli in het Chinese Fuzhou.

Lees ook: