De boeren die hunebedden bouwden

Wat weten we van de boeren die de hunebedden bouwden? Steeds meer, betoogt Hein Klompmaker in zijn nieuwste boek 'Het leven van de boeren die hunebedden bouwden'.

De tijdmachine en de detective

In 'Het leven van de boeren die hunebedden bouwden', legt Hein Klompmaker de nadruk op twee zaken: empathische archeologie en de onderzoeker als detective. Het eerste komt simpel gezegd neer op ons vermogen ons in te leven in de prehistorische mens. In dit geval, de boer die hunebedden bouwde. "Empathie", ons inlevingsvermogen, "is een tijdmachine", zegt Klompmaker. En de onderzoeker als detective bestudeert de sporen van de plaats delict, daar waar 'het allemaal gebeurde' en maakt daarbij gebruik van allerlei moderne onderzoeksmethoden, zoals profilering en DNA-onderzoek. Middelen om een zo concreet mogelijk beeld van de prehistorie te schetsen. Middelen die niet altijd wetenschappelijk worden geaccepteerd. Daar trekt Klompmaker zich niets van aan. In zijn nieuwste boek laat hij ons alle mogelijke hoeken van het Neolithicum (in het bijzonder de Trechterbekercultuur: 3400-2750 v.Chr.) zien. En schetst daarbij uitvoerig zijn eigen vermogen zich te verplaatsen in de gevoels- en denkwereld van de boeren die de hunebedden bouwden.

(Tekst gaat door onder de foto)

Hein Klompmaker (Rechten: RTV Drenthe / Sophie Timmer)

Ik weet dat hij (de hunebedbouwer) ooit geleefd heeft. Maar hij weet niets van mij."
Hein Klompmaker

De oudste monumenten van Nederland

Er waren tientallen boerennederzettingen in wat nu Drenthe is, en de hunebedden staan er nog. Ze zijn de oudste monumenten van Nederland. "Onvergankelijke bakens in de boerensamenleving", zegt de oud-museumdirecteur, historicus en docent in hart en nieren. "Vermoedelijk zijn er in deze regio ooit 80 tot 100 gebouwd, er zijn nu nog 54 van over." Zeg tegen Klompmaker over het verleden niet: 'We zullen het nooit weten', want dan ontvlamt er iets in hem: "Dat betekent dat wie na jou komt niet meer zal weten dan jij. We weten steeds meer, met name uit nieuwe wetenschappelijke inzichten, over DNA bijvoorbeeld. Maar ook vanuit de forensische wetenschap kunnen we steeds meer afleiden. Over gedrag en over denken. Als we dat toepassen op de prehistorie krijgen we soms verrassende mensen van vlees en bloed voor ogen."

(Tekst gaat door onder de foto)

Deel van de omslag van het boek van Hein Klompmaker (Rechten: Koninklijke Van Gorcum)

Een 'cold case-zaak' uit het Neolithicum: scherfjes uit het hunebed

"Er was een oefening van de brandweer bij het Hunebedcentrum en één van de spuitgasten had ik vroeger in de klas gehad als jongetje van 13,14 jaar, René Edens. Toen we na afloop samen een pilsje dronken, vertelde hij me: 'Ik heb nog scherfjes uit het hunebed van Borger, thuis, in een doosje'. Ik zei: 'nou, dat kan niet. Want dat hunebed is nooit onderzocht'. Later kwam hij bij me langs met die scherfjes. Er zaten ook nog menselijke crematieresten in, dat was heel bijzonder. Die hebben we onderzocht en die bleken van 800 voor Christus; heb je het over de Bronstijd. Veel later dan de hunebedbouwers. Het toeval wilde dat op dat moment het hunebed van Borger werd beschermd - er werd een laagje zand afgehaald en daarna met betonblokken verzegeld - en die avond, het werk was nog niet af, zat een aantal jongetjes illegaal te peuteren in dat hunebed. Dat was begin november 1983.

Klompmaker, fervent voorstander van het opgraven van hunebedden, vervolgt: "van de boeren die hunebedden bouwden in Drenthe hebben we geen DNA-onderzoeksresultaten. Want we graven hier niet op. Maar wel bijvoorbeeld vanuit Zweden, Denemarken en Duitsland, dat is dezelfde cultuur, en daar kun je het nodige uit afleiden. Het is wel heel belangrijk dat we uiteindelijk op zoek gaan naar menselijke overblijfselen. Maar er is Europese wetgeving, het verdrag van Malta. We graven alleen maar op als daar een noodzaak voor is, bijvoorbeeld bij het aanleggen van een weg. Ik zou willen pleiten om meer opzettelijk naar nederzettingssporen te gaan zoeken in Drenthe als het gaat om de hunebedbouwers. Daar zit die wetgeving dus in de weg. We kunnen aan een opgraving grondscans laten voorafgaan, van een hunebed en van het gebied eromheen. Op een zeker moment zul je dan niettemin toch moeten opgraven."

(Tekst gaat door onder de foto)

Hunebedden als symbool van het Neolithicum zijn te belangrijk om alleen aan de archeologie over te laten."
Hein Klompmaker

(Rechten: Aaldert Oosterhuis/RTV Drenthe)

13/06 Podcast Drenthe Toen Hein Klompmaker

Een hunebed: veel meer dan een grafmonument alleen

"Hunebedden zijn een soort gebiedsclaim en een statement van de hunebedbouwers. Ze wilden daarmee laten zien waartoe ze in staat waren. Het heeft veel meer betekenis dan als graf alleen. Eigenlijk is het misplaatst dat we een hunebed met dood en vergankelijkheid associëren." Volgens Klompmaker waren een vaste woonplaats en voldoende voorraadopslag vereiste voorwaarden voor de bouw van een hunebed. Taal is dat ook. Want zonder taal bouw je geen hunebed samen. Klompmaker reconstrueert een boerensamenleving aan de hand van deze voorwaarden, met meer dan twintig zogeheten sociale rollen, van visser en pottenbakker tot boer en wie weet rondtrekkende 'megaliet-architecten', die hielpen bij de bouw van een hunebed.

Als Klompmaker een dag terug mocht, met een tijdmachine, wat zou hij dan doen, en waar? "Je mag niets doen om de tijd te veranderen, dat vooropgesteld. Ik ben dus een onzichtbare observator, want we mogen de geschiedenis niet veranderen. Ik denk aan wat nu het kanaal Buinen-Schoonoord heet, ik zou naar de beek gaan. De hunebedbouwers hadden water nodig. De beesten hadden water nodig. Bij het water gebeurde het allemaal. En dan rondkijken in de nederzetting."

Hein Klompmaker is zondag 13 juni te horen in Drenthe Toen, op Radio Drenthe, van 12.00-14.00 uur. 'Het leven van boeren die Hunebedden bouwden. Een collectieve biografie' is uitgegeven door Uitgeverij Koninklijke Van Gorcum in Assen. We mogen er eentje verloten, meedoen? Mail naar drenthetoen@rtvdrenthe.nl