De succesvolle TT van 1971: De onterechte bescheidenheid van Jos Schurgers

MOTORSPORT - De TT van 1971, dit jaar exact vijftig jaar geleden, is vanuit Nederlands perspectief gezien nog altijd de meest succesvolle TT aller tijden. Op zaterdag 26 juni 1971 werden er liefst vijf podiumplaatsen behaald en dat in vier verschillende klassen. In een serie van vier afleveringen blikken we terug op die gedenkwaardige dag. Vandaag deel 2, met Jos Schurgers. Hij werd derde in de lichtste klasse: de 50cc.

Net als Teunis Ramaker kwam ook Jos Schurgers in Assen nauwelijks in beeld bij Studio Sport. De camera's hadden vooral oog voor het gevecht tussen regerend wereldkampioen Angel Nieto en de leider in de WK-stand, Jan de Vries. Ook Schurgers zelf kan zich weinig meer van de wedstrijd herinneren. "Ik weet nog dat Jan viel en dat ik mede daardoor opschoof naar plek 2."

In het jaar 1971 was Schurgers, net als het jaar ervoor, teamgenoot van Jan de Vries in de renstal van Van Veen Kreidler. Daar was de Haarlemmer al enkele jaren in dienst op de race-afdeling. Schurgers was verantwoordelijk voor de kuipen en de stroomlijn van de machines. Zelf maakte hij al enkele jaren deel uit van de nationale top op een zelfbouw-Kreidler, maar na het vertrek van Aalt Toersen (na zijn misgelopen wereldtitel in 1969) kreeg Schurgers een plek in het raceteam.

De helft van de Grand Prix op het podium

"Ik was een secure rijder, iemand die veel nadacht ook en niet al te veel risico's nam. Dat zorgde ervoor dat ik niet vaak viel, maar misschien ook weinig wedstrijden won. Desalniettemin stond ik bijna de helft van al mijn Grand Prix op het podium", aldus Schurgers.

(Tekst gaat verder onder de video)

Schurgers stond aan de basis van de eerste Nederlandse wereldtitel

Mede dankzij het ontwikkelingswerk van Schurgers behaalde Jan de Vries als eerste Nederlander ooit de wereldtitel (in datzelfde jaar). Schurgers eindigde zelf als 3e in de WK-stand, maar tot ieders verbazing was er - als coureur - in 1972 geen plek meer voor hem in raceteam van Van Veen waarna hij besloot om een Bridgetone 125cc-motor te ontwikkelen. Die machine was begin 1973 goed genoeg om het gevecht aan te gaan met de wereldtop.

Schurgers won dat jaar zijn enige Grand Prix, op Francorchamps in België, en eindigde het seizoen op de 3e plaats achter wereldkampioen Kent Anderson en Chas Mortimer.

Het was voor de toen pas 26-jarige coureur zijn laatste serieuze wedstrijd. Van Veen stelde hem voor de keuze: fulltime werken op de fabriek (aan de zogeheten wankelmotor) of doorgaan met racen. Schurgers koos voor zijn maatschappelijke loopbaan. Te vroeg gestopt? "Misschien wel, want er had wellicht meer in gezeten", zegt Schurgers nu.

'Hij had wereldkampioen kunnen worden'

Voormalig monteur (van onder andere Phil Read en Jarno Saarinen) Ferrie Brouwer is overtuigd dat Schurgers meer had kunnen bereiken. "Kijk ik weet niet hoe het ging toen hij samen met Jan de Vries in het team zat. Het kan zomaar dat Jos stalorders kreeg en niet altijd voor eigen kansen mocht rijden. Wat ik wel weet is dat Jos op zijn 125cc Bridgetone zichzelf kon zijn. Op die machine behoorde hij tot de besten van de wereld in de 125cc. Wat hij miste? Het gif... Dat wat Angel Nieto wel had. Ook door een beetje psychologische oorlogsvoering in het rennerskwartier te gebruiken om daar al een beetje de wedstrijd te winnen. Als Jos dat had gekund, dan had hij Nieto veel vaker dan eens om de oren kunnen slaan. Sterker nog, ik denk dat hij wereldkampioen had kunnen worden."

Lees ook:

Deel dit artikel: