Toeleven naar de Werelderfgoedstatus: 'Ik hoop dat het gezellig blijft'

De Koloniën van Weldadigheid krijgen deze maand, als alles goed gaat, de Unesco Werelderfgoed-status. Een felbegeerd predicaat waar reikhalzend naar uit wordt gekeken, zolang de status niet te veel gekkigheid met zich meebrengt.

"Een nominatie kan niet lang genoeg duren. Je blijft aandacht krijgen en houden. En we vinden dat die aandacht het gebied verdient", zegt Minne Wiersma, directeur van de Maatschappij van Weldadigheid. Drie jaar terug werd de Werelderfgoedstatus nog niet gegeven, maar nu staan alle seinen op groen. "We hopen nu ook wel dat het echt gebeurt en dat er een positief besluit wordt genomen in Fuzhou."

Groot scherm

Op 24 juli is het allesbeslissende moment in die Chinese miljoenenstad. Daar komt het comité bijeen dat erover gaat. Wiersma telt de dagen af. "We gaan hier een moment van maken, de vlag kan nog niet uit, maar we hebben hem al wel klaarstaan."

De voorbereidingen zijn in volle gang. Op een groot scherm voor Huize Westerbeek in Frederiksoord kan iedereen meekijken naar het congres. Wiersma: "Maar ook naar opnames in de studio die we maken. We schakelen met het congres, het provinciehuis, en met onze vrienden in België. En we praten ook met ondernemers en inwoners in dit gebied, zodat iedereen voelt: we wonen hier in een bijzonder gebied."

Verbondenheid, een groot scherm, een livestream. Het zijn taferelen die passen bij een volksfeest zoals tijdens een eindtoernooi van het Nederlands Elftal. Maar dat is niet de bedoeling, zegt Wiersma. "Bescheidenheid past in het gebied, we gaan het niet met duizenden mensen vieren met bier, kaas en worst erbij, zoals bij het voetbal."

Johannes van den Bosch is de grondlegger van de Maatschappij van Weldadigheid (Rechten: RTV Drenthe / Josien Feitsma)

Koloniën in het kort

In 1818 richtte Johannes van den Bosch de Maatschappij van Weldadigheid op. De Maatschappij kocht gronden in Drenthe om er landbouwkoloniën te beginnen. Door grote armoede waren er veel daklozen en bedelaars in Nederland, een deel van hen kon in Drenthe terecht om in een eigen boerderijtje met eigen grond een toekomst op te bouwen. In plaats van het handje ophouden, wilde Van den Bosch dat mensen zelf aan hun toekomst werkten.

In de koloniën golden strikte regels. Orde en regelmaat waren belangrijke pijlers van het systeem. Ook was er aandacht voor onderwijs en zorg. Wie zich goed ontwikkelde, kon zich opwerken binnen het systeem of de stap naar de buitenwereld maken. Raddraaiers werden gestraft. Zij konden ook naar onvrije koloniën worden gestuurd.

De 'vrije' koloniën bevinden zich in Frederiksoord, Wilhelminaoord, Willemsoord (Overijssel) en het Belgische Wortel. De onvrije koloniën zijn die in Veenhuizen, Ommerschans (Overijssel) en Merksplas in België. Alleen de koloniën in Frederiksoord, Wilhelminaoord, Veenhuizen en Wortel dingen mee naar de Unesco-status, de staat van de andere drie is niet goed genoeg voor de nominatie.

Vlag uit

NIet alleen in Frederiksoord ligt de vlag klaar. "Ik denk wel dat ik de vlag uitsteek, dat lijkt me wel het minste wat ik zou kunnen doen", blikt Tiny Veenstra uit Veenhuizen vooruit naar de nieuwe status. "Ik ben heel benieuwd hoor, ik denk dat het hele Unesco-gebeuren voor Veenhuizen heel goed is, voor alle gebouwen en het opknappen daarvan met De Nieuwe Rentmeester."

Net als veel dorpsgenoten is Veenstra ook beducht. "We zitten erover te denken hoe het allemaal gaat. Wat moet je verwachten? Hoeveel mensen komen er? En kun je dat allemaal wel aan?", stelt ze vragen waar nog geen antwoord op te geven is.

Toenemend toerisme

Veenstra woont al jaren in het dorp, ze is betrokken bij het onderhoud van het Vierde Gesticht, de koloniebegraafplaats uit 1830. De informatiefolders heeft ze inmiddels al laten vertalen naar het Engels, wat dat betreft is de internationale werelderfgoedtoerist van harte welkom.

Veenstra heeft ook al 31 jaar een kleinschalig bedrijfje in het dorp: koffie- en theeschenkerij Zunneschien met een kunst- en handwerkwinkeltje. "Ik was de eerste die wat privé ging doen in Veenhuizen. Daarvoor kon het ook niet, want het was nog verboden toegang", doelt ze op de periode dat gevangenisdorp Veenhuizen niet vrij toegankelijk was.

Veenstra zag hoe het toerisme de afgelopen jaren toenam, ook haar bedrijfje breidde uit qua oppervlak. Meer dan koffie en thee met een zelfgebakken lekkernij biedt ze niet aan. Niet nodig. Het huidige simpele concept werkt al jarenlang goed. "Wij hebben een kleinschalig bedrijf, dus we hebben liever geen bussen vol mensen. Dat past ook niet bij ons", zegt ze. Ze zit niet te wachten op Giethoorn-taferelen, waar bussen vol Aziaten langskomen. Ze heeft plek voor maximaal 100 gasten in haar tuin. "We hebben een hek, dat kunnen we dicht doen. Ik hoop dat het gezellig blijft."

Het is koffiedik kijken. "We moeten maar afwachten hoe het gaat", zegt Veenstra. "Ik hoop dat het niet overspoeld wordt, maar dat verwacht ik ook eigenlijk niet. Je hebt ook nog Merksplas en Frederiksoord, dus ik denk dat het zich wel spreidt."

Tiny Veenstra hoopt niet dat haar theetuin overspoelt met toeristen (Rechten: RTV Drenthe / Josien Feitsma)

Waarom werelderfgoed?

Dat denken ze ook bij de Maatschappij van Weldadigheid. Een situatie zoals in Giethoorn, geen werelderfgoed, verwacht Minne Wiersma niet. Er wordt gemikt op een ander soort toerist.

Maar waar zit hem de aantrekkingskracht van het gebied in? Waarom wordt er door organisaties en overheden al jarenlang geknokt om de Koloniën van Weldadigheid op de werelderfgoedlijst te krijgen?

Het uitvoeren van de ideeën van Van den Bosch is volgens de indieners uniek in de wereld, dat ze tot uitvoer zijn gebracht is weerspiegeld in het landschap.

"Als je hier in een luchtballon zou stappen en je gaat in de lucht hangen, dan zie je dat landschap zoals we dat in Drenthe elders niet kennen", doelt Wiersma op de kaarsrechte lanen met bomenrijen en de kolonieboerderijtjes die om de tachtig meter in Frederiksoord staan.

Arbeid boven liefdadigheid

Wiersma is sinds 2017 directeur van de Maatschappij van Weldadigheid, de dertiende sinds de organisatie in 1818 werd opgezet door Johannes van den Bosch. Hij geeft een kleine geschiedenisles. "Napoleon heeft begin 1800 de Nederlanden verlaten en Nederland in armoede achtergelaten. Een derde van de inwoners van Nederland leefde op straat. Het was bedelen, stelen. Daar wilde hij (Van den Bosch red.) wat aan doen. En toen heeft hij bedacht om mensen een steun in de rug te geven. Hij ging ervan uit: liefdadigheid helpt die mensen niet. Arbeid, dat maakt de mensen steker."

Van den Bosch kocht met geld uit subsidies en giften 500 hectare land in Drenthe, bouwde er in vier jaar meer dan 400 koloniewoninkjes en zette de paupers aan het werk. "Het gaf heel veel zingeving, je moest naar de kerk en kinderen moesten naar school, er was zelfs al sprake van voortgezet onderwijs. Er werd iedere maand salaris ingehouden, zo kreeg je recht op zorg. En als je ouder werd en je kon niet meer werken, dan was er een rustoord."

Dat maakte volgens Wiersma het project uniek en het vertellen waard, ook aan mensen buiten de landsgrenzen. "De basis van de verzorgingsstaat in Nederland, ligt hier. Alleen dat zijn we vergeten te vertellen in Nederland." Met de Unesco-status op zak, wordt dat verhaal straks breed uitgedragen.

TV Drenthe zendt deze week iedere avond een reportage uit over de Koloniën van Weldadigheid in het programma Drenthe Nu. Inwoners, betrokkenen, buitenstaanders en kenners van Johannes van den Bosch vertellen over het pad naar de werelderfgoedstatus en leggen uit wie Johannes van den Bosch was en wat zijn ideeën waren.

Johannes van den Bosch woonde vroeger in huis Westerbeek (Rechten: RTV Drenthe / Josien Feitsma)