Veenhuisje als persoonlijk paradijs: nergens is Lubbert gelukkiger

Als je even met je ogen knippert, heb je 'm al gemist: het bescheiden bordje langs Kanaal A dat ter hoogte van de Bies in Emmer-Compascuum wijst op het bestaan van een 'veenhuisje.' Welk veenhuisje? Staat hier nog een ouderwetse plaggenhut? Wie de moeite neemt om af te slaan, wacht een aangename verrassing.

Het veenhuisje blijkt namelijk een piepklein museum te zijn. De krasse Lubbert Bos (85) uit Emmen is suppoost, gids en gastheer tegelijk. Met veel plezier vertelt hij nuchter - maar met humor - over de spulletjes die hij om zich heen heeft verzameld. "De lol van dit alles? Ach, ik vind die oude rommel gewoon mooi."

Bescheiden

Kleurrijke, geglazuurde klokken, half verschoten schilderijen, een oude schemerlamp behangen met oude zakhorloges en een gezellige schouw waarin onophoudelijk een vuurtje flakkert. De sfeer zit er goed in binnen het veenhuisje.

Bos, vooral werkzaam geweest als schilder, kocht het bescheiden onderkomen ruim een halve eeuw geleden nadat hij met zijn gezin van Ter Apel naar de gemeente Emmen verhuisde.

Afgegraven veen

Een geschikte woonplek vond hij langs Kanaal A, waar hij een lapje grond trof met daarop het huisje, dat aan een veenopzichter toebehoorde. "Vroeger bevond zich hier een grote oppervlakte aan veen, waar meer van dit soort huisjes stonden. Inmiddels is alles afgegraven, behalve hier."

Bos wijst op het feit dat het museum een halve tot een hele meter hoger ligt dan de omringende woningen. "Het veen is hier nooit afgegraven."

Sloop dreigde

Juist die bijzondere omstandigheden hebben het huisje rond 1980 van de sloophamer gered. Bos liet namelijk naast het veenhuisje een moderne woning optrekken. De gemeente trok vervolgens aan de bel, want twee huizen op één erf was niet toegestaan. Het veenhuisje moest daarom verdwijnen. "Nou, ik heb meteen Dorpsbelangen ingeschakeld om dit stukje historie te behouden." De actie heeft succes en het bijzondere optrekje wordt gespaard.

(Tekst gaat verder onder de foto)

De entree is een eurootje, maar er is niemand die kaartjes controleert in Emmer-Compascuum (Rechten: RTV Drenthe / Tom Meijers)

Het huisje heeft vele rollen gekend: als opslagplaats voor zijn antiekhandel en ook meteen als museum. "Het ging hard met de handel. Een emmer waar een gat in zat? Het maakte de mensen niet uit, ze namen het gewoon mee."

Volgens Bos deden ook oud-inwoners het huisje aan. "Ik heb ze uit Rotterdam en zelfs uit Australië hier gehad. Even terug naar de roots, zeiden ze dan." Bos vraagt 1 euro entree. "Maar wie niet wil betalen, is ook gewoon welkom hoor. Ik doe dit niet voor het geld."

Veenhuisje als bruidssuite

Mensen die tijdelijk zonder onderdak zaten, klopten ook wel eens uit nood bij Bos aan. In dat geval diende het museum tijdelijk als noodwoning en bleef het gesloten voor publiek.

Hij wijst op de bedstee in de hoek. "Een jong bruidspaar heeft hier nog eens hun huwelijksnacht doorgebracht. Ze huurden bij mij een klassieke auto en ze raakten kennelijk ook gecharmeerd van het huisje. Of ze er kinderen hebben gemaakt, weet ik niet", zegt Bos lachend.

'Rijksmonument'

Begin jaren 90 ging het veenhuisje door verzakking van het veen definitief ten onder. Maar Bos nam een aannemer in de arm en liet op het fundament een compleet nieuw exemplaar optrekken. "Hij heeft het oude huisje tot in details nagetekend en dat heb ik laten bouwen." Rijksmonument 1906 prijkt eigenwijs op de gevel.

Zo druk als in de beginjaren is het niet meer, maar dat maakt Bos niets uit. "Ik hoef ze ook niet met busladingen vol hier te hebben. Liever geen drukte die ik niet kan overzien."

Kaarsenstandaard

Harm Roffel (76), geboren en getogen in Emmer-Erfscheidenveen, klopt regelmatig aan voor een gezellig praatje. "Ik hielp Lubbert een keertje met lassen en sindsdien kom ik zo nu en dan over de vloer." De gesprekken gaan over alles: van voetbal tot en met politiek. Roffel, die als hobby smeden heeft, grasduint bij Bos even in het rond naar geschikte spullen. "Laatst trof ik een hoefijzer. Daar heb ik nog een mooie kaarsenstandaard van gemaakt."

106 jaar

De meest frequente bezoeker is en blijft Bos zelf. Hij woont in een zorgflat in Emmen, maar tuft dagelijks in een bestelbusje naar zijn veenhuisje. Van tien uur 's ochtends tot het einde van de middag is hij er te vinden. "Ik ben een vrij man die gewend is om vrij te leven. De hele dag in een flat vind ik ook niets. Nee, laat mij hier maar gezellig zitten tussen mijn oude spulletjes."

Van geluk leef je het langst, weet Bos. En nergens is hij zo gelukkig als in zijn veenhuisje. "Ik word wel 106 jaar oud. Dat heb ik gedroomd."

Deel dit artikel: