Hulp voor de heivlinder

Drentse heidegebieden en heidevlinders klinkt als een logische combinatie maar het aantal vlinders in deze natuurgebieden neemt snel af. Landschapsbeheer Drenthe onderzoekt hoe heide- en veenvlinders behouden kunnen worden.

Heidevlinders zoals het heideblauwtje, het gentiaanblauwtje en de heivlinder, en veenvlinders zoals het veenhooibeestje zijn kenmerkend voor Drenthe. In de natte en droge heideterreinen en de hoogveengebieden komen in totaal negen soorten heide- en veenvlinders voor. Veel populaties zijn in de afgelopen decennia sterk achteruitgegaan. Zo is de heivlinder vorig jaar nauwelijks nog waargenomen.

Schutkleuren

In heidegebied 't Groote Zand bij Hooghalen kom hij nog wel voor, maar je moet goed zoeken. Stefan Pronk van Landschapsbeheer Drenthe heeft er eentje gespot. Het dier zit rechtop in het zonnetje achter een pluk gras op een kleine helling. "Als hij zo op de grond zit, kun je hem haast niet vinden tussen de dennenappels en het mos. De buitenkant van de vleugels is een beetje grijs en een beetje bruin, echte natuurtinten. De binnenzijde is oranje en daardoor makkelijker te herkennen maar zodra de vlinder geland is, sluit hij zijn vleugels."

Kieskeurig

Heivlinders hebben open stukjes zand nodig om op te warmen. Het verdwijnen van die specifieke plekken zorgt ervoor dat er steeds minder heivlinders zijn. "Stikstof is een voedingsstof", legt Pronk uit. "Dat valt hier vanuit de lucht op het schrale stuifzand en zorgt ervoor dat grassen meer groeikracht krijgen. Langzaamaan verdwijnt het open zand en wordt het allemaal gras. De heivlinder is juist gebaat bij open zandplekjes."

Nectarplanten in de buurt voeden de vlinder. Maar tijdens een hete zomer kan het op een heideveld zomaar vijftig graden worden op zo'n open zandplek. "Als dat te lang duurt, krijgen de voedselplanten van de heivlinder het moeilijk en worden ze schaars. Dus door de hitte en droogte van de afgelopen jaren zien we dat de heivlinder het zwaar heeft in Drenthe."

Vergrassing

Open zandplekken zijn ook de kraamkamers van de soort. "Het vrouwtje van de vlinder legt haar eieren op kleine graspollen in het open zand. Nadat het eitje is uitgekomen knagen de rupsen aan de grassen in de buurt." Om de heivlinder voor uitsterven te behoeden is het dus van belang om vergrassing tegen te gaan en voor voldoende stukjes open zand te zorgen.

Hulp

Pronk is projectleider van het project 'Heide- en veenvlinders' dat Landschapsbeheer Drenthe uitvoert in samenwerking met de Vlinderstichting, de Vlinderwerkgroep Drenthe, terreinbeheerders en particuliere terreineigenaren, vrijwilligersgroepen en de provincie Drenthe. Doel van het project is de samenwerking en kennisuitwisseling te stimuleren. De verspreiding van de vlinders wordt in kaart gebracht en er worden adviezen gegeven aan de terreinbeheerders om de vlinders te beschermen.

Lees ook:

Deel dit artikel: