Manusje-van-alles Lubbert Vaartjes zielsgelukkig in volkswijk Krakeel

Noem een echte volkswijk in Drenthe en je komt al snel bij Krakeel in Hoogeveen uit. De een vindt het niks, de ander wil er nooit meer weg. Zoals Lubbert Vaartjes.

Terwijl een buurtbewoner zuchtend een laagje ijs van de voorruit van zijn draaiende auto krabt, laadt een andere buurtbewoner in alle vroegte spullen in een busje. Terwijl-ie dat doet, is zijn adem buiten zichtbaar door de koude lucht.

Het is een frisse decemberochtend in de Hoogeveense wijk Krakeel, maar aan bedrijvigheid geen gebrek. De 76-jarige Lubbert Vaartjes ziet vanuit zijn woonkamer niet wat er gebeurt, maar die dagelijkse routines in de wijk kan hij inmiddels wel dromen. Samen met vrouw Henny woont hij al 45 jaar in de volkswijk.

Opstootjes

Toegegeven, de wijk kwam de voorbije jaren niet altijd even goed in het nieuws. Zo waren er in de afgelopen twee zomers nog autobranden en was de Hoogeveense jeugd betrokken bij wat opstootjes. Vaartjes neemt nog eens rustig een slok van z'n koffie als hij met die gebeurtenissen geconfronteerd wordt.

"Tja, overal is weleens iets met de jeugd toch?", nuanceert hij, zonder de gebeurtenissen te willen bagatelliseren. Nee, liever heeft hij het over al het moois wat de volkswijk te bieden heeft. Wat dat allemaal is? Vaartjes lacht: "Heb je even?"

Hoe komt Krakeel aan z'n naam?

De wijk Krakeel in Hoogeveen-Oost ontstond rond 1965. De wijk werd opgebouwd in het verlengde van de straat Krakeel in Noordscheschut, die toen al lang en breed bestond. Voor de oorsprong van de naam moeten we zo'n 392 jaar terug de tijd in naar 1630.

Twee families Bentinck en Van Echten, die destijds in het gebied woonden, kregen toen ruzie over de grens van hun gebied. Toen de grens van deze gebieden werd gegraven, werd die vanwege het geschil tussen beide families ook wel het Krakeelsche Opgaande genoemd, later afgekort tot Krakeel.

Geen waterleiding

Vaartjes woonde niet meteen al vanaf het prille begin van de wijk in Krakeel, maar zo'n tien jaar later. Hij werd er aan het eind van de Tweede Wereldoorlog vlakbij geboren, in Tiendeveen, en groeide op in Achterom, een steenworp verderop. "Dat is nu een gehucht, maar toen nog een soort van een dorp", weet hij nog.

En die waren na de oorlog nog lang niet van alle gemakken voorzien. "In mijn jeugd hadden we bijvoorbeeld lange tijd niet eens een waterleiding. Moesten we met een melkbus die je lopend op een fiets zette naar Noordscheschut heen en weer om water te halen. Je was toen veel meer op elkaar aangewezen."

Hoewel Vaartjes officieel geen echte Hoogevener is, voelt hij zich wel zo. Op zijn 24ste ging hij er samenwonen met zijn vrouw, in een flat aan de Wolfsbosstraat in Hoogeveen-Zuid. Vaartjes glimlacht als hij aan die periode terugdenkt. "Als je vroeger ging trouwen en samen wilde wonen, kwam je gauw in een flat terecht. Wij ook dus."

Het leverde het stel vriendschappen voor het leven op met andere flatbewoners. "We hadden zelfs ons eigen voetbalelftal. En we hebben al vijftig jaar jaarlijks een reünie; ik ken weinig reünies die al zo lang lopen. Iedereen is altijd verwonderd als we zeggen dat wij nog steeds samenkomen met een mannetje of vijftien. Al worden het er wel steeds minder, omdat er mensen uit onze groep zijn overleden."

De Sterrenlaan in Krakeel in de beginjaren 70 (Rechten: Gemeente-archief Hoogeveen)

Van de Sterrenlaan naar Jupiter

Elf jaar nadat de wijk Krakeel is gesticht, gaan Vaartjes en zijn vrouw er ook wonen, in een huurwoning aan de Sterrenlaan. Ze voelen zich snel thuis in de wijk en als er na twintig jaar een mogelijkheid bestaat om eindelijk een woning te kopen, doen ze dat dan ook. De verhuiswagen hoeft niet ver te rijden, want ze betrekken een woning honderd meter verderop aan de Jupiter.

Het is een tijd waarin Vaartjes als timmerman werkzaam is. Eerst bij een aannemer in Den Haag - "Dan reden wij heen en weer in zo'n grote, oude Opel Kapitan. Jammer dat ik 'm niet meer heb, was nu een kapitaal waard, denk ik" - en later als meewerkend uitvoerder bij het inmiddels failliete bouwbedrijf Bosman in Hoogeveen.

Op zijn 60ste gaat Vaartjes met pensioen, maar stilzitten is er niet bij. Terwijl hij de ene na de anekdote oprakelt, beseft hij dat hij best wel wat meegemaakt heeft. "Ik vertel eigenlijk nooit zoveel over vroeger, alleen als ik er naar gevraagd word. Ik hou me juist graag met de actualiteit bezig", zegt hij enthousiast. Van het zitten achter geraniums wil hij dan ook niks weten.

"Ik ben bij van alles en nog wat betrokken, zoals De Smederijen (vijf organisaties die werken aan de verbetering van de leefomgeving, red.), maar doe ook vrijwilligerswerk bij zorginstellingen en ben altijd actief bezig met een parkgroep. En in de Meteoorflat organiseren we veel met het krokkelcomité, zoals spelletjes of knutselmiddagen, maar we zijn ook weleens met alle bewoners naar Kamp Westerbork geweest. Ik hou alles wat ik doe eigenlijk amper bij", lacht hij.

Verpaupering en opleving

Vooral van de bezigheden met de parkgroep wordt Vaartjes enthousiast. Krakeel fleurt aanzienlijk op van de beplanting. Het imago van de opkomende wijk was in de jaren '60 en '70 reuze populair, maar Krakeel kreeg in het midden van de jaren 80 te maken met leegloop en verpaupering door de ontwikkeling van woonwijk De Weide. Een herstructurering volgde, en met succes. Oude flats werden gesloopt en er kwamen nieuwe woningen voor terug. Vaartjes en zijn vrouw maakten de verpaupering en opleving van de wijk allemaal van dichtbij mee.

"Tijdens de verpaupering gingen veel wijkbewoners weg, maar het mooie is dat ik veel gezichten van toen nu weer zie. Veel oud-bewoners zijn later weer teruggekomen. Dat zegt wel iets, toch?" Trots somt hij op wat wijkbewoners met hulp van de gemeente zelf voor elkaar hebben gekregen.

"Zo hebben we hier in Krakeel zelf een park ingericht bij de basisscholen Apollo en Morgenster. Dat was eerst zo vlak als wat, maar we hebben er een kraan in gezet, de boel uit laten graven en later aangeplant met boompjes en struiken. Het is nu het mooiste schoolspeelplein van Nederland. Ga er maar eens naartoe, je kijkt je ogen uit", glundert Vaartjes.

Een buurtgroep die Krakeel schoon houdt, wordt elk maand geholpen door asielzoekers (Rechten: Lubbert Vaartjes)

Verbinding maken

Iemand die er ook voor zorgt dat veel ideeën van wijkbewoners niet in schoonheid stranden, is wijkbeheerder Sylvia Kamman. "Daar hebben we een goeie aan", vindt Vaartjes, waarna hij zich verontschuldigt dat hij vergeet het verhaal over de parkgroep af te maken.

"Want elke zaterdag van de maand zijn we ook op pad met de groep Krakeel Schoon", gaar hij verder. Meestal helpen ook mensen uit het asielzoekerscentrum mee, ook bij diverse andere werkzaamheden. De ene keer drie, de andere keer zes. Ik noem ze altijd even bij naam als ze er zijn, want dan maak je verbinding. Ze komen ook als het pijpenstelen regent, toppers zijn het."

Geef Vaartjes een vinger; als het over 'zijn' wijk gaat, neemt hij graag je hele hand. Ongeremd gaat hij door over allerlei werkzaamheden die in de wijk mogelijk worden gemaakt, mede door het geld dat via De Smederijen beschikbaar wordt gesteld voor wijken, straten en dorpen.

"Ik vind alle bezigheden even mooi. Verbinden, met mensen bezig zijn. Hartstikke mooi. Maar vooral omdat je gewoon lekker bezig bent. Ze zeggen weleens dat vrijwilligerswerk lijdt onder corona, maar vrijwilligers werven was vroeger ook al lastig. Als je iets doet, moet je er lol in hebben en samenwerken, anders werkt het niet. En in Krakeel gaat ons het goed af, gelukkig."

Vrijwilligers planten berkenbosjes in Krakeel (Rechten: Lubbert Vaartjes)

Sociale controle

Na de revitalisering van de wijk is er meer verbinding gekomen met bewoners, constateert Vaartjes tot zijn tevredenheid. Toch weet hij dat de beperkingen door corona verbinding nu ook juist lastig maken, al heeft hij daar zelf geen moeite mee. Hij vestigt zijn hoop op de sociale controle van buurtbewoners om zo elkaar door de coronacrisis te helpen.

"Elk jaar staan we met een kraampje van De Initiatiefgroep Smederijen van Krakeel bij het winkelcentrum, veelal om ideeën op te halen. Zo vroegen we ook mensen over eenzaamheid. Er kwam toen ook een vrouw aan met een rollator en die vroeg ik of zij weleens last had van eenzaamheid. 'Meneer' zei ze, 'dat wilt u niet weten.' De aanspraak werd steeds minder, zei ze teleurgesteld."

"Ze stond een poosje met ons te praten toen er ook een man aankwam die zei eenzaam te zijn. De hele tijd hebben we toen gepraat over hoe dat nu kwam. Die mensen misten echt het maken van een babbeltje. Uiteindelijk gingen ze met elkaar in gesprek en liepen ze met z'n tweetjes weg. Dat zijn in donkere perioden als deze hele mooie lichtpuntjes."

Meer over dit onderwerp:
Hoogeveen Krakeel Volkswijk Lubbert Vaartjes
Deel dit artikel: