Inzet politieagenten bij noordelijke evenementen onder druk

Organisatoren van evenementen in Drenthe, Groningen en Friesland zullen dit jaar minder vaak een beroep kunnen doen op de politie voor beveiliging of begeleiding. De eenheid Noord-Nederland moet scherpere keuzes maken en gaat verder vooruitkijken waar agenten wel en niet kunnen worden ingezet.

Reden voor dat besluit is het afbouwen van de overcapaciteit aan personeel in het Noorden. Hetzelfde werk moet door minder mensen worden gedaan, waardoor de politie kritischer zal zijn op de inzet van agenten bij evenementen of andere gebeurtenissen.

Dat laat de politie weten in reactie op politiecijfers die op verzoek van de NOS en de regionale omroepen zijn vrijgegeven. Om te voorkomen dat de werkdruk nog verder oploopt, besluit de eenheid Noord-Nederland daarom te werken op basis van 'planbare capaciteit'.

Verder in de toekomst

Die planbare capaciteit houdt in dat de politie tijdens het maken van de roosters verder in de toekomst gaat kijken. Zo hoopt de eenheid in een vroeg stadium te ontdekken waar knelpunten zitten en eerder te beslissen over de inzet van agenten.

"Het kan dus zijn dat we zeggen: Over twee maanden is er een evenement en we zien nu al dat we daar onvoldoende capaciteit voor hebben. Dan gaan we dus keuzes maken", licht Marieke Nell, hoofd bedrijfsvoering bij de Noordelijke politie, toe. "Zo proberen we te voorkomen dat, op het moment dat het zich voordoet, onze medewerkers geconfronteerd worden met 'ik moet dit, maar ik moet nu ook ineens dat."

Nell benadrukt dat de inzet op incidenten de hoogste prioriteit heeft en dat daar niets aan verandert. Organisatoren van evenementen hoeven dus niet te vrezen dat de politie helemaal niet komt. "Waar we nodig zijn, daar zijn we."

Zelf verantwoordelijk voor veiligheid

Op momenten waarop de politie te weinig capaciteit heeft, kan het dus voorkomen dat een organisator van een evenement niet op extra inzet van de politie kan rekenen. Dat maakt het denkbaar dat organisatoren vaker particuliere bedrijven voor beveiliging moeten inschakelen, wanneer de politie daar qua bezetting niet zelf toe in staat is.

De precieze invloed op evenementen en andere gebeurtenissen is momenteel nog lastig te bepalen. Dat heeft ermee te maken dat voor een hoop geplande evenementen nog onzeker is of ze überhaupt mogen doorgaan vanwege de huidige coronamaatregelen.

Overbezetting

De keuzes over politie-inzet zijn het directe gevolg van een overbezetting die de politie moet afbouwen. Al jaren kampt de politie Noord-Nederland met het probleem dat er op papier 400 fulltime banen méér zijn dan de hoeveelheid banen die het budget voorschrijft. Die overbezetting is echter vooral theoretisch, in de praktijk wordt het overschot nauwelijks gevoeld.

Overbezetting na grootschalige reorganisatie

In 2013 ontstaat de Nationale Politie, waarbij de korpsen in Drenthe, Friesland en Groningen worden omgevormd tot de eenheid Noord-Nederland. Het landelijke beleid bepaalt hoeveel fte (voltijdsbanen) er per eenheid is toegestaan. Volgens die richtlijnen is in Noord-Nederland sprake van een flinke overbezetting, met als gevolg dat de politie het overschot aan fte's moet wegwerken. Daarvoor mag de politie geen medewerkers ontslaan, maar moet het korps andere manieren vinden om de overbezetting af te laten nemen.

Werkdruk ligt hoog

Dat het verminderen van personeel een vervelende keuze is die niet in verhouding staat tot de gevoelsmatige werkdruk, erkent ook de leiding. "Wij waren gewend het werk te doen met 400 mensen meer. Voor het gevoel waren die extra mensen hard nodig. Het gevolg is dat de politie keuzes moet maken en het werk anders moet organiseren omdat je met minder mensen hetzelfde werk aan het doen bent", aldus Marieke Nell.

Ook landelijk voelen veel politieregio's de hoge werkdruk en het tekort aan mankracht. De verwachting is zelfs dat die werkdruk alleen nog maar toeneemt onder invloed van een stijgend aantal coronaprotesten, andere demonstraties en verhardende samenleving.

Agenten uit verschillende politieregio's worden op die momenten ingezet om te voorkomen dat situaties escaleren. De politiebezetting staat op die die momenten extra onder druk. Het werk dat er al lag, ondervindt de gevolgen.

Kerstmarkt Wijster

Welke effecten de capaciteitsproblemen kunnen hebben, bleek op 19 december 2021 in Wijster. Terwijl heel Nederland die dag in lockdown ging vanwege de oprukkende omikronvariant van het coronavirus, organiseerde Forum voor Democratie voor haar aanhangers een kerstmarkt op een boerenerf in het dorp. Ondanks dat de partij daarmee de coronaregels overtrad, trad de politie niet op.

Burgemeester Cees Bijl van de gemeente Midden-Drenthe verklaarde later dat vanuit de landelijke politieleiding eerder die week de boodschap was gekomen dat er dat weekend geen capaciteit was voor bijzondere inzet van de mobiele eenheid (ME). De dag van de kerstmarkt had die namelijk de handen al vol rondom de voetbalwedstrijden Feyenoord - Ajax in Amsterdam en Cambuur - Heerenveen in Leeuwarden. Het 'leegvegen' van de markt was dus geen optie. FVD kreeg van de burgemeester wel een boete van tienduizend euro.

Aspirantenstop als oplossing

Om de overbezetting weg te werken, voert de noordelijke eenheid in 2019 een twee jaar durende aspirantenstop in. Gedurende die periode ligt de instroom van nieuwe agenten compleet stil, terwijl de uitstroom doorloopt. Wie zich in die periode geroepen voelt om bij de politie te gaan, kan niet terecht in Drenthe, Friesland en Groningen.

Voor wie toch in het noorden wil werken, vergt het een lange adem. Óf aanpassingsvermogen, want landelijk bleef het aantal opleidingsplekken gelijk. Iemand uit Groningen die als agent aan de slag wilde gaan, kon toen terecht bij andere politieregio's waar juist wel ruimte was voor aspiranten, zoals Rotterdam.

Alles wat niet werkt, roest toch een beetje"
Marieke Nell - politie Noord-Nederland

Verkorte opleiding

Om in te spelen op de maatschappelijke ontwikkelingen, is de politie-opleiding in 2021 volledig op de schop gegaan. Aspirant-agenten gaan nu al na twee jaar 'startbekwaam' het werkveld in, voorheen duurde dat drie jaar. Dit om ervoor te zorgen dat er de komende jaren meer blauw op straat bij komt.

Sinds vorig jaar kunnen aspiranten ook weer in het noorden terecht. Ieder jaar hebben honderd mensen de mogelijkheid om in te stromen, verspreid over vier verschillende momenten. Door de aspirantenstop stond het onderwijs twee jaar lang stil. Het voorkwam gedwongen ontslagen, maar de leiding erkent dat er ook nadelen kleven aan het besluit om twee jaar lang geen nieuwe agenten op te leiden en te laten instromen.

"Geen nieuwe instroom is altijd een verlies", zegt Marieke Nell. "Buiten dat je geen nieuwe instroom krijgt, leidt je niet op en daardoor staat het systeem van opleiden ook twee jaar stil. Alles wat niet werkt, roest toch een beetje."

Nullijn in zicht

Eind 2022 verwacht de eenheid Noord-Nederland in balans te komen met het afbouwen van de overbezetting. Hoe dat uitpakt voor de werkdruk en de uiteindelijke capaciteitskeuzes, zal dan blijken.

Lees ook:

Deel dit artikel: