De verdwenen booën van Schoonebeek, voor cowboys in Drenthe

Het boek weegt drie kilo, meet 6 centimeter in dikte, telt meer dan 700 pagina's en bevat ruim 500 afbeeldingen. Of het het dikste boek over Drenthe is, weten we niet helemaal zeker. Maar de schrijver ervan, Bert Finke, geboren en getogen op Zandpol, weet wél zeker dat het het dikste boek ooit is over de boo in Schoonebeek.

'Het booënboek. Vetweiderij in de Schoonebeeker marke' behandelt een uniek historisch fenomeen dat zich eeuwenlang op die manier uitsluitend in de Schoonebeeker marke afspeelde.

Hekmans Boo aan de Europaweg, Nieuw-Schoonebeek, 1943 (Rechten: Drents Archief/Collectie Monumentenzorg)

De kuddes bestonden uit zo'n twintig runderen. Naar huidige maatstaven niet groot, maar toen wel want de gemiddelde Drentse kudde bestond uit zeven of acht koeien. "
Bert Finke

De boo, de booheer en een kudde slachtvee

Bert Finke: "Een boo is een veestal. Normaliter had een boer z'n vee op de deel staan, maar Schoonebeek was een randveenontginning en had een heel lang, smal stuk grond in gebruik, langs het Schoonebeekerdiep. De beste grond zat vlak langs het water. De runderen werden een heel eind van de boerderij geweid. Om niet elke dag heen en weer te moeten lopen, hebben ze aparte booën gebouwd, kilometers verderop. Daar verbleef het vee. Samen met de koeienherder: de booheer."

"Ik heb aanwijzingen dat ze er rond 1500 al stonden, en ik denk al iets eerder", aldus Finke. Het waren er tientallen. Bedoeld dus voor het vee van de Schoonebeeker boeren. "De kuddes bestonden uit zo'n twintig runderen. Naar huidige maatstaven niet groot, maar toen wel want de gemiddelde Drentse kudde bestond uit zeven of acht koeien. De Schoonebeeker boeren hadden drie keer zoveel koeien, slachtvee, en dat was heel veel geld waard. Tot 1850 waren het hele rijke boeren door die slachthandel. Toen die markt instortte zijn ze alles kwijtgeraakt."

Stal met hooizolder in Hekmans Boo, Europaweg, Nieuw-Schoonebeek, 1959 (Rechten: Drents Archief/Collectie Monumentenzorg)

Een booheer zou in Amerika een cowboy heten. Het waren vaak jonge mannen, vrijgezel en uitstekende sokkenbreiers."
Bert Finke

Drentse cowboys in de Schoonebeeker marke

"Een booheer zou in Amerika cowboy heten. Het waren vaak jonge mannen, vrijgezel en uitstekende breiers. De booheer was een knecht, maar wel de knecht met de hoogste status op de boerderij. Hij zat maandenlang in z'n eentje in een boo, met alleen maar die beesten. Er stonden ongeveer dertig, veertig booën op een rij, over een afstand van zeker tien kilometer. Ze hadden wel wat contact met elkaar, met name 's avonds. Overdag zaten ze in hun uppie. De laatste twee gebinten, dat is één vak, was het verblijf van de booheer. Heel simpel, er zat meestal wel een muurtje omheen, bedstedetje erin, kastje erin en een open haardvuurtje."

Geen romantiek, wel vrijheid

Kleeft er nog iets van romantiek aan het leven van de deze Drentse cowboys? Finke is resoluut: "Nee. Maar ze hadden wel veel vrijheid. Er was niemand die op je lette, dus als je later op wilde staan, en je verzorgde die beesten, prima. Dat was een groot voordeel, maar daarnaast: je stonk een uur in de wind want er zat geen toilet bij, of een douche, dus romantisch was het zeker niet. Mijn grootvader was ook een booheer. Hij is dat een aantal jaar geweest op de Wilms Boo, voor zijn huwelijk met mijn oma. Toen hij trouwde moest hij er af. Ik weet alleen dat hij daar breien heeft geleerd. De booheren konden goed sokken breien, maar wat hij daar verder heeft beleefd weet ik niet, hij is helaas in 1974 overleden."

Kookpot in verblijf van de Booheer in Hekman's boo, 1946 (Rechten: Drents Archief / Collectie Monumentenzorg)

Schoonebeeker booën op een haar na verdwenen

Door meerdere oorzaken verdwenen de Schoonebeeker booën. Opkomst en ondergang staan uitvoerig beschreven in het boek van Finke, waarin hij erfgoed beschrijft dat niet meer bestaat. Toch is dat niet helemaal waar, Finke: "Er zijn nog drie plekken waar booën van bekend zijn. De bekende Wilms boo, die is afgebrand en herbouwd, op dezelfde locatie maar dan wel als een totaal nieuw gebouw. Dan heb je de Hekmans boo, onlangs weer verplaatst, nu in opslag, met de bedoeling 'm ergens in Schoonebeek weer te herbouwen. En dan hebben we nog een derde locatie, die is niet zo bekend. De meeste mensen kennen het als het nood-kerkhof in Nieuw-Schoonebeek. De gronden zijn er nog wel, maar de boo is weg.

'Het booënboek. Vetweiderij in de Schoonebeeker marke', geschreven door B.J. Finke is uitgegeven door Uitgeverij Historisch Onderzoek Drenthe. Het hele gesprek met Bert Finke is morgenmiddag te horen in het Radio Drenthe-programma Drenthe Toen, tussen 12.00-14.00 uur.

We mogen een boek verloten, mail om mee te doen je naam en adres naar: drenthetoen@rtvdrenthe.nl

Meer over dit onderwerp:
Drenthe Toen Schoonebeek Boo Bert Finke
Deel dit artikel: