De mammoeten van Orvelte

ORVELTE - Opnieuw zijn er zijn resten van een mammoet en een wolharige neushoorn gevonden bij het Oranjekanaal tussen Wezuperbrug en Orvelte. Die omgeving was 45.
000 jaar geleden een grote vlakte waar mammoeten graasden. De mammoet is te vergelijken met een hedendaagse grote olifant met veel haar. In 1991 werden ook al botten gevonden bij Orvelte. Waarschijnlijk horen deze vondsten bij elkaar. De kaak die in 1991 werd gevonden miste namelijk twee kiezen. In de omgeving van Orvelte moet daarom een groot archeologisch onderzoek komen. Dat vindt mammoetdeskundige Anton Verhage.

Van een mammoet zijn ditmaal een hele slagtand, verschillende ribben, een kies en een bekken van een mammoet gevonden. Ze kwamen in september naar boven bij graafwerkzaamheden van de Gasunie voor de aanleg van de nieuwe Noord-Zuid pijpleiding. Volgens mammoetdeskundige Anton Verhage van archeologisch Onderzoeksbureau RAAP zijn mogelijk op enkele botresten knaag en schraapsporen te vinden. Dat laatste zou kunnen duiden op de aanwezigheid van Neanderthalers, de voorlopers van de mens. Mogelijk hebben de Neanderthalers de mammoet gedood. Onderzoek moet uitwijzen of verschuiven van grondlagen of werktuigen van Neanderthalers de botten beschadigd hebben.

Neanderthalers

Van andere vindplaatsen in Noord-Nederland was al wel bekend dat hier in die tijd Neanderthalers leefden. De nieuwe vondst nu levert dus misschien door de knaag en schraapsporen misschien dus wel die bevestiging op in het gebeid van Orvelte, waar dat bij de vondst in 1991 niet lukte. Neanderthalers waren kort van stuk, maar stevig gebouwd en gespierd, jagers op bijna alle destijds voorkomende diersoorten. Mammoeten kon je tamelijk gemakkelijk doden als je ze overviel wanneer ze in hun bewegingen werden beperkt, bijvoorbeeld in het water bij een steile oever. Mammoeten kunnen op dun ijs zijn gejaagd en vervolgens met speren zijn gedood. Het vlees werd gegeten, van de huiden werden tenten en windschermen gemaakt, die door tanden en botten omhoog en vast werden gehouden.
In juni werd voor het eerst is in Nederland een fossiel van een
Neanderthaler ontdekt. Het meer dan 40.000 jaar oude stukje schedel van een jonge man werd gevonden langs de Zeeuwse kust en is afkomstig van de Noordzeebodem.

Uniek

De vondst is uniek, want mammoetresten worden meestal niet terug gevonden op de plek waar het dier gestorven is. Mammoetbotten worden in Nederland vaker gevonden, meestal door zandwinning of door visserij op de Noordzee. Die botten en vindplaats zeggen meestal te weinig over het leven en leefgebied van de mammoeten. De mammoet bij het Oranjekanaal ligt waarschijnlijk in de omgeving waarin hij geleefd heeft, en dat is voer voor wetenschappers die aan de hand van bodemonderzoek en oudheids-dateringen zo meer te weten kunnen komen over hoe de mammoeten leefden. Wetenschappers zijn blij met de vondst.

De vondsten zijn nu voor conservatie bij een gespecialiseerd bedrijf in Urk. De Rijksuniversiteit Groningen gaat binnenkort onderzoeken hoe oud de vondsten zijn. TNO heeft bodemmonsters genomen in de hoop daarmee meer te weten te komen over de leefwereld van mammoeten.

1991

In 1991 van ook al een groot aantal botten van wolharige mammoeten en van een neushoorn gevonden bij Orvelte in de gemeente Westerbork. De vindplaats werd in mei 1991 ontdekt bij de aanleg van een gasleiding dwars door Drenthe. Op de plek waar de pijpleiding ten oosten van Orvelte onder het Oranjekanaal door moest, werd een zeven meter diepe put gegraven, waarbij het mammoetgraf werd gevonden. Een volledig skelet werd toen niet gevonden. Door het beperkte oppervlak van de opgraving (maar tachtig vierkante meter) mocht dat ook niet verwacht worden. Resten van grote zoogdieren worden snel na de dood door aaseters over een flink gebied verspreid. Wel kwam een vrijwel gave onderkaak tevoorschijn van een grote mammoetstier met tachtig fragmenten van zijn schedel en flink wat ribben, wervels en voetbeenderen.In de laatste ijstijd liepen er niet alleen mammoeten rond met een donkerbruine vacht. Er waren ook blonde en rossige mammoeten.

Beekdal

De botten lagen toen in een afgesloten meanderarm van een beek. De dieren moeten daar 45 000 jaar geleden zijn terechtgekomen. Dat is kort na het midden van het Weichselien, de laatste ijstijd, in een periode dat de gemiddelde jaartemperatuur ongeveer zeven graden bedroeg. Kouder dan het nu in Nederland is, maar warm voor een ijstijd.

Op de plek waar Orvelte nu ligt, het hoogste punt van het Drents Plateau, was het beekdal een langgerekt meer met een breedte tot enige honderden meters. Het landschap was licht golvend, zoals het nu nog is. De wind had er vrij spel, want geboomte was er nauwelijks. Kruipwilg en dwergberk waren waarschijnlijk de enige houtgewassen die zich op de vlakte konden handhaven.

Landschap

Onderzoekers werden het tien jaar geleden op een conferentie eens over het landschap waarin de mammoeten hebben geleefd. Geen besneeuwd ijzig toendra-landscjhap, maar een koude, droge en vooral groene steppe, waar een mammoet per dag 180 kilo 'groente' kon vinden. Je zou veel meer bomen verwachten, want het klimaat zou dat niet hebben verhinderd, maar het stuifmeelonderzoek van de vindplaats Orvelte in 1991 wees er niet op. Misschien groeiden in inzinkingen in het terrein ook grove dennen en in de vochtige beekdalen geoorde en grauwe wilgen, elzen en berken. Op een paar fonteinkruiden na die nu alleen in noordelijker gebieden voorkomen, zouden de waterplanten van het meer van deze tijd hebben kunnen zijn: pijlkruid, waterdrieblad, waterranonkel, lidsteng, aarvederkruid, zannichellia en een paar soorten wieren, waaronder kranswieren.

Langs de oevers groeiden snavelzegge, waterscheerling, wateraardbei, egelskop, moerasandijvie, waterbies, veenpluis en dotterbloem. Moeraskers, echte valeriaan, moeraskartelblad, egelboterbloem, moerasbasterdwederik en diverse zeggesoorten, waaronder blauwe zegge, stonden op vastere bodem. Op drinkplaatsen moeten rosse vossestaart, greppelrus, veerdelig tandzaad, vederdistel, goudzuring, zilverschoon, bronkruid en sterrekroos hebben gegroeid. We zouden er niet iets bijzonders in hebben gezien. Wel in de mossen die het veen vormden, nauwelijks veenmossen, maar gewoon sikkelmos, schorpioenmos en nerfpuntmos.

Toendra-vegatatie

Het plateau was bedekt met een soortenrijke kruidenvegetatie, vooral grassen, met kraaiheide, voorjaarszegge, alsem, zonneroosje, selaginella, weegbree, ganzevoeten, anjer (vermoedelijk de prachtanjer, die tot in het begin van deze eeuw nog veertig kilometer ten zuidwesten van Orvelte groeide), varkensgras, schapezuring, zeegroene muur, klaver, hardbloem, Engels gras, veldbies, beemdgras, scherpe en kruipende boterbloem, een toendraboterbloem, viooltje, ratelaar, duifkruid, walstro en gentianen. Er is in 1991 een groot aantal keversoorten gevonden, waaronder vele die nu alleen nog binnen de poolcirkel voorkomen. Er leefde een kieuwpootkreeftje, waarvan zich vindplaatsen in Noorwegen bevinden. Winde, snoek, tiendoornige stekelbaars, pos en kwabaal waren de vissen in het meer.

Toedra-fauna

Het is geen toeval dat bij Orvelte skeletresten van een neushoorn tezamen met de mammoeten worden gevonden. Deze indrukwekkende planteneter was de vaste metgezel van mammoeten. Andere uitgestorven tijdgenoten waren reuzenhert, grottenleeuw en grottenhyena. Verder bestond de toendrafauna in het Weichselien uit dieren die we nog kennen, zoals eland, rendier, edelhert, muskusos, wolf, gekraagde lemming, grondeekhoorn, trekhamster, woelrat en sneeuwuil. De steppewisent met imposante, wijd uitstaande horens evolueerde tot de nog levende boswisent, het toenmalige paard tot het tegenwoordige Przewalskipaard.

De Nederlandse bodem barst van de mammoetresten. Vooral waar wordt gebaggerd en diep wordt gegraven komen fossielen aan de oppervlakte. Complete skeletten zijn in Nederland echter nooit gevonden. In de ranglijst van 'mammoetlanden' prijkt Nederland nog boven Siberië. In 1998 werden in het beekdal van de Wapserveense Aa, nabij Nijensleek, de restanten gevonden van 5 mammoeten. Dat was spectaculair omdat in Nederland nog nooit zoveel exemplaren op een plaats bij elkaar waren aangetroffen. Het Archeologisch Centrum West-Drenthe is in 2008 in het bezit gekomen van de mammoet die sinds 1995 onderdeel uitmaakt van de collectie van het Natuurmuseum in Groningen.

Uitsterven

Wanneer de mammoet in Nederland uitstierf is niet precies aan te geven, maar dateringen van mammoetmateriaal geven aan dat ze hier ongeveer 40.000 jaar geleden nog leefden. Toen de mammoet al uit ons land verdwenen was, wist hij elders nog te overleven. De jongste mammoetfossielen komen van Wrangel. Dit eiland ligt in de Oost-Siberische Zee, zo'n 200 kilometer ten noorden van de Siberische kust. De ouderdom van deze mammoeten is bepaald op 7000 tot 3900 jaar. Dat wil zeggen dat er nog wolharige mammoeten leefden in de tijd dat de grote piramiden werden gebouwd.

Over het algemeen wordt aangenomen dat de mammoet uitstierf doordat zijn favoriete leefgebied, de mammoetsteppe, verdween. De huidige toendra's zijn veel drassiger dan de mammoetsteppe en deze olifanten konden daar kennelijk niet goed uit de voeten. Sommige wetenschappers menen dat ook de jacht op mammoeten door de steentijdmens tot zijn uitsterven heeft bijgedragen. Over de wijze van uitsterven bereikten de wetenschappers op een grote conferentie in 1999 geen accoord.





Deel dit artikel: