De val van Srebrenica in 1995

ASSEN - Op 11 juli 2010 was het 15 jaar geleden dat de Bosnische enclave Srebrenica viel. Daarop volgde de deportatie van en genocide op naar schatting tussen de 7.
000 en 8.000 moslimjongens en -mannen. Die stonden formeel onder bescherming van een bataljon uit Assen. Maar die militairen kwamen in een kansloze situatie terecht mede dankzij een besluit van minister van defensie Relus ter Beek uit Coevorden.
1993
Toen in 1993 het etnische geweld in Bosnië escaleerde, werd de roep om een Nederlandse bijdrage luider. Alle politieke partijen drongen in de Tweede Kamer aan op een Nederlandse militaire bijdrage aan UNPROFOR, de VN-macht in het voormalige Joegoslavië. Op 22 mei 1993 stemde de Kamer unaniem in met een motie waarin de regering werd opgeroepen een gevechtseenheid naar Bosnië te sturen. In december 1993 vertrok de luchtmobiele brigade, voor de gelegenheid omgedoopt tot Dutchbat, naar het oorlogsgebied. Relus ter Beek, minister van 1989 tot 1994, speelde tussen 1992 en 1993 een hoofdrol bij het besluit om Dutchbat-militairen naar Bosnië uit te zenden.
Mandaat
Ruim 700 Nederlandse militairen werden gelegerd in de moslimenclave Srebrenica, een door de Verenigde Naties tot 'safe area' verklaard gebied. De primaire taak van de Dutchbatters is het beschermen van de moslimenclave die omringd en bedreigd werd door het oprukkende leger van de Bosnisch-Servische generaal Mladic. De VN'ers kregen opdracht aanvallen af te weren door het treffen van 'alle benodigde maatregelen, inclusief het gebruik van geweld, in antwoord op bombardementen, ongeacht door welke partij, dan wel in antwoord op gewapende invallen in die gebieden of in geval van moedwillige obstructie van de bewegingsvrijheid van UNPROFOR of van beschermde humanitaire konvooien.'
Maar de Dutchbatters kregen ook de instructie om niet op de Serviërs te schieten. Volgens de achtereenvolgende ministers van Defensie Ter Beek en Voorhoeve vervulden de militairen een humanitaire missie, maar critici merkten op dat de bescherming van de bevolking in de praktijk niet verder ging dan het binnen de enclave houden van de moslims. Destijds besloot Defensie bewust om de Nederlanders met lichte wapens toe te rusten. De gedachte daarachter was dat zwaarder wapentuig de strijdende partijen zou kunnen provoceren.
Blokkade
In het voorjaar van 1995 haalden de Bosnische Serviërs de lus om de inmiddels met 50.000 vluchtelingen bevolkte enclave verder aan. De moslimstrijders onder leiding van de meedogenloze Naser Oric lieten zich in het geweld niet onbetuigd. Vanuit de enclave voerden ze raids uit op Servisch gebied waarbij veel slachtoffers werden gemaakt. De blinde haat tussen de twee bevolkingsgroepen werd er alleen maar heviger door.
Door de Servische blokkade van Srebrenica kwam de bevoorrading tot stilstand komt. De derde lichting van Dutchbat, afkomstig van de kazerne in Assen, is dan al geslonken tot 460 man. Die hebben al meer dan een half jaar 'gediend' maar konden niet worden afgelost. Het offensief van generaal Mladic was niet meer te stuiten. De Dutchbatters wachtten vergeefs op de toegezegde VN-luchtaanvallen en legden de wapens neer.
Aanval
Direct nadat de Bosnische Serviërs op 11 juli de enclave geheel veroverd hadden, begon de jacht op de weerbare moslimmannen. Met behulp van Dutchbat werden zij gescheiden van de vrouwen en kinderen, die met bussen werden afgevoerd. In vijf dagen tijd vermoordden de Bosnische Serviërs ruim 7000 mannen. De executies werden uitgevoerd op voetbalvelden, in lege fabriekshallen en loodsen of langs de kant van de weg. Bij het vertrek op 21 juli bedankte een uiterst voorkomende Mladic kolonel Karremans en generaal Nicolai voor de constructieve opstelling van Dutchbat. De twee Nederlandse officieren kregen van de Bosnisch-Servische bevelhebber nog cadeautjes mee voor hun vrouwen.
Nasleep
De val van Srebrenica en de moord op de moslims kreeg in Nederland een langdurige en emotionele nasleep. De publieke en politieke discussie spitste zich toe op de precieze rol die de VN, Nederland en Dutchbat hadden gespeeld. De Dutchbatters brachten in 1996 een boek uit. Tijdens verhoren in het kader van een parlementaire enquête naar Srebrenica beweerden oud-bewindslieden en ex-parlementariërs vrijwel eensgezind dat het zogeheten veilige gebied Srebrenica niet had hoeven te vallen, als er luchtsteun was verleend. Zij voelden zich in de steek gelaten door de VN en de NAVO en door landen als de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk.
NIOD
In opdracht van de regering onderzocht het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) de gebeurtenissen en presenteerde op 16 april 2002 een lijvig eindrapport. Het NIOD concludeerde dat Dutchbat deed wat het kon en niet verantwoordelijk was voor de massamoord in Srebrenica. Op de kazerne in Assen werd met instemming en opluchting gereageerd. De beelden bijvoorbeeld van hossende Dutchbatters in Zagreb werden volgens het NIOD ten onrechte uitgelegd als een teken van onverschilligheid over de massamoord. 'Niet alleen hadden de meesten op dat moment zelfs geen vermoeden van die ramp, de hospartij van enkele tientallen Dutchbatters was de ontlading na een spontane herdenking van hun gesneuvelde collega's Raviv van Renssen en Jeffrey Broere.'
Couzy
Generaal Couzy wekte volgens het NIOD niettemin de indruk dat het allemaal wel was meegevallen. 'Zijn opstelling en die van Karremans met zijn door de landmachtvoorlichting bedachte uitspraak over 'no good guys, no bad guys', droegen bij aan een omslag in de media van relatieve welwillendheid ten aanzien van Dutchbat tot een zeer kritische houding jegens zowel het bataljon als het ministerie van Defensie. Van een tragedie op de Balkan werd 'Srebrenica' in zekere zin een affaire in Nederland.' Het NIOD-rapport was voor het kabinet Kok II reden tot aftreden om zo de politieke medeverantwoordelijkheid voor de situatie waarin de moord op de moslims kon plaatsvinden zichtbaar te maken.
Ter Beek
Tijdens verhoren (mei 2000) ontkende Ter Beek dat hij was gewaarschuwd door de legertop. Hij stelde dat de NIOD-onderzoekers onterecht oordeelden op basis van kennis achteraf. Op het NIOD-rapport volgde een parlementaire enquête over de val van Srebrenica. Ter Beek werd opnieuw gehoord: 'Niet schuldig, wel verantwoordelijk'. Volgens de enquêtecommissie Bakker was er van tevoren te weinig rekening gehouden met de risico's die deze uitzending met zich mee bracht.
Enquêtecommissie
Acht jaar na de val van Srebrenica heeft de Tweede Kamer vrijwel louter lof voor de rol van Nederlandse militairen. Na alles wat er al over de val van moslimenclave Srebrenica was geschreven, kwam de enquêtecommissie niet meer met nieuwe feiten. Negentig militairen van Dutchbat kwamen op de Johan Willem Friso kazerne in Assen bijeen om gezamenlijk naar de presentatie van het rapport te kijken. Voor de tweede keer binnen een jaar zagen ze tot hun opluchting dat er geen beschuldigende vinger in hun richting ging.
Alok van Loon
Vanuit Drenthe werden in de jaren daarna projecten en een stichting opgezet door Alok van Loon uit Geeuwenbrug. Doel is steun te bieden aan vooral moslimvrouwen waarvan de mannen destijds door de Serviërs vermoord werden. Van Loon schreef een boek over de situatie waarin de vrouwen zich bevonden. Ze bezocht in 2005 de herdenking in Srebrenica. Oud-minister Relus ter Beek ging mee én ook directeur Dirk Mulder van Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Die instelling besloot zich in te zetten voor het opzetten van een herdenkingscentrum voor de massamoord. Op initiatief van het Herinneringscentrum keerden in oktober 2008 twaalf Dutchbat-militairen terug naar Srebrenica voor een herdenking.
Insignes
Terwijl buiten de kazerne in Assen werd gedemonstreerd, werden in december 2006 binnen door minister Kamp de militairen van Dutchbat 3 onderscheiden. De militairen van Dutchbat 3 kregen het draaginsigne voor hun missie in 1995 in Srebrenica. Die ex-Dutchbatters reageerden opgelucht toen in juli 2008 Radovan Karadzic werd opgepakt, de vroegere Bosnisch-Servische president. In mei 2009 voerde een delegatie van overlevenden van Srebrenica, acht vrouwen en drie mannen, voor het eerst (in Hooghalen) gesprekken met een groep Dutchbatters. In het Herinneringscentrum werden in 2009 ook foto's getoond en getuigenissen verteld. En de instelling informeert ook scholen.
Klachten
Het gerechtshof in Den Haag besloot in maart 2010 klachten van de moeders van Srebrenica tegen de Verenigde Naties niet in behandeling nemen. Het hof vindt de onschendbaarheid van de landenorganisatie en daarmee haar wereldwijde publieke belang belangrijker dan het belang van de nabestaanden van de slachtoffers van de genocide in 1995. De klagers verweten de Verenigde Naties (VN) ernstige nalatigheid bij de val van de Bosnische moslimenclave in juli 1995. In het voorjaar van 2010 bloeiden in Srebrenica op de vele graven tulpen. De stichting Toekomst Overlevenden Srebrenica stuurde in 2008 en 2009 tienduizenden tulpenbollen naar Srebrenica.
11 juli
Bij de begraafplaats in Potocari in Srebrenica vond 11 juli 2010 de jaarlijkse herdenking plaats van de val van de enclave-Srebrenica en de daarop volgende massaslachting. De herdenking had een bijzonder karakter omdat het vijftien jaar geleden is dat de enclave viel. De Nederlandse regering was vertegenwoordigd door minister Eimert van Middelkoop. Volgens de demissionair minister is de internationale gemeenschap tekortgeschoten rondom de val van Srebrenica. 'Als er excuses gemaakt moeten worden voor de val van de moslimenclave Srebrenica in 1990, dan is dat meer een zaak van de Verenigde Naties dan van Nederland.' Ook in Den Haag was een herdenkingsbijeenkomst.
Daar werd ook de tentoonstelling geopend met de titel: "Alle tranen zijn zoet en bitter" Het is een initiatief van Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Die gaf de Asser fotograaf Sake Elzinga de opdracht een fotoreportage te maken van de herdenkingen in Bosnië. Een Bosnische fotograaf heeft de herdenkingen van de oorlogslachtoffers op 4 mei vastgelegd. Van beide fotografen zijn werken te zien in een expositie in de voormalige basis van Dutchbat in Potocari en op het terrein van 'Kamp Westerbork'.
Geld projecten
Alok van Loon uit Geeuwenbrug regaer op 27 december 2010 dolblij dat de Nederlandse regering projecten in Bosnië blijft steunen. Voor de komende drie jaar is negen ton subsidie toegezegd. Daarmee worden getraumatiseerde vrouwen en jongeren geholpen, die het slachtoffer zijn van de val van Srebrenica in 1995.

💬 WhatsApp ons!
Heb jij een tip voor de redactie? Stuur ons een bericht, foto of video via WhatsApp: +31651568886 of mail naar redactie@rtvdrenthe.nl